God? Nee dank u

De gelovigen in Nederland voelen zich verdrukt en buiten spel gezet. Zes jaar Paars is niet zonder effect gebleven. Dat is mijn conclusie na een avondje religie. Ik was te gast bij de Federatie Broederoverleg Christelijke Studenten te Utrecht die een forum had georganiseerd over religie à la carte. Naast vertegenwoordigers van christendom, jodendom en islam wilden de broeders ook een atheïst in hun forum en dat was ik. In de uitnodigingsbrief gaven ze eerlijk toe dat ze eigenlijk Ronald Plasterk hadden willen hebben. Die was verhinderd en ik mocht invallen.

Ronald Plasterk zou zoiets ongetwijfeld beter doen dan ik, maar op één punt heb ik een streepje op hem voor: ik ben nooit afgevallen van het geloof, maar een derde generatie atheïst.

Tegen de tijd dat ik opgroeide was het atheïsme in huize Borst een vanzelfsprekende zaak geworden. Ik herinner mij nog dat ik bij Ter Braak las hoe hij 's nachts opkeek naar de sterrenhemel en in twijfel raakte of daarboven niet iets was dat niet met natuurwetten te verklaren zou zijn. Ik heb daar nooit last van gehad. Het natuurwetenschappelijke, darwinistische wereldbeeld is mij met de paplepel ingegoten.

Dat neemt niet weg dat ik mij wel eens verbaasd heb over christelijke vooringenomenheid. Bij mijn medische studie gebruikte ik een matig Nederlands leerboek van de christelijke psychiater Rümke. Atheïsme werd daarin behandeld als een neurose, als een onvermogen om natuurlijk gezag te accepteren, een soort Maarten 't Hart neurose. Dat mensen ook atheïstisch kunnen zijn, omdat ze braaf en conformistisch het patroon van hun atheïstische ouders volgen, was bij de christelijke Rümke nooit opgekomen.

Voordat ik op mocht treden bij het Broederoverleg kreeg ik bezoek van twee aardige christelijke studenten, die mijn bijdrage aan het forum met mij wilde doornemen. Ik denk dat ze toch bevreesd waren geworden dat die Borst zich zou kunnen ontpoppen als een vloekende, tierende godloochenaar, die zich op geen enkele manier zou houden aan de regels van een beschaafd christelijk discours. Gerustgesteld gingen zij heen. De tijd dat ik antikatholieke stukjes schreef voor het studentenblad Propria Cures ligt ver achter mij.

Wat kun je mannenbroeders uitleggen over het atheïsme? In de samenvatting die ik moest opsturen schreef ik: ``Atheïsten geloven niet in een christelijke God, sterker, zij denken dat er helemaal geen god of andere bovennatuurlijke macht bestaat. Alle bewijzen voor het bestaan van zo'n macht zijn in de loop van de menselijke geschiedenis geleidelijk ontkracht. Wonderen bestaan niet, voor veel wonderbaarlijke zaken om ons heen, zoals het ontstaan van het heelal of van het leven op aarde, beschikken wij nu over plausibele verklaringen. Atheïsten zien God en goden als fantasierijke projecties van de menselijke geest zonder realiteitsgehalte. Dat mensen troost en steun kunnen ontlenen aan die projecties kunnen de meeste atheïsten accepteren. Dat mensen morele superioriteit aan hun projecties wensen te ontlenen (`mijn God is beter dan de jouwe') vindt een atheïst echter onverteerbaar. Normen en waarden dienen ontleend te worden aan hetgeen mensen gemeenschappelijk hebben, niet aan willekeurige projecties of oude mythen.''

Dit lijkt mij een tolerante opstelling. Ik gun mijn godsdienstige vrienden de kracht en troost die zij aan hun geloof ontlenen, mits zij begrijpen dat het waarheidsgehalte van een geloof niet toeneemt met de kracht en de diepte waarmee mensen geloven. Vergelijk het met (klein)kinderen. Mensen hebben een heilig geloof in de buitengewone kwaliteiten van hun (klein)kinderen, zeker zolang ze nog klein zijn. Ik respecteer dat onredelijke geloof bij mijn vrienden, ook al weet ik dat het onjuist is, omdat ik zelf ook (klein)kinderen heb, die liever en leuker zijn.

Wat ik eigenlijk aan de broeders had willen voorleggen, maar waar ik niet aan toe ben gekomen, is een biologisch probleem: er zijn naar schatting 100.000 verschillende godsdiensten op aarde; waarom zijn sommige zoveel succesvoller dan andere? Wat maakt een godsdienst biologisch superieur, zodat de aanhangers zich sneller vermenigvuldigen en andere volken hun godsdiensten op kunnen dringen? In 1993 heeft daarover een discussie gewoed in het tijdschrift Nature. Die discussie begon met een brief waarin werd gepostuleerd dat religie (pathologische varianten uitgesloten) een poging is om menselijke `goedheid' te maximaliseren. Als religieuze gebruiken een genetische basis hebben, zullen genen die zorgen dat de maatschappij het meest harmonieus en efficiënt functioneert worden uitgeselecteerd. Zo wint de godsdienst van de aardigste mensen de darwinistische strijd om religieuze suprematie.

