De paradox van Blair

Wordt Tony Blair de eerste Labourpremier die twee opeenvolgende termijnen wint? Nog maar één man in Groot-Brittannië twijfelt daaraan: Blair zelf. Als hij zijn notoire onzekerheid en obsessie met de peilingen kwijtraakt, kan hij een groot premier worden. Wil de echte Tony Blair opstaan?

Boe!

Wat? Boe?

Tony Blair keek op van zijn papier, over de zee van dameshoofden in het Wembley-stadion. Roepen plattelandsvrouwen boe tegen de premier, zag je hem denken. Hij had ze nota bene net geprezen om de ,,Britse waarden en tradities'' en ,,de moderne gemeenschap'' die ze vertegenwoordigen en omdat ze huiselijk geweld en aids hoger op de agenda hadden gezet. Nu was hij aan het uitleggen wat Labour sinds 1997 had gepresteerd. En wat er nog meer ging verbeteren in het onderwijs, de zorg, de misdaadbestrijding en het openbaar vervoer.

,,Ik ben blij dat we een debat hebben'', probeerde hij nog, terwijl paniek, boosheid en verbazing om voorrang vochten op zijn gezicht. Langzaam handgeklap klonk op. Er begon een spreekkoor. Blair raffelde zijn speech af en vertrok.

Het was zijn Ceausescu-moment, luidde meer dan één cynisch commentaar. Het Women's Institute, formeel apolitiek maar oerconservatief, wilde zich niet laten gebruiken voor Blairs borstklopperij. Maar de vergelijking met de Roemeense dictator, die in zijn laatste redevoering in 1989 ontdekte dat zijn volk hem niet meer lustte, is overdreven. Blair leeft nog. En als de peilingen niet bedriegen, haalt hij bij de verkiezingen volgende week zelfs een monsterzege. Dan wordt hij de eerste Labourpremier die voor de tweede achtereenvolgende keer een mandaat voor vijf jaar krijgt, mogelijk met een nog grotere meerderheid dan hij nu heeft.

Blair heeft genoeg reden voor zelfvertrouwen, lijkt het. En toch loert al vier jaar twijfel onder het oppervlak. De plattelandsvrouwen brachten die naar buiten, niet voor het eerst en niet voor het laatst. Hij ligt twintig punten voor op de oppositie, maar, zei hij in de aanloop naar de verkiezingen. ,,Ik weiger ook maar iets aan te nemen. We moeten vechten voor elke stem.''

Experiment

Blairs onzekerheid is ingebakken, gelooft Andrew Rawnsley, wiens Servants of the People, the Inside Story of New Labour maandenlang in de boekentop 10 heeft gestaan. Na alle Labournederlagen moet Blair volgens hem nog steeds wennen aan het feit dat hij echt premier is en denkt hij soms als een oppositiepoliticus in plaats van als leider. Door zijn obsessie met opiniepeilingen, krantenkoppen en focus groups bestuurt hij het schip te vaak ,,met de zeilen, niet met het roer''. Rawnsley: ,,Hij heeft het politieke debat gewonnen, maar om een werkelijk groot premier te worden moet hij eerst zichzelf overwinnen.''

Op 7 juni neemt hij daartoe een cruciale psychologische horde. Een tweede termijn is ,,het allerbelangrijkste'', zei hij vlak na zijn aantreden al. Pas na donderdag weet Blair echt zeker of het experiment van `New Labour' meer was dan de zoveelste flirt met een partij die de afgelopen eeuw in totaal niet meer dan 21 jaar heeft geregeerd.

Tony Blair is een paradox. Hij kwam binnen op een golf van weerzin tegen de Conservatieven, maar ook dankzij de belofte dat zijn beleid niet veel van zijn voorgangers zou verschillen. Dat is grofweg uitgekomen. Door een tikje rechts van het midden te houden heeft Blair voor het eerst bewezen dat de economie ook bij een Labourregering in goede handen is. Hij heeft de behoudende middenklasse die hem in 1997 koos niet afgeschrikt met scherpe belastingverhogingen of hernationaliseringen en hij bewondert openlijk de zakelijke hervormingen van Margaret Thatcher.

