De jaarlijkse konijnendag

De dierenarts

Aflevering 4: Waarin Flappie, Flippie, Pluis en Stampertje worden ingeënt en bazin Janny al haar dieren telt.

Woensdagmiddag, twee uur. Het is de jaarlijkse konijnenmiddag bij de dierenarts. Jannie Driel (65) sjouwt drie draagmanden

de spreekkamer binnen en hijgt even na. 'Wie wil je het eerst?', vraagt ze dokter Balhuizen. 'Flappie, Flippie, Stampertje of Pluis?' Ze opent een plastic wasmandje dat ze met riempjes zelf tot afsluitbare draagmand heeft gemaakt. 'Deze knaap dan maar?'

Stampertje, een rammetje van zeven maanden, spartelt zijn onderkomen uit. De dierenarts zet hem voorzichtig op de behandeltafel en controleert zijn tanden en nagels, alvorens het konijn twee inentingen te geven. 'Prikkedeprik', zegt Janny en ze wiebelt vrolijk van hakken naar tenen. 'Morgen ga ik een dagje weg, dokter, want ik heb nog een dag vrij reizen.'

'Dus je gaat weer op stap?', vraagt de arts. Janny grinnikt, klemt haar bril stevig op de neus en leunt even over de behandeltafel om Stampertje een aai te geven. 'Ach, een mens moet er soms eens even uit, hè. En reizen is een liefhebberij. Dat weet u intussen wel, dokter.'

Dokter Balhuizen zet Stampertje terug in zijn mand en pakt twee nieuwe injectienaalden. 'Van je hoppelekee en daar is nummer twee', zingt Janny en Pluis komt ter tafel. Het is de moeder van Stampertje en sinds kort 'wonen ze apart'. Moeder bleek een bovenmatige aantrekkingskracht uit te oefenen op zoonlief en Janny heeft ze laatst 'nog net van elkaar af kunnen trekken'. Over een paar weken wordt Stamper gecastreerd en mag hij weer in een hok met moeder Pluis. Na 'iet-wiet-nummer-drie' en 'wat-een-sjagrijn-het-laatste-konijn' pakt mevrouw Driel haar draagkooien weer bij elkaar. Buiten toetert de taxi. 'Ja, voor medicijnen kom ik op mijn brommer, hoor, maar zo'n hele roedel, dat is geen doen.'

Thuis zet Janny de konijnen voorzichtig terug in hun buitenhokken. Behalve moeder Pluis; die woont binnen en mag elke dag even de poten strekken in de keuken. 'Het is zo'n gezellige troela', roept Janny en ze tilt het langharige konijn op schoot. Plukken haar en stro belanden op het perzische tapijt en Janny's zwarte trui. 'Geeft niks, ik heb 'n kruimeldief.'

Het schoonhouden van de dierenverblijven en het piepkleine huisje vlak achter de Haagse hoerenbuurt kost Janny een goed deel van de dag. Behalve vier konijnen heeft ze ook nog zeven katten - allemaal afdankertjes of zwervers. 'Moortje, Felixje, Katinkaatje, Vlekje, Rovertje, Kruimeltje... ik heb het gevoel dat ik er eentje mis.' Ze herhaalt de opsomming en krabt even aan haar kin. 'Och, het moet ook niet gekker worden! Vergeet ik Daniëlletje!' Een aantal van de poezen woont boven op Janny's slaapkamer. Ze zijn te schuw om zich al te vaak te laten zien. Alleen als Janny 's avonds alleen thuis is, kruipen ze op schoot. 'Die katten zijn gewoon wild', zegt Janny. 'Ik vind het niet erg, ik ben blij dat ik ze kan opvangen. Ze hoeven niet ideaal te zijn.'

Al zolang Janny op zichzelf woont ('Van mijn vader mocht ik nog geen luis op mijn kop nemen') en zeker toen ze op haar vijfenvijfigste door reuma moest stoppen als verzorgster van psychiatrische patiënten, heeft ze afgedankte dieren opgevangen. Zeker twintig katten hebben inmiddels bij haar een goede oude dag beleefd; het aantal konijnen ligt rond de dertig. Haar hele huis, tuin en leven is ingericht naar de dieren. Overal in huis, onder tafels, op kasten en zelfs tussen de tinnen serviesjes en ontelbare fotolijstjes liggen kussentjes en staan kattenmandjes. Over de stoelen liggen oude handdoeken, want 'dat klopt zo gemakkelijk uit' en het huis telt acht kattenbakken, waarvan er twee op het toilet staan.

Het plaatsje achter is al net zo'n dierenparadijs. 's Zomers zet Janny de konijnen in de ren of maakt ze met een stel oude deuren een afscheiding midden in het tuintje. 'Ja meid, hou je vast, want je blijft lachen: ik zet dan fijn een parasolletje voor ze op en ze krijgen wat te drinken van me, nou, en dan zitten we daar heerlijk met zijn allen.'

Van buiten de schutting klinken sirenes en de konijnen richten hun neus gespannen op. De hoerenbuurt achter het huis bezorgt Janny soms 'de griezelementen', maar ze wil niet verhuizen. 'Ik woon hier al 26 jaar, voor mijn beesten. De huur is laag en zo kan ik alle operaties en inentingen betalen. Ja, de buurt wordt minder, maar aan die meiden achter het raam ligt het niet. Als ik een kat kwijt ben, letten ze altijd even op of ze hem hebben gezien.' M

Volgende maand: Hoe fret Tara wordt gesteriliseerd en behouden terugkeert naar haar zes soortgenootjes.