De onderkant van de muziek

De leden van Peplab lieten zich in het begin van hun carrière meesleuren door housemuziek, maar voegden daar uiteindelijk toch elementen uit de jaren zeventig en tachtig aan toe.

Het eerste dat opvalt in de eigen studio van Peplab, aan de Singel in Amsterdam, is de broeierige inrichting, vol rood pluche. Hiermee sluit het interieur mooi aan bij de bedrijfstak, die elders op de gracht wordt beoefend. Verder staat de ruimte vol met elektronische instrumenten, oud en nieuw.

,,Het is geen klinische studio met een kantoorsfeer hier, je ruikt de inspiratie'', zegt Ferry Ridderhof. Ze kennen elkaar al jaren, namelijk van de opleiding geluidsregistratie van het Haags Conservatorium. Als Peplab werken ze nog niet eens zo lang samen. Ridderhof en Peter Garnefski hadden, onder de naam Doop, gimmick-hits als `Doop en Ridin'. Hans Weekhout had als Capricorn een flinke danshit met `20 Hz' en Edward Boellaard maakt platen voor de house-underground.

Als Peplab werden ze bekend met de single Ride The Pony, ook omdat de beroemde Britse dansmuzikant Fatboy Slim (Norman Cook) er een remix van maakte. Nu is er het cd-debuut It's not the drug, vol aanstekelijke, big beat-en house-achtige ritmes en met opmerkelijk veel vocale partijen – niet zozeer zang, maar flarden gesproken woord en kreten, die vaak in de sampler en met behulp van allerlei effecten verder zijn bewerkt.

Die vocalen komen vooral uit de koker van Ridderhof, die per nummer in een bepaalde rol kruipt. In het titelnummer, dat de plaat meteen hemelbestormend opent, is dat een louche karakter, losjes gebaseerd op een figuur uit de speelfilm Wild At Heart van David Lynch. ,,Maar het is de muziek die de trip lekker maakt, is zijn boodschap, niet de drugs.'' Want drugs ,,vormen geen wezenlijk onderdeel van Peplab'', zegt Ridderhof, en dat ondanks de naam van de groep. Die blijkt afgeleid te zijn van de oorspronkelijke naam The Pepzels, een verbastering van de zoute stokjes die als pretzels door het leven gaan.

De muziek zit boordevol met zulke half gesproken, half gezongen kreten en tekstfragmenten. ,,Ik vind het leuk om dat te doen met allerlei verschillende stemmen'', zegt Ridderhof. ,,Je gebruikt de stem dan als een extra instrument. Door er allerlei typetjes van te maken, krijg je verschillende klankkleuren. Van zo'n venijnige Britpop-achtige stem tot zo'n lage, zwarte zangstem. Maar soms kruip ik ook in de huid van een Chinese restauranthouder met zo'n staccato-stem. Dat werkt leuk.''

Zo'n aanpak werkt als een soort gimmick, waardoor de muziek meteen herkenbaar wordt – niet overbodig in de dansmuziek, die vaak immers een instrumentaal en abstract karakter heeft. Nu is die gimmick-aanpak aan de groepsleden wel besteed: Doop bestond er zo ongeveer van, getuige de Charleston-klarinetjes in Doop en het easy-tune-toontje in `Ridin'. Ook semiklassieker `20 Hz' van Capricorn dreef op zo'n gimmick: een luid trommelende drumband die middenin het nummer de dansvloer op leek te marcheren.

,,Het gimmick-element zit ook hierin, dat we zo'n vocaaltje ontdoen van alle franje'', zegt Boellaard, ,,zodat alleen het meest sterke idee overblijft. Wij gebruiken die vocale gimmicks meestal op een herhalende manier, dat is iets wat we uit de dance hebben gehaald. Op zo'n manier blijft het hangen. Wij zijn niet echt vies van iets dat duidelijk herkenbaar is. Onze muziek hoeft niet per se, zoals lounge, prettig anoniem en niet-storend op de achtergrond voort te kabbelen. We hebben zelf het gevoel dat we een herkenbare sound hebben, al zouden we zelf niet echt weten hoe dat te omschrijven.''

Toch zijn er wel meer typische Peplab-elementen. De integratie tussen dance en de aloude en nog altijd effectieve liedjesvorm wordt bij de groep verder doorgetrokken dan alleen het lukraak rondstrooien van stukjes vocaal. ,,Songs zijn heel belangrijk voor ons'', zegt Weekhout. ,,Het is meestal of techno of trance of weet ik wat. Zo'n combinatie van songs en elektronische muziek spreekt ons erg aan.'' Garnefski: ,,Dat willen we ook zo houden. We zijn opgegroeid in de hoogtijdagen van de popmuziek, maar we ervaren de house ook als een waanzinnige toevoeging. Ons streven is om die twee dingen bij elkaar te brengen. Aanvankelijk werden we helemaal meegesleurd door dat housegevoel, maar op een gegeven moment hebben we toch weer elementen uit de jaren '70 en '80 toegevoegd.''

Het gebruik van `echte' instrumenten zoals bas en gitaar heeft daar ook mee te maken. Weekhout: ,,Daarbij gebruiken we dezelfde werkwijze als bij de vocalen: zoveel mogelijk spelen en dan naderhand de leukste delen eruit pakken en bewerken.'' Ridderhof: ,,Een echte basgitaar heeft heel duidelijk zijn plek in de muziek. Als je die erin doet, heb je precies dat lekkere lage geluid. Dat heb je met een synthesizer niet, die zit al snel te hoog of te laag. Dan mis je dat buikgevoel, dat lekkere onderkantje van de muziek.''

Peplab: It's Not The Drug (Pias Recordings PIASN 090 CD)