Eenvijfde van treinen met vertraging

Gemiddeld 21 procent van de treinen had het afgelopen jaar (maart 2000 tot en met februari 2001) vertraging. Het percentage vertragingen is daarmee gestegen. Op één traject was 63 procent van de ritten vertraagd.

Dit blijkt uit het halfjaarlijkse punctualiteitsonderzoek van reizigersorganisatie Rover. De top tien van baanvakken (stukken spoor van het ene naar het andere station) en treinseries met de meeste vertragingen laat zien dat het landelijke, gemiddelde punctualiteitscijfer dat NS publiceert geen goed beeld geeft van de vertragingen op de aparte lijnen. NS stelt daarover zelf geen informatie beschikbaar.

De vaakst vertraagde trein is de hogesnelheidstrein Eurocity (de ICE) tussen Amsterdam en Keulen. Die is het afgelopen jaar in 63 procent van de gevallen drie minuten of meer te laat vertrokken of aangekomen. Op de tweede plaats staat de stoptrein tussen Utrecht en Zwolle, die bij 51 procent van de ritten vertraging had.

De cijfers verschillen fors van de vorige punctualiteitmeting van Rover. Toen had de vaakst vertraagde trein nog maar in 31 procent van de gevallen vertraging.

Het baanvak waarop zich het vaakst vertragingen voordoen, is dat van Amsterdam en Schiphol naar Amersfoort. In respectievelijk 58 en 57 procent van de gevallen liepen de treinen daar vertraging op. Ook hierbij geldt dat het percentage vertragingen bij de vorige meting aanzienlijk lager was dan nu, namelijk 35 procent. Welke reden dit heeft, is nog niet duidelijk. Rover verwacht over enkele weken klaar te zijn met een analyse van de oorzaken van het gestegen percentage vertragingen.

Rover heeft gedurende enkele maanden metingen verricht op zeven stations. Volgens voorzitter R. Schoonveld van Rover vertonen de punctualiteitscijfers sinds september 2000 ,,een dramatische terugval''. Dit heeft volgens hem te maken met het tekort aan personeel en materieel bij NS en met de gebrekkige kwaliteit van de infrastructuur. ,,De resultaten zijn veel slechter dan zou moeten.''

Het landelijke, gemiddelde punctualiteitscijfer van Rover komt enigszins overeen met dat van NS. Over het jaar 2000 meldt NS dat 16,3 procent van de treinen vertraging had. ,,Ons cijfer is over het algemeen iets negatiever dan dat van NS, omdat wij op de stations zelf meten. NS gebruikt de cijfers van de Verkeersleiding, die net iets voor de stations meet.''

Het punctualiteitscijfer maakt deel uit van de `kwaliteitsthermometer' die Rover over enkele weken zal publiceren. Hierin worden elk half jaar naast het percentage vertragingen ook de vaakst gemiste aansluitingen en de kwaliteit van de service op de stations gemeten en geanalyseerd.