Het einde van de vrije jongens in het vee

Een veehandelaar werd er `misselijk' van, terwijl de boeren allang murw zijn. Het diervriendelijke rapport-Wijffels over de toekomst van de veeteelt is vooral gunstig voor de macht van een paar concerns.

Bert Sloot, veehandelaar in De Blesse bij Wolvega, goed voor 35.000 kalveren per jaar, stopt ermee. Hij heeft deze week het rapport van de commissie-Wijffels gelezen, waarin een nieuwe organisatie van de intensieve veehouderij wordt bepleit. Sloot: ,,Dit wordt het einde van de veehandel. De veehandelaar wordt een veredelde vrachtwagenchauffeur. Hij mag de dieren in de auto doen en een papiertje tekenen, en dat is dan dat.'' Sloot zag het al aankomen en ging een half jaar geleden vast naar de notaris om een nieuw bedrijf op te zetten. ,,Ik ga de makelaardij in. En ik ken veehandelaren die taxichauffeur worden. Of vrachtwagenchauffeur.''

Sloot werd kwaad toen hij het rapport in handen kreeg. ,,Halverwege ben ik met lezen gestopt. Toen werd ik misselijk. Opeens deugt er niets meer, en dat zegt de voormalig voorzitter van de Rabobank Wijffels, die de productie jaren en jaren opjaagde.''

Vandaag staat Bert Sloot nog tussen het vee – het is zijn handelsdag – maar de boeren om hem heen hebben het niet over `Wijffels'. ,,Ze zijn murw'', zegt Sloot.

Wat zei de `denkgroep' rond oud-Rabotopman Herman Wijffels? Dat er een einde moet komen aan `anonieme handel' in vee. Veemarkten worden verboden, en alle productie van vlees moet worden georganiseerd in vaste samenwerkingsverbanden van boer, slachter, verwerkingsbedrijven en verkopers. Zo wordt de voedselveiligheid het beste gegarandeerd, is de gedachte. Zo worden dierziektes voorkomen, zo kan de kwaliteit worden hooggehouden en tegelijk het dierenwelzijn beter worden gerespecteerd.

En dat is inderdaad het einde van de vrije veehandel, zegt Elsbeth Noordhuizen-Stassen, hoogleraar relatie mens-dier aan de Universiteit Utrecht en lid van de commissie-Wijffels: ,,De handel wordt een logistieke dienst, het gaat om eerlijke prijsafspraken, rechtstreeks tussen aannemer en ontvanger. Zonder dat daar nog een veehandelaar tussen zit.''

Mede-commissielid Aalt Dijkhuizen, tevens directeur van grootvleesverwerker Nutreco: ,,Wij hebben de handel nodig voor de logistieke organisatie van de dierstromen. Maar de handelaar die de markt afstruint, die past niet in ons toekomstbeeld.''

En hoe vrij zullen de boeren nog zijn? Geen land is vrijer dan zijn boeren, zo zeiden ze het vroeger zelf, maar als ze het nog doen sluipt de ironie in hun stem. Het toekomstbeeld dat `Wijffels' voor de veehandelaar schetst is voor hen een volgende stap in een ontwikkeling van jaren. In de agrarische sector worden de handelaren allang beschouwd als de laatste vrije jongens. Leendert Steendijk, melkveehouder in Olst: ,,Wij boeren zijn allang niet meer vrij. Er zijn twee zaken in mijn bedrijf waarover ik zelf nog mag beslissen: hoe laat ik opsta en hoe laat ik naar bed ga.'' Hij lacht bitter. ,, Verder heb ik allang niks meer te zeggen. En dat geldt voor iedereen die ik hier in het dorp spreek. Altijd gaat het over regels, regels.''

In de kalverhouderij, maar ook de pluimveehouderij en de varkenshouderij is de laatste jaren `ketenbeheer' al een codewoord geworden. Enerzijds slaat dat op regels. Zo voerde de sector, onder auspiciën van de productschappen, zelf certificaten in die herkomst van voedsel volledig inzichtelijk moet maken, de IKB-certificaten (`Integrale Ketenbeheersing').

