De Albanese variant

Kosovo hoort op papier bij Joegoslavië, maar de Albanese rechters willen niet werken met Joegoslavisch recht. Bovendien zijn zij hun werk verleerd.

In de rechtbankserie deze maand een ordinaire steekpartij om een minibusje.

Het was een doorsnee ruzie. De mannen kregen woorden over een auto, er vielen klappen, de familie snelde toe. En toen het stof was opgetrokken, lag Jakup op straat. Het bloed gutste uit zijn nek. Omstanders trommelden haastig een ambulance op. Jakup overleed op weg naar het ziekenhuis.

Dat was in november 1999. Vier maanden eerder was de oorlog om Kosovo beëindigd, de Servische soldaten waren verdwenen, de navo-troepen waren het land binnengetrokken. Langzaam hernam het leven zijn normale gang.

Na al die ellende had de Albanese Bashkim Hajdari recht op een beetje plezier, vond hij. In zijn broekzak voelde hij een stapel Duitse marken branden. Zou hij eindelijk een bestelbus kunnen kopen? Hij bofte. Jakup Bega had zo'n busje in de aanbieding. De koop was gauw gesloten. Bashkim betaalde vijfhonderd mark aan, de rest zou in mei volgen.

Bashkim bleek een kat in de zak te hebben gekocht. Het busje mankeerde van alles. Jakup gaf natuurlijk niet thuis, die hield zich verborgen voor de woedende Bashkim. Niet veel later liep Bashkim toevallig Jakups zoon tegen het lijf. Hij bedacht zich geen ogenblik en trok hem aan zijn oren het trottoir op.

'Ik heb een boodschap voor je vader', siste hij woedend. 'Ik wil óf nieuwe onderdelen óf mijn vijfhonderd mark terug.'

De ruzie liep pas echt uit de hand met de ontmoeting van Bashkim en Jakup op een parkeerplaats. Jakup nodigde Bashkim uit in zijn auto om de zaak te bespreken. En daarna lopen de versies van het voorval uiteen. De openbare aanklager meent dat Bashkim al snel Jakup aanviel met een mes. Maar Bashkim heeft een ander verhaal.

Bashkim zegt te zijn aangevallen door Jakup, maar hij wist hem het mes te ontfutselen. Vervolgens maakte hij het portier open en viel hij op straat. Daar sloegen Jakups zoon en een neefje met stukken hout op hem in. Intussen voegde Jakup zich bij de vechtende massa. Na enkele minuten lag een bloedende hoop mensen op straat. Jakup was gestoken in zijn hals, zijn zoon Ilir in zijn neus en borst, Bashkim in zijn handen en rug.

'Het was zelfverdediging', zegt Bashkims advocaat aan het begin van de zitting. Waarom was Bashkim anders na afloop naar zijn oom gerend en had hij zelf de autoriteiten op de hoogte gesteld van zijn daad? 'Hij heeft uit noodweer gehandeld.' Maar de openbare aanklager denkt er anders over.

Kort na de vechtpartij werd Bashkim opgepakt door Amerikaanse soldaten en overgebracht naar het ziekenhuis van de Ameri- kaanse militaire basis. Na enkele weken vertrok hij naar een gevangenis in het noorden van Kosovo, in afwachting van zijn proces.

Het werd een doorsnee rechtszaak. De aanklacht liet maanden op zich wachten, de rechtszittingen werden voortdurend verdaagd. Bashkim verscheen keer op keer voor niets in de rechtszaal.

De oorzaken van die vertraging waren divers. Welk recht moest men bijvoorbeeld toepassen? Kosovo is op papier onderdeel van Joegoslavië gebleven. Maar de Albanese rechters weigerden recht te spreken op basis van het Joegoslavische recht. De Verenigde Naties, het dagelijks bestuur in Kosovo, stelden daarom een nieuw systeem voor. Maar toen weigerden de Servische rechters weer om aan het werk te gaan.Uiteindelijk werd het Joegoslavische recht aangepast aan enkele internationale bepalingen. Van de kant van de Servische rechters kwamen geen protesten meer. De meeste rechters waren immers naar Servië vertrokken, op de vlucht gejaagd door wraaklustige Albanezen.