De werkloosheid is licht gedaald, de inkomens zijn licht gestegen, zoals in veel landen. Het effect van zijn investeringen in ziekenhuizen en scholen, gepresenteerd als het radicale alternatief voor achttien jaar snijden onder de Tories, zal pas in een tweede termijn blijken. Het aantal inbraken zakt, maar de kans om vermoord te worden stijgt. De spoorwegen beginnen eindelijk op te krabbelen uit de chaos, maar de files zijn langer.

Schotland en Wales hebben eigen parlementen en Noord-Ierland went aan vrede, een proces dat John Major begon en Blair afmaakte. Zijn internationale vuurdoop, de oorlog in Kosovo, doorstond hij met glans. Hij wil zijn land een plaats geven `in het hart van Europa', maar houdt zich op de vlakte over de euro.

Blair lijkt vier jaar netjes op de winkel gepast te hebben, en geen grote fouten te hebben gemaakt. Dat is voor een kabinet onder Labourvlag uitzonderlijk. Toch is het vraag of het genoeg is voor een staande ovatie op 7 juni. ,,Onder degenen die de laatste keer op hem stemden, stemden er veel tegen de Tories'', schrijft The Economist, die Blairs grote voorsprong toeschrijft aan de verdeelde en te ver naar rechts opgeschoven oppositie en ,,tolerantie van de Britten voor middelmatigheid''. ,,Als de kiezers dit keer apathisch en cynisch zijn, is het omdat hij ze nog geen positief argument heeft gegeven op hem te stemmen'', aldus het blad. ,,Dat is zijn taak in een nieuwe termijn: hij moet zijn land laten weten wie hij is.''

Bambi

Op zijn 43ste werd Blair de jongste premier in de Britse geschiedenis. Vier jaar regeren zijn hem aan te zien. En niet alleen omdat hij 's nachts de luiers moet wisselen van Leo (1 jaar). Niemand noemt hem nog Bambi. ,,Ik heb littekens op mijn rug'', zegt hij zelf. En een paar daarvan heeft hij aan zichzelf te wijten.

Zijn opzichtige pogingen te voorkomen dat Labourrebel Ken Livingstone burgemeester van Londen zou worden, hadden een averechts effect. Hetzelfde gebeurde in Wales, waar hij een vertrouweling wilde parachuteren als chef van de nieuwe assemblee. De premier die beloofde zo veel mogelijk macht aan de regio uit te delen, wekte in praktijk de indruk autoritair te zijn.

En aan de Theems bij Greenwich glanst de onverkoopbare Millennium Dome, een witte schedel boven een gat van een miljard pond. Blair heeft de Dome tegen beter weten in doorgedrukt en spreekt nog steeds over ,,een groot succes''. Maar als Blair `Red Ken' had laten lopen of vroegtijdig had toegegeven dat de Dome een vergissing was, hadden veel Britten hem waarschijnlijk een vent gevonden, niet de control freak waarvoor ze hem nu houden.

Fouten erkennen gaat hem niet makkelijk af. Hij kan het wel, maar je moet tussen de regels luisteren. Als de dames in de Wembley Arena niet zo hard hadden geboe'd, hadden ze hem bijvoorbeeld een soort excuus horen maken voor zijn obsessie met spin, de zo gunstig mogelijke presentatie van het beleid, onder leiding van zijn woordvoerder Alastair Campbell tot kunst verheven. ,,Wij van de regering – dat betekent ik – moeten de mensen meer vertrouwen, discussies durven aangaan en niet langer vechten om elke krantenkop'', zei Blair.

Of het heeft geholpen is nog wel de vraag. Reis een dagje mee met zijn campagne en ontdek hoe meedogenloos het script is dat hij afwerkt. Tussen zijn speeches, het doorknippen van linten, bezoeken aan ziekenhuizen, scholen of politieacademies is juist geen ruimte voor discussie of een gewoon gesprek. Het publiek blijft achter dranghekken, journalisten mogen in hun eigen schaapskooi in de uitgereikte lijst met key points lezen dat de investering per leerling in deze gemeente nu 230 pond bedraagt, thanks to Labour. De leider springt uit zijn bus, zegt voor de camera's wat hij te zeggen heeft, en is weer verdwenen.

