DE WAARDE VAN EEN DRS.

De overlap tussen hbo en universiteit is groter dan ooit. Toch kiezen hbo-gediplo- meerden nog steeds massaal voor de universiteit.

Ze hebben een eigen onderzoekstaak, worden omringd door een vast groepje docenten en beschikken over hoogleraarskwaliteiten. Hogescholen stellen vandaag de dag leerstoelhouders aan, vergelijkbaar met hoogleraren op de universiteit. Hun onderzoek moet, net zoals dat van de hoogleraar, doorklinken in hun onderwijs aan studenten. De overkoepelende organisatie voor het hoger beroepsonderwijs, de hbo-raad, wil jaarlijks zo'n zestig leerstoelhouders benoemen. Over tien jaar zijn dat er dan zeshonderd. Ze heten nu nog lectoren, maar er gaan al stemmen op om ze ook maar hoogleraar te noemen.

Uit academische hoek wordt de hogescholen verweten dat ze universiteitje spelen. Maar de hbo-raad heeft daar lak aan. ``Mijn stelling is: je moet kijken naar wat de samenleving vraagt van het hoger onderwijs'', zegt voorzitter Frans Leijnse. En de samenleving heeft behoefte aan centra waar kennis wordt ontwikkeld en uitgedragen, niet aan onderwijsfabrieken, weet hij.

De hogeschool en de universiteit groeien steeds verder naar elkaar toe. Het hbo heeft allang niet meer het alleenrecht op beroepsgerichte opleidingen. Universiteiten verzorgen studies als bedrijfskunde, journalistiek, bedrijfseconomie en bedrijfscommunicatie, die veel meer geld in het laatje brengen dan klassiekers als fysica of filosofie. Het onderwijs zelf is ook praktijkgericht. Ouderejaars lopen net als de hbo'er stage en in het modieuze duale onderwijs zit de aanstaande doctorandus minstens een half jaar van negen tot vijf op kantoor. Universitaire opleidingen laten hun oren hangen naar het bedrijfsleven, want hun afgestudeerden moeten inzetbaar zijn. Zelfs de bèta's bleken de laatste jaren gevoelig voor de kritiek van bedrijven dat ze nerds opleiden. Ze leren hun studenten nu sociale vaardigheden en communicatietechnieken. Net als de hbo'er wordt de universitaire student een strak onderwijsprogramma doorgeloodst, vaak in kleine groepen. De laatste heeft ook zijn jargon aangepast. In de wandelgangen van de universiteit hoor je studenten over `school' en `huiswerk maken'. Nog een paar jaar en ze heten ook hetzelfde: bachelor en master.

Startfuncties

Veel grote werkgevers maken bij startfuncties geen onderscheid meer tussen de hbo'er en de academicus. Zo laat de ING Groep de laatste paar jaar meer hbo'ers toe tot haar traineeprogramma dat talenten klaarstoomt voor topfuncties. ``Wij selecteren mensen die een bovengemiddeld denk- en werkniveau hebben en daarnaast actief zijn geweest in studieverenigingen, sportverenigingen en dergelijke. En de betere student in hbo-land heeft die kenmerken op dit moment ook. Ze hebben een academisch niveau, zijn in hun studententijd actief geweest in bestuurlijke functies en kijken verder dan de grenzen van hun eigen land'', zegt hoofd recruitment van de ING Groep, Anita van Oss.

Bij KPN doorlopen hbo'ers en academici gescheiden selectieprocedures. De aangenomen academici komen terecht in het traject dat naar de topfuncties leidt. Ambitieuze hbo'ers moeten bij KPN geduld hebben. Nog wel. Volgens manager arbeidsmarktcommunicatie Marcel van der Haas van KPN zal dat binnenkort veranderen. ``Juist omdat de verschillen tussen academici en hbo'ers steeds kleiner worden, willen we hbo'ers sneller gaan toelaten tot ons toptraject.''

Als hij de kranten doorbladert of een woordje wisselt met werkgevers constateert Frans Leijnse van de hbo-raad het ook: voor startfuncties op niveau kunnen bedrijven zowel met een academicus als met een hbo'er uit de voeten. Hij kijkt er niet van op. ``We doen altijd alsof de universiteiten zich pas de laatste jaren hebben aangepast aan de arbeidsmarkt, maar in feite zijn ze altijd al gericht geweest op de uitoefening van een beroep. Kijk naar een opleiding als rechten of medicijnen. De hbo-opleiding heeft zich op haar beurt de afgelopen twintig jaar ontwikkeld van een meer ambachtelijke opleiding tot een bredere oriëntatie op de arbeidsmarkt, waarbij analytisch denken en reflectie op de praktijk belangrijk zijn.'' Leijnse vindt het onderscheid dat Nederlanders maken tussen hbo en wetenschappelijk onderwijs krampachtig. We zouden in dit verband wat van de Amerikanen kunnen leren, vindt hij. ``In de Verenigde Staten is in iedere opleiding van niveau aandacht voor academische vorming.''

