Feest Twools 4 eindigt met kater

Saai en langdradig, meer is er niet van Twools 4 te maken. Ed Wubbe, artistiek leider van het Scapino Ballet dat dit jaar een decennium als stadsgezelschap van Rotterdam bestaat, vond de succesformule van Twools zo'n twee jaar geleden uit; korte choreografieën van verschillende makers in een feesttempo achter elkaar. De eerste was inderdaad een feest, er werd geswingd en gehiphopt, het had kwaliteit en was verrassend. Tussen de schuifdeuren van Wubbe doken onvermoede choreografische talenten op, dansers bleken ware acteurs en de abstracte dans ging hand in hand met luchtiger werk.

Twools werd bijna cult maar met elke volgende aflevering werd de formule sleetser, tot er nu helemaal niets meer van over is. De manke hiphopper Paulo Nunes bijvoorbeeld, eerder aanwezig met zijn makkers van de 010 B-Boyz, staat nu in een onaf en onduidelijk duet van Wubbe z'n spierkracht te showen. Dat mag ook wel, Nunes was ooit wereldkampioen, maar Wubbe doet er weinig mee en stelt er met danser Robert Hlatky geen contrast tegenover. Ze dralen wat halfslachtig om elkaar heen.

Wubbe neemt 4 van de 10 choreografieën voor z'n rekening, waarvan de opening en het slot choreografieën aan een grote feestdis zijn. In de eerste wachten zestien dansers synchroon trommelend, roffelend en armen zwaaiend op het feestmaal, het slot is een choreografie van bestek en borden, ook weer synchroon, doorgegeven voor de afwas. Danseressen Inma Rubio Tomas en Sacha Steenks krijgen ieder een solo op de van drama uit elkaar spattende muziek van Sergej Rachmaninov en Gustav Mahler. De eerste fladdert wat rond, Steenks zoekt het in het verstild bewegen door de ruimte. Het maakt het programma weemoedig, zwaar en weinig feestelijk of energiek. De verstilling werkt alleen wanneer Sun Hee Dieben en Kevin O'Halloran hun hunkering naar liefde zichtbaar maken in de dans. De tergend langzaam rokende O'Halloran heeft iets van een mafioso die zijn aanhankelijke `vrouwtje' uitgekiend iets te weinig liefde toont. Zodat ze afhankelijk blijft. Hier is Wubbe ijzersterk.

Thom Stuart, ex-danser bij Scapino en inmiddels leider van zijn eigen The Dutch Don't Dance Division, doet Twools nog eer aan door een waar ballroom-travestietenduet, Fortuna's Follies, te maken en een showy groepswerk, Weena, dat zich afspeelt in een soort nachtclub vol met sm-meesteressen en strakke rijen dansers. Hartstikke geinig maar het verzandt tussen de Mahlers en Rachmaninovs. Acteur Hans Dagelet choreografeerde danser Mischa van Leeuwen in That's it. Van Leeuwen vertelt op film wat over zijn weinig spectaculaire jeugd en schokt bijna spastisch door de ruimte. Ondanks de live uitgevoerde muziek van Telemann, is het wat het is en gaat het, best aangenaam, gewoon voorbij.

De enige echte `kunst' werd gemaakt door het choreografenduo Elshout & Händeler in Grip. Hun muzikale keuze (Lucid Terror), decor en licht, kostuums en ruimtegebruik staken er met kop en schouders bovenuit en werd ook nog eens mooi gedanst door Zsolt T. Garzó en Bonnie Doets. Het stemde toch droevig dat ook zij het jubileumfeestje maar niet een aangename groove konden meegeven. Twools 4 is een van die feestjes die eindigt met een kater.

Voorstelling: Scapino Ballet: Twools 4. Choreografieën van Ed Wubbe, Gael Domenger, Nanine Linning, Thom Stuart, Elshout & Händeler, Sacha Steenks. Gezien 30 mei schouwburg Rotterdam alwaar nog t/m 2/6. Inl.: www.scapinoballet.nl of (010) 4142414