Heel even leek Blair onder de stolp vandaan te komen, toen hij een fish & chips-winkel binnenliep, en een praatje maakte met de echte mensen waar hij het over heeft. Maar toen hij zich een dag later in Birmingham opnieuw in een menigte stortte, werd hij aangevallen door een vrouw. Ze verweet Blair dat haar partner, die aan kanker lijdt, geen specialist te spreken kreeg en door beddengebrek was gedumpt op een vuile gang. Dat stond niet in het script en de premier leek verlamd.

,,Het spijt me'', stamelde hij en begon over ,,de dingen die we gaan doen in de zorg''. Sharron Storer – heel het land kent haar naam intussen – wou er niets van weten. ,,Het spijt u niet, want als het wel zo was, zou u er iets aan doen'', zei ze fel, terwijl de hele scène live op televisie werd uitgezonden.

Clinton, Blairs politieke rolmodel, had zich er heel anders uit gered, zei Joe Klein, de auteur van Primary Colours, een roman over Clintons tocht naar het Witte Huis. Bill was ,,op zijn minst in tranen uitgebarsten, had geëist dat hij haar partner onmiddellijk te spreken kreeg en zou beloofd hebben iets aan zijn zaak te doen''. Blair schiet in een stuip en geeft algemene, defensieve antwoorden, die misschien niet onwaar zijn, maar te weinig betekenen.

Sindsdien houdt de premier zich ver van elke menigte. Alleen in de vraag- en antwoordsessies met een klein, geselecteerd publiek lijkt hij zich vrijer te voelen, ook als de camera's snorren.

Bijna religie

Wat laat je vrij, wat hou je scherp onder controle? Blair is niet de enige die met dat dilemma worstelt. Het is representatief voor de huidige generatie politici, gelooft David Marquand, hoogleraar politieke wetenschappen aan Mansfield College in Oxford. ,,Ze willen macht weggeven in het belang van modernisatie van onderop. Maar voor de andere helft willen ze de macht juist concentreren in het belang van modernisering van bovenaf. Dat kan niet doorgaan, maar hoe?'', aldus Marquand in The New Statesman.

Na vier bittere nederlagen kon Labour maar één ding doen: veranderen. Na de dood van John Smith, de opvolger van Neil Kinnock, zette Blair dat werk vanaf 1994 rücksichtslos voort. De partij van kibbelende, defaitistische socialisten werd een centraal geleide, efficiënte machine onder een nieuw merk met een minimum aan historische ballast. En wie niet in de pas liep, kon vertrekken.

De oude garde, bij wie het hart links bleef kloppen, vindt nog steeds dat Blair zijn ziel aan de duivel heeft verkocht. ,,Hij is Thatcher met een broek aan'', zei John Tilley, een ontslagen ploegleider bij Corus in Zuid-Wales, Labour-heartland bij uitstek. Blair is inderdaad niet bereid onrendabele bedrijven met de staatskas overeind te houden. In een wereld van verdwijnende grenzen tussen staten, economieën en culturen zou dat ook kortzichtig zijn, vindt hij.

Links heeft te lang geweigerd de economie serieus te nemen, schreef Blair kortgeleden in Prospect. ,,What matters is what works'', zegt hij soms luchtig over zijn pragmatisme. Maar hier deed hij een poging de Derde weg een fundament te geven. ,,Effectieve markten zijn een voorwaarde voor een succesvolle, moderne economie. De vraag is niet óf we ze moeten hebben, maar hoe we individuen in staat stellen daarbinnen hun potentieel te vervullen en hun verantwoordelijkheden na te komen'', aldus Blair.

Hoe? Door de economie stabiel te houden, door het omarmen van technologie en nieuwe kennis, door het onderwijs te verbeteren, sociale mobiliteit te verhogen en door internationaal engagement. Dat brengt welvaart en een betere samenleving. En omgekeerd zijn gebrek aan scholing, een hoge werkloosheid, racisme en seksisme ,,niet alleen sociaal verkeerd, maar ook economisch inefficiënt''.

