De Baas

Soms gebeurt het dat de topman (of -vrouw) een koopargument wordt voor het aandeel van de onderneming die hij of zij leidt. Een voorzitter van een raad van bestuur (steeds vaker als CEO, chief executive officer aangeduid) kan, dankzij wapenfeiten of puur op charisma, tot een figuur met een haast mythische lading worden.

Iemand die beleggers de gave toedichten met een superieure visie het bedrijf tot steeds weer grotere hoogten te kunnen opdrijven.

In Amerika heb je meerdere van zulke goeroe-achtige bazen, maar Jack Welch, de onlangs afgetreden topman van General Electric, is waarschijnlijk de bekendste. In Nederland was in de jaren tachtig Pierre Vinken, voorzitter van de raad van bestuur van Elsevier, zo iemand van wie beleggers geloofden dat hij `the Midas touch' had. En het moet gezegd: veel van de dingen die Vinken aanpakte veranderden – voor de aandeelhouders – in goud. En Philips-aandeelhouders hebben recenter kunnen profiteren van het `Boonstra-effect'

De vraag is hoeveel van het succes van een onderneming aan De Leider kan worden toegeschreven. Het antwoord is ongetwijfeld: veel. Maar dat neemt niet weg dat het gevaarlijk is het lot van een aandeel te koppelen aan dat van de topman.

Een voorbeeld: dat het aandeel Elsevier het in de jaren tachtig en begin negentig zo goed deed was te danken aan een strategie die baas Vinken implementeerde (en dat deed toen andere bestuursvoorzitters hetzelfde hadden kunnen doen maar niet durfden), namelijk: uit de activiteitenportefeuille van de uitgever alles verkopen wat een bepaalde rendementseis niet haalde: eerst de drukkerijen, toen de cyclische publieksbladen en kranten, en tegelijkertijd zeer rendabele vakbladen op te kopen. Dat ging lang goed (en het model werd later met succes door concurrent Wolters Kluwer gekopieerd) maar op een zeker moment was het middel uitgewerkt. En Vinken, noch een van zijn opvolgers, heeft daarna een andere truc kunnen bedenken om de winstgroeimachine weer aan de praat te krijgen.

Het is dus belangrijk onderscheid te maken tussen mens en middel. Smaakt een gerecht dankzij de kok of het recept? En zal de kok opnieuw een goed recept weten te vinden?