De dansvloer en de nederzettingenpolitiek

Israëliërs hebben lak aan de wet. Wie wel de regels van de wet in acht neemt, wordt eigenlijk gezien als een slappeling. Deze instelling heeft onfortuinlijke gevolgen, of het nu in de bouw is of in de politiek.

,,Is dit jullie auto?'' vroeg een politieagent aan twee jonge mannen van de schoonmaakdienst Dokter Tapijt. Ze dronken een kopje expresso in een koffiebar. ,,Ja'', antwoordden ze. ,,Zou je hem dan weg willen zetten? De auto belemmert het verkeer'', vervolgde de politieagent vriendelijk. ,,Sta ik het verkeer in de weg? Dat kan toch niet'', zei een van de schoonmakers. ,,Toch wel'', hield de politieagent aan. Met zijn hand maakte de schoonmaker een gebaar van het uitschrijven van een bekeuring: ,,Geef me maar een bon en verstoor mijn ontbijt niet''. Tien minuten later was de bekeuring een feit.

De twee schoonmakers hadden er het grootste plezier in. Ze hadden, zoals zoveel Israëliërs, laten zien lak te hebben aan de handhavers van de wet. Hun actie bevestigt de conclusies die psychologen, sociologen en schrijvers van hoofdartikelen hebben getrokken uit de dieper liggende oorzaken van het instorten van de dansvloer in de feestzaal Versailles in Jeruzalem vorige week. Zij komen vrijwel unaniem tot de slotsom dat de Israëliërs zijn behept met een anti-wet en -orde instinct. Als er dan ook geld in het spel is, speelt winstbejag een belangrijke rol. Corruptie hoort bij dit patroon. Wie wel de regels van de wet in acht neemt wordt freier genoemd, zoiets als een slappeling. En wie wil in het land van de macho als een slappeling worden gezien?

De commisie van onderzoek die op last van premier Ariel Sharon naar de nationale ramp in Jeruzalem is ingesteld zal bovengenoemde eigenschappen van de Israëliërs ongetwijfeld weer naar boven brengen. In tal van rapporten van rampen en ongelukken, die in Israël regelmatig gebeuren, is dat al zo vaak gebeurd dat Israëliërs die hun volk goed kennen, geen verbetering van de gedragscode verwachten. Het ontduiken van de wet, zeggen ze, is misschien nog een in het volkskarakter ingebakken erfenis van de tijden die het joodse volk in diaspora doorbracht. Het ontduiken van tegen joden uitgevaardigde wetten was toen vaak een kwestie van leven of dood.

Er zitten nogal wat overeenkomsten tussen de achtergronden van het instorten van de dansvloer in Jeruzalem en de nederzettingenpolitiek in bezet gebied. De constructiefouten bij het leggen van de dansvloer zijn te vergelijken met de improvisatie bij het stichten van nederzettingen na de oorlog van 1967. Aanvankelijk lagen daaraan veiligheidsoverwegigingen ten grondslag. Het Allon-plan is daarvan een sprekend voorbeeld. Nederzettingen zouden Israëls veiligheid verzekeren aan de Jordaanvallei, en door Palestijnen dicht bewoonde gebieden ontzien. Yigal Allon, oorlogsheld uit de onafhankelijkheidsoorlog, gaf echter achter de rug van de regering waarin hij als minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier diende, wèl het groene licht voor de terugkeer van joden naar Hebron, vanwaaruit ze door het progrom in 1929 waren verdreven.

Na de oorlog van 1973 nam de ideologische druk vanuit nationaal-religieuze kringen om heel Eretz-Israël, het land van Israël, met de stichting van nederzettingen voor eeuwig voor het joodse volk te behouden, agressieve vormen aan. Premier Yitzhak Rabin boog in 1975 in Sebastia op de Westelijke Jordaanoever om coalitieredenen het hoofd voor een illegale nederzettingenpoging van Gush-Emoniem, het verbond der getrouwen. Met een list, de kolonisten zouden in een militaire basis nabij Sebastia tijdelijk worden ondergebracht, werd de wet op grove wijze geridiculiseerd. Die basis is nu een grote nederzetting, Elon Moreh.

In 1977 toen Menahems Begins Likud aan de macht kwam, begon de bouw van tientallen nederzettingen op de bergrug op de Westelijke Jordaanoever waarop de grote Palestijnse steden liggen. Daar werd de kiem gezaaid voor ,,een Bosnische situatie'', waarvoor de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Shimon Peres, zo vaak heeft gewaarschuwd. Als minister van Landbouw en Defensie in regeringen onder premier Begin is de huidige premier Sharon de magische drijfveer geweest achter deze verovering van Palestijns gebied. Daaraan ontleent hij de bijnaam `bulldozer'.

Tien jaar na het begin van deze politiek brak de eerste intifadah uit. Daarvoor en daarna en ook nog nu nemen kolonisten in de overtuiging uit naam van God, ter verdediging van het beloofde land boven de wet te staan, de wet in eigen handen. Nogal wat nederzettingen zijn niet gepland maar door illegale activiteiten van de kolonisten aan de diverse regeringen opgedrongen. De ondeelbaarheid van Eretz-Israël was hun diepe, eerlijke en ook kortzichtige motivatie. Ze kwamen er zonder er om heen te draaien voor uit en vertrapten rechten van Palestijnen uit naam van een hoger recht.

Zonder de gevolgen van nederzettingenpolitiek op de lange termijn te wikken en te wegen heeft Israël zich vooral na 1977 door ideologische motieven ervan op sleeptouw laten nemen. Waarschijnlijk heeft geen enkele Israëlische overheidsinstantie ooit een diepgaande studie gemaakt over het effect van het stichten van nederzettingen op het verloop van het Israëlisch-Palestijns-Arabisch conflict. In de oorlog van 1973 bleken de nederzettingen op de Hoogvlakte van Golan een enorme veiligheidshandicap te zijn, zoals in wezen nu de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook geen steentje bijdragen tot Israëls veiligheid. Vanuit militair strategisch standpunt zijn ze zelfs een last. Dat dit zo is kan worden afgeleid uit de opgave van alle nederzettingen in de Sinai-woestijn voor vrede met Egypte door premier Begin en de bereidheid van Ehud Barak in Camp David de meeste nederzettingen voor vrede met de Palestijnen te ontruimen.

Met iedere dag meer neergeschoten kolonisten op de wegen in bezet gebied lijkt de nederzettingenpolitiek evenals de onkundig gebouwde dansvloer in Jeruzalem in elkaar te zakken. In het eerste geval speelde de ramp zich in luttele seconden af. Nog veel bloed en ellende staat het besef in de weg dat het vasthouden aan de nederzettingenpolitiek het grote fiasco van de Israëlische politiek sedert 1967 zal blijken te zijn. Afgezien daarvan heeft Israël miljarden guldens geïnvesteerd in het opzetten van tegen de 150 nederzettingen op rekening van de ontwikkeling van de infrastructuur binnen in het `oude Israël' van voor 1967.