Aan de andere kant komt het `ketenbeheer' neer op de activiteiten van grote, verticaal gestructureerde concerns die zich er – onder druk van de supermarkten – steeds meer op toeleggen de productie van veevoer tot de winkel te controleren. In de kalversector is het merendeel van de dieren bij de veehouders al in bezit van twee grote concerns, Van Drie en Alpuro. In de pluimveehouderij zijn vrijwel alle veehouders door contracten verbonden aan grote afnemers als Goossens, Stork en Nutreco.

Net als Dumeco, de grootste varkensslachter van Nederland, streven al deze bedrijven naar een zo groot mogelijke controle op veevoer, bedrijfsvoering en productie. De boer sluit een contract tegen een vaste prijs. De concerns dragen het risico en mogen bepalen welk voer de dieren krijgen (het voer van de concerns), hoeveel het in bepaalde tijd moet groeien, onder welke omstandigheden ze in hokken zitten.

Concerns houden niet van de vrije jongens. Maar loonslaven van de boeren maken, dat willen ze nu ook weer niet, zeggen ze. Nutreco-directeur Dijkhuizen: ,,Wij willen dat ze zelfstandig ondernemer zijn, dat is de beste garantie voor de hoogste prestatie. Waar we wel voor zijn is langdurige samenwerking, niet dat ze de ene week aan A leveren en de volgende week aan B.'' Dijkhuizen noemt Nutreco dan ook een ,,overlevingsbedrijf'': ,,Bij ons weten ze dat we er over vijf, tien jaar nog zijn.'' En dat moet de boer weer zekerheid voor de toekomst bieden, zegt hij.

Boeren die een verbintenis met Nutreco willen aangaan, kunnen kiezen tussen verschillende `concepten' om hun bedrijf te runnen, met meer of minder strenge eisen. ,,Voor de concepten met de meest vergaande eisen, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting en dierenwelzijn, heb je je allerbeste boeren nodig.'' Die in de winkel het duurste prijskaartje hebben. ,,Maar je houdt ook minder vergaande concepten die voor een grotere groep bereikbaar zijn.''

Die verschillende concepten stroken opvallend met het idee over ketens van de commissie-Wijffels. Commissielid Elsbeth Noordhuizen-Stassen: ,,De overheid schept per veesector de randvoorwaarden voor dierenwelzijn en veiligheid. Maar daarbinnen kunnen de ketens variëren. Een sector is zo bijvoorbeeld te verdelen in een biologische keten, een keten voor streekproducten en een keten voor intensieve veeteelt.''

De overeenkomst is niet toevallig: in de commissie-Wijffels zaten directeuren van Dumeco, Alpuro en Nutreco.

Vanuit welbegrepen eigenbelang, daar draait Nutreco-directeur Dijkhuizen niet omheen: ,,Wij willen de verandering naar de nieuwe structuur van de intensieve veehouderij versterken en hopen een groter deel van de boeren en een hogere afzet te bereiken.''

Alle boeren in een keurslijf van de concerns? Zolang de boeren óók vrije ondernemer blijven, en geen loonarbeider, zullen ze volgens landbouweconoom Krijn Poppe van het Landbouw-economisch Instituut in Den Haag ,,wijs genoeg'' zijn om zelf een keten te kiezen die bij ze past. Maar hij plaatst wel een kanttekening: ,,Als de mededingingsautoriteit er maar op toeziet dát ze kunnen kiezen.''

Landbouweconoom Ruud Huirne van de Universiteit Wageningen ziet in de opkomst van de ketenproductie een aanzet tot schaalvergroting: ,,Ketenontwikkeling is ook een strategie voor grote concerns om het eigen marktaandeel te beschermen door drempels op te werpen voor nieuwe toetreders op de markt.''

Schuilt onder alle diervriendelijkheid uit het rapport-Wijffels soms een geniaal complot van de vee-industrie? Huinre gelooft dat niet: ,,Zij maken hun winst niet ten koste van boer en consument. De vernieuwing van de landbouw is een collectief belang van de BV Nederland. We winnen allemaal, of we verliezen allemaal.''