Juist `centrum-links', met zijn traditionele nadruk op solidariteit en rechtvaardigheid, is volgens hem beter in staat praktische oplossingen te bedenken dan `het bankroete laissez-faire van rechts'. ,,There is no such thing as society'', zei Margaret Thatcher. Volgens Blair is society juist het enige wat er is. Geen maatschappij van uitvreters en geluksvogels, maar ,,een meritocratie''. Die is als enige in staat ,,de economische kansen en het talent van iedereen maximaal te exploiteren''.

Dus krijgt de ontslagen staalarbeider wel een uitkering, maar niet te hoog en niet te lang, want Blair geeft hem liever een lening om zich te laten omscholen of een eigen bedrijfje te beginnen. En als een vrouw in een Londens publiek hem vraagt of hij de universiteiten niet wil dwingen meer kinderen van openbare scholen toe te laten, zegt hij: ,,Nee. Wíj moeten de kwaliteit van het staatsonderwijs verbeteren, maar uw dochter moet op eigen kracht het toelatingsexamen halen.''

Die ideologie, als je het zo mag noemen, is voor hem geen ,,opgewarmd liberalisme'', geen ,,betekenisloze middenkoers tussen rechts en links'', maar een synthese waarin de oude tegenstellingen zijn opgelost. ,,Simpel en diepzinnig tegelijk'' – bijna religie.

Vervolg op pagina Z2 (30)

Tony Blair

Vervolg van pagina Z1 (29)

Meer dan eens heeft Blair gezegd te zijn beïnvloed door de Schotse `christen-socialist' John Macmurray uit de jaren '30, die hij ontdekte tijdens zijn rechtenstudie in Oxford. Door het belang van de samenleving te dienen, helpen we alle individuen erin, incluis onszelf, vond Macmurray, in een vroege echo van wat later de stakeholder society zou heten. Altruïsme als hoogste vorm van eigenbelang. ,,Dat leek me een zinnige uitleg van de menselijke conditie'', zei Blair in 1994. ,,Christelijke filosofie en centrum-linkse politiek leken erin samen te vallen.''

Blair betoogt het al tien jaar lang consequent in elke speech voor elk publiek in alle varianten en toonsoorten. Soms denk je haast dat hij een beetje nijdig is dat ze het nog steeds niet begrijpen. Dan krijgt hij een frons en klaagt hij over het ,,luie negativisme'' van mensen die beter zouden moeten weten. Maar zijn botsingen met alle teleurgestelden – bejaarden, boeren, ziekenfondspatiënten, vrachtrijders, vossenjagers, huisartsen, antikapitalisten, onderwijzers, verpleegsters en plattelandsvrouwen – suggereren dat hij het nog veel vaker moet uitleggen.

Wie kan ze ongelijk geven? Het duurt nog steeds een half jaar voor je aan de beurt bent voor een longfoto, al hoest je nog zo verdacht. Het valt nog steeds moeilijk te bewijzen dat de Britse spoorwegen een dienstregeling hebben. En elke winter sterven nog steeds een paar honderd bejaarden die de gasrekening niet kunnen betalen. Blair vraagt voortdurend nog even geduld te hebben, maar belooft dat in de hemel de taart klaar staat, voor iedereen.

Als Blair zich van die ,,inclusieve'' kant laat zien lijkt hij het meest op de blije dominee A.R.P. Blair, de vicar van de St Albionparochie, die elke week optreedt in het satirische weekblad Private Eye (,,Hullo, Yes, hullo, everyone!''). Dan is hij `Tefal Tony' met zijn sociale mimicry, die zijn Oxford-accent kan aan- en uitschakelen naar believen, die de ideale schoonzoon kan spelen, de zakenman, de intellectueel en de toffe gozer met zijn maten in de pub – Y'know, I mean, innit? Blair, de progressieve conservatief, de politieke kameleon, in wiens tent plaats is voor iedereen. Veel Britten ergeren zich of lachen erom, en nog harder als cabaretier Rory Bremner hem nadoet. Ze vragen zich ook nog steeds af waar Blair nu echt voor staat.

