Coil: ritueel met veel hoofdpijn

De geschiedenis van Coil, gisteravond in het Amsterdamse Paradiso, is nauw verbonden met de jaren tachtig. Maar bij Coil ziet dat decennium er heel anders uit dan bij pakweg Zoot Woman, dat iets verderop in De Melkweg de synthipop en FM-rock van die jaren deed herleven. Coil stamt uit de elektronische avantgarde van die dagen, met extreme obsessies omtrent de donkere kanten van de menselijke geest.

Coil-oprichter en videoclipregisseur Peter Christopherson was eerder betrokken bij twee belangrijke groepen in dit genre: Psychic TV en Throbbing Gristle, voorlopers van de `industrial'-subcultuur. Coil sloeg een richting in die een stuk interessanter bleek. Mede door de samenwerking met artiesten als Marc Almond, Gavin Friday en Jim Thirlwell was Coil in bepaalde kringen spraakmakend, maar verdween later in een ondergronds circuit, met veel gelimiteerde releases op obscure labels.

Groepen als Coil deden veel voorbereidend werk voor de huidige generatie elektronische muzikanten, een belangwekkend wapenfeit dat zelfs doorstraalt in het werk van een mega-rockgroep als Radiohead. Maar dat Coil nog altijd relevant is, blijkt uit recente platen als de twee delen van Musick To Play In The Dark en het in schattig roze plastic verpakte Constand Shallowness Leads To Evil. Die platen vulden gisteravond het leeuwendeel van de setlist.

Bij Coil draait het vooral om de elektronica, maar een marimba garandeerde dat er serieus muziek gemaakt werd. Bovendien verzandde het optreden nergens in het klinische patroon dat concerten in de elektronische sector zo vaak vertonen. Dat had te maken met de afwisseling van brute noise met passages van ijle schoonheid, maar ook met het sterk rituele karakter van de gang van zaken op het podium.

De grotendeels of geheel kaalgeschoren koppen en de uniforme kleding deden, samen met de verzamelde elektronische apparatuur, evengoed denken aan het laboratorium van een stel geflipte wetenschappers als aan een geheimzinnige sekte. Mede-oprichter John Balance liep er soms bij als een priester die met een wijwaterbak zwaait.

Zijn vocalen, eerder declamaties dan zangpartijen, werden flink vervormd, alsof eerder het effect van de stem telde dan de woorden. Zo was het ook met de videobeelden op het enorme projectiescherm, die in het herhalende karakter hun vorm en effect kregen.

Aardig waren ook de vijf enorme gloeilampen, die het podiumbeeld beheersten. Niks elektronische trukendoos, met het laten zwaaien van die lampen kom je ook al een heel eind. Des te confronterender bleken de lichtflitsen in de tweede helft van de set, die parallel liepen aan de imponerende, uiterst grofgeschuurd klinkende `loops' van elektronisch lawaai zoals op Constant Shallowness Leads To Evil.

Deze climax bracht hoofdpijn maar ook de relativerende humor van een bellenblaasmachine. Balance bewerkte een grote ijzeren plaat met zijn lichaam en zijn hoofd: E komt altijd iemand met meer hoofdpijn bij een Coil-concert vandaan dan de bezoekers.

Zo'n concert valt heel gemakkelijk belachelijk te maken in zijn verstrekkende pretenties, die je zo voor achterhaalde jaren-tachtig-onzin kunt uitmaken. Maar wie zijn cynisme liet varen was getuige van iets dat meer weghad van een performance of een ritueel, met een bijzonder meeslepend effect.

Concert: Coil. Gehoord: 1/6, Paradiso Amsterdam.