Kritische reacties bleven niet uit. ``Heden en verleden laten geen twijfel over de conclusie dat de diversiteit aan religies een catastrofale verdeeldheidscheppende kracht is in menselijke zaken'', schreef iemand. Biologisch gezien is dat zelfs de kern van godsdienst volgens R.H. Good. Religie scheidt `ons' van `hen', en God draagt `ons' dan op om `hen' om te brengen. Het Oude Testament staat vol van dit soort opdrachten. Waar er felle strijd is om schaarse middelen, zoals in het Midden-Oosten, is een agressieve godsdienst een handig hulpmiddel, zeker als die godsdienst ook nog een paradijs kent waar de dappere soldaten naar toe gaan als ze onverhoopt omkomen. De darwinistische strijd om religieuze suprematie wordt gewonnen door de godsdienst die `ons' het beste weet te mobiliseren tegen `hen'.

Aan zulke fundamentele vragen over godsdienst kwam het forum niet toe, maar toch viel de discussie mee. Het was de eerste echt mooie avond in mei, heel Utrecht zat in de binnenstad op straat, maar toch vulde de Aula van de Universiteit Utrecht zich volledig met serieus kijkende christelijke studenten. Het christendom leeft en de aanhangers hebben er ook nog iets voor over. De forumdiscussie ging voornamelijk over tolerantie en dat wist de gemoederen flink te verhitten. De algemene verontwaardiging over Paars richtte zich voornamelijk tegen de Onuitspreekbare, de minister die laatdunkend werd aangeduid als `de naamgenoot van de heer Borst'. Ik heb maar niet laten weten dat deze minister familie is, uit angst door een fatwah of banvloek getroffen te worden. Het was evident dat het religieuze volksdeel zich diep vernederd voelt dat hun een abortuswet en een euthanasiewet door de strot is geduwd. Het hellend vlak werd in al zijn gruwelijkheid geëtaleerd. Dat Nederland het laagste abortuspercentage in de wereld heeft, maakte geen indruk, althans niet op de andere forumleden. Als het aan hen ligt, worden al die liberale wetten afgeschaft, zodra het CDA weer aan de macht komt.

Terwijl rabbijn Evers nog vrij tevreden was over de tolerantie en godsdienstvrijheid in Nederland – je kunt alleen met een keppeltje op geen directeur worden bij Philips – bleven de moslim en de christen de hele avond verontwaardigd. De christen had nog als zendeling in Nieuw-Guinea gewerkt en hij was vooral bedroefd over de morele teloorgang van onze maatschappij. De moslim klaagde over islamitische vrouwen die geen hoofddoek om mogen in publieke functies. Ik heb hem pogen te troosten met het moeizame verloop van de emancipatie in de menselijke geschiedenis, waarbij Nederland geen uitzondering is. Ik herinner mij nog de tijd dat je als katholiek in Nederland niet zo maar in de top van het bedrijfsleven benoemd werd, dat salon-antisemitisme meer regel dan uitzondering was, en dat ook iedereen met een wat minder witte huid dan de gemiddelde Fries het ongemakkelijk had in ons land. Nederland moet gewoon nog even wennen aan die hoofddoekjes en over twintig jaar kraait er geen haan meer naar, tenminste als de volgende generatie islamitische Nederlanders nog aan zo'n hoofddoekje wil.

Voor de christen was er uiteraard geen troost. Van oudsher waren de christenen de baas in Nederland en nu dit niet meer het geval is, voelen ze zich verdrukt en gemarginaliseerd. Geen van de religieuze forumleden bracht het op om vast te stellen dat een aanhanger van de islam hier heel wat beter uit is dan een atheïst of zelfs een christen in islamitische landen. De christen wilde nog wel toegeven dat die Inquisitie niet mooi is geweest, maar echte gêne over de beschamende historische track record van het christendom ontbrak ten enenmale. Opvallend was wel dat de oude klacht over het gebrek aan normen en waarden van de atheïst achterwege bleef. Kennelijk is inmiddels doorgedrongen dat geloof niet bijdraagt aan fatsoen en dat zelfs arme zielen die atheïstisch zijn opgevoed kunnen voldoen aan de hoogste christelijke normen van naastenliefde.

Na de pauze mochten de studenten vragen stellen en dat viel wat tegen. Christelijke studenten zijn vooral bezorgd over de 24-uurs economie. Als er geen klemmender problemen zijn dan dat, hebben de Broeders het kennelijk goed. De avond eindigde vrij abrupt, net toen de discussie op gang kwam. Universiteiten zijn namelijk niet meer plaatsen waar nachtenlang gediscussieerd wordt over klemmende intellectuele problemen, maar organisaties die goed opletten dat er niet meer overuren geschreven kunnen worden dan strikt noodzakelijk is. Om tien uur gingen de deuren dicht en mocht de discussie op de stoep worden voortgezet.