In de Kosovo-crisis nam hij het voortouw in een reflex van christelijk fatsoen. Op zulke momenten zijn de Britten trots op de moed en het charisma van hun leider, zelfs als ze het niet met hem eens zijn. En toch is hij geen `vechter' in de traditie van Churchill of Thatcher en niet `radicaal', al beweert hij het tegendeel, betoogt Marquand. Blair is eerder een `verzoener'. Een consensuspoliticus die eigenlijk niet veel verschilt van zijn Conservatieve voorganger John Major. Blair kiest nog steeds niet tussen een staatsinrichting naar Amerikaans model met een hoogste belastingschaal van veertig procent en een continentale verzorgingsstaat, schreef de zakenkrant The Wall Street Journal kortgeleden; ,,US-style taxes can't pay for German-style welfare''. Dat had ook op het laatste Tory-kabinet kunnen slaan.

Grote vraag is of Blair in een nieuwe ambtsperiode wel grote keuzes wil of moet maken. Is hij bereid vijanden te maken? Wat doet hij als de economie tegenzit en het vijfjarenplan van Gordon Brown, de minister van Financiën, te optimistisch blijkt? Belastingen verhogen, snijden of geld lenen? Durft hij de Britten euroland binnen te leiden? Blair neemt het voortouw bij de uitbreiding van de EU en maakt zich sterk voor hervormingen, die van Europa ,,een supermacht, maar geen superstaat'' moeten maken. Maar hij weet ook dat de Britten maar half serieus genomen worden zolang ze niet meedoen aan de euro, die een meerderheid thuis nog afwijst.

Bob Worcester, chef van opinie-instituut MORI, zegt dat Blairs ,,belangrijkste karaktertrek het vermijden van risico's is''. Hij vermoedt dat Blair een referendum over de euro daarom zelfs wil uitstellen tot hij zeker is van een derde termijn.

Of hij dan nog premier is, valt te bezien. Brown loopt zich al jaren warm om hem op te volgen en er wordt gespeculeerd dat Blair tussentijds voor hem plaatsmaakt. Hij is nog geen 50 en heeft eerder gezegd nog wel eens in het bedrijfsleven te willen.

Soms lijkt het of er inderdaad iets van het heilig vuur begint te verdwijnen. Toen Blair deze verkiezingen uitschreef in een christelijke meisjesschool in Zuid-Londen klonk zijn belofte van nog weer meer ,,radicale veranderingen'' bekend en beetje schril. Er zong een koor op de achtergrond en de zon scheen door het glas-in-lood, maar op het podium stond een licht vermoeide Messias.

,,Niemand heeft het over de veranderingen die we hebben uitgevoerd, omdat de Conservatieven er geen belang bij hebben'', klaagde hij later. ,,Wíj verrichten in de jaren tachtig goed werk voor Margaret Thatcher door alles wat ze deed te bestrijden. Vakbonden en privatisering werden juist daardoor grote issues'', aldus Blair. Maar die strijd is gestreden, het debat achterhaald en de oppositie heeft het te druk met zichzelf om Labour als tegenstander zichtbaar te maken.

Als hij echt wil opvallen moet hij de public schools proberen af te schaffen, de monarchie op de helling zetten, een forse ecotax invoeren, of het kiesstelsel van winner takes all op de schop nemen. Sommigen willen dat hij het doet. Op de dag nadat Blair de verkiezingsdatum noemde, schreef Polly Toynbee een vlammend stuk in The Guardian waarin ze hoopte dat nu de échte Blair zou opstaan. Deze week gaf ze toe zich vergist te hebben. ,,Wat weerhoudt hem ervan de grote sprong te nemen? Maar dat is de verkeerde vraag. Dit is wat hij is, geen mysteries: een fatsoenlijke man, net links van het midden met goede bedoelingen, die kan regeren in tijden van voorspoed. In deze onheroïsche era is dat zo radicaal als de meeste mensen willen, denkt hij. Daarin zou hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.''