EKO-keurmerk

`Onderzoek KPMG: EKO-keurmerk is niet betrouwbaar' kopt NRC Handelsblad op 18 mei.

Wat is hier aan de hand? Skal, de controleorganisatie voor biologische producten, heeft KPMG onderzoek laten uitvoeren, nadat actualiteitenrubriek Nova vorig jaar vraagtekens had gezet bij de betrouwbaarheid van het EKO-keurmerk. Het betrof drie voorbeelden uit 1998/'99 van Teakhout uit Costa Rica, sesamzaad uit Ethiopië en bietsuiker uit Slowakije. KPMG heeft in haar rapport geconcludeerd dat er weliswaar fouten zijn gemaakt bij Skal, maar dat in deze gevallen geen producten ten onrechte met het EKO-keurmerk op de markt zijn gebracht.

Wel maakt KPMG een kanttekening bij het feit dat producten een keurmerk krijgen op basis van `procescertificering' en dat er geen `productcertificering' plaatsvindt. Met andere woorden: er wordt gekeken of de producten op een biologische manier worden geproduceerd, de eindproducten worden niet gemeten op bijvoorbeeld residuen van bestrijdingsmiddelen. KPMG schrijft dat het EKO-keurmerk mogelijk verwachtingen wekt bij de consument, die de huidige procescertificering niet waar kan maken.

Of de consument werkelijk verkeerde verwachtingen heeft, zoals KPMG stelt, is de vraag. Het heeft echter niets met onbetrouwbaarheid te maken.

Een biologisch product is wettelijk omschreven als een product dat middels de biologische landbouwmethode is geproduceerd. Er bestaan inderdaad geen `biologische productcriteria'. Dat procescertificering plaatsvindt is logisch. Aan een karbonade kan niemand zien hoeveel vierkante meter stalruimte het varken heeft gehad. Ook andere bekende keurmerken, die in de winkel op producten staan, zijn toegekend op basis van procescertificering, zoals het Milieukeur, het Max Havelaar Keurmerk en de keurmerken voor scharrelvlees en -eieren. Totnogtoe blijkt de procescertificering tevens een goede garantie voor het eindproduct (uit onder meer onderzoeken van de Consumentenbond).

Dit is dus geen reden om het keurmerk onbetrouwbaar te noemen.