De Albanese rechters vormden het volgende probleem. Ze hadden niet meer gewerkt sinds de Servische autoriteiten hen tien jaar geleden uit hun ambt hadden gezet. Ze wisten van toeten noch blazen. Ze moesten eerst op cursus. Vele weken verstreken. En de gevangenissen raakten overvol, want geen enkele verdachte kon worden aangeklaagd of veroordeeld.

Er werden internationale rechters en aanklagers ingevlogen, maar een aantal van hen maakte binnen twee weken rechtsomkeert. De rechtbanken waren leeggeroofd door de Serviërs, er waren niet eens typemachines. Enkele rechters werden ook nog eens bedreigd door familie en vrienden van de verdachten. 'Wat een oord', zeiden ze tegen elkaar.

Aan de kennis van de Albanese rechters bleef het schorten, vele weken cursus ten spijt. De internationale politie bijvoorbeeld, die vroeg om huiszoekingsbevelen, kreeg geen antwoord. 'Daarvoor hebben jullie ons toch niet nodig', zeiden de Albanese rechters bij navraag verbaasd. 'Gaan jullie gewoon je gang.' En sommige slachtoffers van verkrachtingen werden door de rechters uitgelachen of bekritiseerd om hun kleding.

Naast al deze problemen had Bashkim Hajdari ook nog eens pure pech. De politie had foto's gemaakt op de plek des onheils, maar was deze kwijtgeraakt. De verklaring van het Amerikaanse militair ziekenhuis liet weken op zich wachten en bleek bij aankomst in het kantoor van Bashkims advocaat in het Engels te zijn gesteld. Jakups zoon Ilir was naar Zwitserland verhuisd. Hij werd in een brief opgeroepen voor de rechtbank te verschijnen, maar niemand weet of de brief is aangekomen, want de post werkt nauwelijks in Kosovo.

En de forensisch expert liet het afweten.

Die forensisch expert is een verhaal apart. Er zijn, zegt de advocaat, elf forensisch experts in Kosovo. Ze hebben handenvol werk. Alleen al in de Kosovaarse hoofdstad Pristina stonden in de laatste zes weken van december zeventien moordzaken op de rol.

Vorig jaar kregen de forensisch experts ruzie over de vergoeding. Het vn-bestuur bood drie mark per uur, maar daar haalden ze hun neus voor op. 'Dat is heel begrijpelijk', zegt Baskhkims verdediger. 'Ik zou mijn hoofd ook niet pijnigen voor zo weinig geld.'

De forensisch experts besloten voortaan alle rechtszittingen te boycotten, inclusief die van Bashkim. Hij verscheen drie keer in de rechtbank van Pristina, en drie keer werd zijn zaak verdaagd wegens afwezigheid van de forensisch expert.

Nu staat Bashkim voor de vierde keer in de rechtbank van Pristina. Een schuchtere 27-jarige jongeman, gekleed in een zwarte trainingsbroek en een zwart jasje. Zijn ogen zijn waterig. Hij heeft net nog gehuild. De familie en de vrienden die zijn overgekomen, zijn buiten de rechtszaal gefouilleerd.

De bezoekers nemen onwennig plaats op de houten bankjes. Bashkims moeder, een boerenvrouw met een hoofddoek op, frunnikt zenuwachtig aan haar zakdoek. Sinds die verdoemde dag in november 1999 heeft ze Bashkim niet meer thuis gehad. Straks, na afloop van de zitting, mag ze even met Bashkim praten. Ze zal haar betraande wangen tegen zijn polsen leggen, die zijn geschaafd van de handboeien.

De zitting duurt maar kort. Want de forensisch expert is weer niet komen opdagen. Het vn-bestuur zou de experts tien mark per uur hebben geboden. Daarover zijn ze momenteel aan het nadenken. En Bashkim? Zijn zaak wordt voor de vierde achtereenvolgende keer verdaagd. M

Yaël Vinckx is correspondent van NRC Handelsblad in Belgrado.