Bij Wuustwezel begint het zuiden van Europa

,,Ik verhuis nog liever naar Wallonië''. Dat zei de Belgische parlementsvoorzitter Herman de Croo deze week, toen hij hoorde dat iemand had bepleit om Nederland en Vlaanderen te laten opgaan in een `Groot-Nederland'. ,,Die valse nederigheid, die vermeende efficiëntie mag je Vlaanderen niet aandoen'', vond De Croo. De parlementsvoorzitter, een flamboyante meneer die graag uit de heup schiet, kreeg veel telefoontjes uit Nederland: wat had hij precies bedoeld? De Nederlanders namen hem serieus.

Maar De Croo kan dit soort dingen alleen maar zeggen omdat hij een discussie over een `Groot-Nederland' helemaal niet serieus neemt. ,,Ik maakte er een karikatuur van om in opspraak te komen'', grinnikt hij achteraf. Als zo'n fusie onderwerp van gesprek zou zijn in Vlaanderen, had hij zich zijn opmerkingen niet kunnen permitteren: dan had hij de Vlaamse voorstanders van die fusie belachelijk gemaakt. Nu lachen de Vlamingen hartelijk met hem mee. De Croo heeft het nieuws weer gehaald! En denken: wat hij zei over de Nederlanders, is trouwens heel erg waar.

Nederlanders die in België gaan wonen, komen vaak al snel tot de conclusie dat de grens tussen Noord- en Zuid-Europa bij Wuustwezel ligt. Veel Belgen beamen dat. En niet alleen omdat de ramen in België naar binnen opengaan en in Nederland naar buiten. Een Nederlander die hier komt wonen heeft net zo lang nodig om iets van België te begrijpen als wanneer hij zich in Italië vestigt. Hij begrijpt zelfs de Vlaamse kranten niet, vol onbekende afkortingen en verslagen van communautaire debatten die in Nederland nooit zouden worden gevoerd.

,,Wij mogen dezelfde taal spreken'', zegt een Belgische ambtenaar, Vlaming van huis uit, ,,maar verder hebben we weinig gemeen''. Hij zal zijn dagen in de organisatie van Euro-2000 niet gauw vergeten. De Belgen onthaalden de Nederlanders altijd op een echte lunch: foie gras, mosselen, tarte tatin, met een goede wijn erbij. Zo gaat het in België. ,,In Den Haag, kregen we in de kantine een broodje kaas en een glas melk. We kreunden van ellende''.

Nederlanders gaan zitten en komen meteen terzake. Belgen keuvelen eerst wat en komen via allerhande omwegen eindelijk bij de agenda aan. In België is het onbeleefd om met de deur in huis te vallen. Elke Nederlandse journalist weet dat hij voor een goed interview een paar uur moet uittrekken – het grootste deel, het interessantse deel, off the record.

Voor Nederlanders is alles wat niet toegestaan is, verboden – en als er nog een schemerzone tussen zit, wordt ook dat met `gedoogbeleid' afgebakend. In België is het precies andersom: alles wat niet verboden is, is toegestaan. Belgen hebben een ingebakken wantrouwen tegen de autoriteiten. Dubbelparkeren is hier doodnormaal. Een Nederlandse die na een inbraak in Brussel de politie belde, werd door haar Belgische vrienden uitgelachen. De agenten kwamen, negen uur later. Lacherig stelden ze een proces-verbaal op. Nooit meer van gehoord.

De Dutroux-zaak veroorzaakte tumult in België, doordat na de arrestatie van deze kindermoordenaar bleek dat de Belgische justitie niet bepaald onafhankelijk was. Maar, schreef de Franse journalist Didier Pavy in zijn meesterlijke boek Les Belges, de regering viel niet: ,,Veel Belgen dachten toch: `Zie je wel, dat politici en rechters corrupt zijn', en gingen over tot de orde van de dag''. Het is onbegonnen werk om de zaak-Peper aan een Belg uit te leggen.

En Belgen vinden Nederlanders arrogant. Dat Nederland in Nice, in december, een stem extra eiste (en kreeg) bij de Europese besluitvorming omdat het zichzelf niet als `klein land' beschouwt, bevestigde veel Belgen in dat gevoel. ,,Nederlandse politici doen altijd belangrijker dan ze zijn'', zegt een Belgische minister. Franstalige Belgen oriënteren zich meer op Frankrijk. Maar Vlamingen hoor je vaak zeggen dat Nederlanders hen ,,niet voor vol aanzien''.

Hoewel Vlamingen in België geen ondergeschoven kind meer zijn, hebben velen nog steeds het gevoel dat hun taal en tradities constant bedreigd worden. Hunkerend naar erkenning kijken ze naar Nederland. En komen bedrogen uit. Nederlanders hebben geen complex over hun taal. Spreken de Europese ministers geen Nederlands? Dan praten we Engels, zeggen de Nederlanders. Vlamingen staan erop om Nederlands te spreken, en willen tolken inhuren. Als Nederland zich hard opstelt in de onderhandelingen over IJzeren Rijn, zijn Vlamingen diep gewond. Hoe kan uitgerekend Nederland de Vlamingen nu belemmeren in hun economische ontwikkeling?

Omdat dat gehamer op een gezamenlijke traditie vooral uit België komt, krijgt een Nederlander misschien de indruk dat een Groot-Nederland bespreekbaar is. Niets is minder waar, wilde De Croo deze week maar even zeggen. ,,Áls die fusie er ooit komt, ga ik echt in het verzet''.