Massaal

De gebruiker van het hoger onderwijs denkt er toch anders over, getuige de vele hbo'ers die na hun studie nog naar de universiteit gaan. Afgestudeerde hbo'ers kiezen er massaal voor om aan de universiteit eenzelfde vakgebied te gaan volgen als ze al deden op het hbo. Hun aandeel is sinds 1996 alleen maar gegroeid. En dat terwijl de studiefinanciering terugliep. Ruim tien procent van de studenten op de universiteit heeft een hbo-diploma. Een flink deel van hen moet zich diep in de schulden steken om de studie te kunnen bekostigen.

Bij bedrijfskunde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen is zelfs driekwart van de studenten afkomstig uit het hbo. Ze kunnen in Nijmegen dan ook in twee jaar hun doctoraaldiploma halen. Elvira Hurkmans is een van hen. Ze volgde op de hogeschool de studie `personeel en arbeid' en studeert over een paar maanden als bedrijfskundige af in `personeel en organisatie'.

Of neem Koen Geijzers. Hij studeerde 'commerciële economie' aan de heao en verdiept zich nu aan de universiteit in 'strategie, marketing en distributie'. Dat is vrijwel hetzelfde, verzekert Geijzers. Hij kreeg het eerste half jaar van zijn tweejarige studie dan ook Aha-Erlebnis na Aha-Erlebnis. ``Veel van de stof had ik allang gehad. Soms werden dezelfde broeken gebruikt.'' Maar de manier waarop de stof wordt benaderd, is anders op de universiteit en dat is volgens Geijzers nu precies de meerwaarde. ``Op de heao leer je van alle vakgebieden een beetje, maar de samenhang tussen die vakgebieden ontbreekt. Hier op de universiteit heb ik pas geleerd het geheel te overzien.''

Dat het hbo en de universiteit verschillen, is voor beide studenten evident. Anders hadden ze ook niet voor de universiteit gekozen. Maar ze hadden wel verwacht dat de universiteit minder op het hbo zou lijken. Dat er bijvoorbeeld minder les gegeven zou worden in kleine groepen. En dat het onderwijs een stuk pittiger zou zijn. Geijzers: ``Ik had een hoger abstractieniveau verwacht. Verwacht dat we dieper zouden ingaan op onderwerpen, dat ik vaker mijn hoofd zou moeten breken over vraagstukken.''

Toch zouden ze de stap weer nemen als ze opnieuw voor de keuze stonden. Niet in de laatste plaats omdat ze met een doctoraalbul op zak betere banen kunnen krijgen. Ze geloven er geen fluit van dat de hbo'er en de academicus de werkgevers even lief zijn. ``De meeste hbo'ers die meteen gaan werken op een personeelsafdeling krijgen in eerste instantie een functie met allerlei administratieve taken. Daar heb ik geen zin in. Ik wil me bezighouden met de ontwikkeling van de organisatie en op een strategische plek in het bedrijf terechtkomen. Dat kan ik wel vergeten met alleen een hbo-diploma'', zegt Hurkmans.

Ernestine Simonis van werving- en selectiebureau Young Executive Recruitment geeft de studenten groot gelijk. Volgens de consultant heeft de flexibele houding van werkgevers meer te maken met de krapte op de arbeidsmarkt dan met een gelijke waardering van hbo'ers en academici. ``Als de markt krap is, moet je ook de goudhaantjes van het hbo gaan aannemen. Maar als morgen de markt door een of andere onvoorziene omstandigheid plotseling inklapt, zul je zien dat de lat weer hoger wordt gelegd. Dan geven werkgevers opeens weer de voorkeur aan academici.''

Aangesleept

Mariëtte Pasman van uitzendbureau Topstart heeft dat vermoeden ook. ``Kijk naar de automatiseringsfuncties. Voorheen vroegen werkgevers in de automatisering meestal academici, nu staat er in vacatures `minimaal hbo-niveau'. Ze krijgen de mensen gewoon niet aangesleept.''

Maar de vraag is of werkgevers tegen de tijd dat een recessie intreedt wel in staat zullen zijn de praktijkstudent en de academicus uit elkaar te houden. Niet alleen dragen ze straks dezelfde titels, de kans is groot dat ze ook aan dezelfde instelling studeren. Dankzij de fusies in het hoger onderwijs, zoals die tussen de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam, waarbij de nieuwe instelling waarschijnlijk University van Amsterdam gaat heten. Of die tussen de Vrije Universiteit en de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle die in gang is gezet met het voornemen van de VU om vanaf 2002 wetenschappelijk onderwijs aan te bieden in Zwolle. Zodat een student straks hbo-onderwijs kan volgen aan de University of Amsterdam en wetenschappelijk onderwijs aan de hogeschool in Zwolle.