Bagagelast

De zomer komt. Op de grote stations nestelen zich weer als vanouds de backpackers tussen gemoedelijke junks, dealers en gauwdieven die er de rest van het jaar het decor vormen. De backpackers maken niet snel contact, meestal slapen ze, maar ze gunnen de treinreiziger een aardig kijkje op het soort rugzak dat in het buitenland in de mode is. Want de voornaamste veranderingen aan rugzakken komen van elders en er verandert daar voortdurend van alles.

In de afgelopen dertig jaar is het canvas vervangen door kunststofweefsel dat lekt als de hel, het prettig ventilerende ladderframe maakte plaats voor een onzichtbaar inwendig frame waardoor de bagage langs andere weg door ander vocht (rugvocht) wordt bedreigd en verder kwam er een keur aan strikjes en lintjes waaraan de backpacker ook werkelijk allemaal losse dingen en dingetjes ophangt. Dat is ongeveer de baseline.

In een lichte categorie rugzakken, meer bedoeld voor schoolschriften en damesdrogisterijartikelen, zien we de laatste jaren de `one strap backpacks' die gedragen worden als een sjerp: met maar één schouderband. De gebruikers lopen altijd een beetje scheef, zoals objectief door ergonomen en ruggengraatkundigen is vastgesteld, en voor zwaardere lasten zijn ze absoluut ongeschikt.

Interessanter in velerlei opzicht is het verschijnen van de Double Pack, zoals hij schijnt te heten, de rugzak die uit twee delen bestaat: een zak achter op de rug die in evenwicht wordt gehouden door een zak voor op de buik. De drager van deze rugzak loopt meer rechtop dan de gewone rugzakdragers, hij kan een beetje spelen met de hoogte van de buik- en de rugzak en heeft in principe geen heupgordel nodig. Daar staat tegenover dat al het bagagegewicht op zijn schouders rust en niet zoals bij goede gewone rugzakken ook voor een groot deel op de heupen.

Wijst de Double Pack de weg naar de toekomst? De intuïtie zegt dat het verticale dragen minder energie kost dan het vooroverhangen in de klassieke schouderbanden. Anderzijds leert de ervaring juist dat het dragen van een kind op de schouders, waarbij het verticaalheidsideaal wordt benaderd, een heel onaangename belasting van de ruggenwervels oplevert, compleet met het beruchte tintelen van linker- of rechterbeen en wat daar bij hoort. Kindvervoer op de rug is veel prettiger, vooropgesteld dat het kind zin heeft zich goed vast te houden en niet begint te klieren met de bril, de adamsappel, e.d.

Ook zonder ergonoom of medisch onderzoeker te zijn ziet men wel in dat het hier een lastig vraagstuk betreft waarover moeiteloos eindeloos vruchteloos valt na te denken. De klassieke mechanica schiet tekort, daar zou men immers niet gauw beweren dat een mens die zich niet beweegt arbeid kan verrichten. Het is niet alleen een kwestie van meer of minder energie-verbruik, maar ook van meer of minder pijn, dus van meer of minder belasting van wervels, spieren en gewrichten. Gisteren viel het besluit in een eerste benadering eens te kijken wat anderen erover te melden hebben. Het snelst gaat dat door in de hier vaker geciteerde biomedische databank PubMed (via www.ncbi.nlm.nih.gov) het trefwoord `backpack*' in te toetsen. Dat levert zo'n 150 wetenschappelijke artikelen op, teruggaande tot 1968. Het woord `rucksack' voegt daar nog een twintigtal aan toe. Van veel artikelen wordt een samenvatting gegeven.

Kijk ook eens in de PubMed, lezer, want alle rugzak- en andere draagproblemen komen daar aan de orde. Om te beginnen natuurlijk de chronische en misdadige overbelasting van middelbare scholieren waar in het buitenland, zelfs in China, aanmerkelijk serieuzer naar werd gekeken dan hier. Staatssecretaris Netelenbos zie in 1997 dàt ze er eens naar zou laten kijken en TNO vervolgens prompt de rugklachten als `psychisch' afdeed.

Wat betreft de gewone rugzakken, die vaak binnen militaire context worden onderzocht, wordt duidelijk dat een heldere vergelijking wordt bemoeilijkt door gelijktijdige invloeden op energieverbruik (met hartslag of zuurstofverbruik als maat), spierbelasting (via elektrogrammen) en belasting van schouders, wervels en gewrichten. Voor dat laatste kunnen de krachten en momenten die een rol spelen vaak rechtstreeks gemeten worden, maar een puur mathematische analyse van het krachtenspel dat de zware rugzak in het lichaam opwekt was nergens te vinden. Stellige uitspraken over rugzakken vinden dus altijd plaats op grond van proefondervindelijk onderzoek waarbij onvergelijkbare grootheden (energie, kracht, comfort) tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Toch levert het werk interessante resultaten op. Zo maakte onderzoek in 1984 aannemelijk dat men een last beter laag op de rug dan hoog op de schouders kan dragen. Meestal wordt het omgekeerde aangenomen. In 1992 en opnieuw in 2000 is vastgesteld dat er nauwelijks verschillen te melden zijn over evenwicht, stabiliteit en draagcomfort bij het gebruik van rugzakken met uitwendige en inwendige frames. Het inwendige frame komt er een heel klein beetje gunstiger af, maar uit de samenvattingen werd niet duidelijk of de natte rug in de beschouwingen was betrokken. Ook leuk: de wandelstok (de hiking pole) heeft een meetbaar gunstige invloed op het lopen met een rugzak. Nog beter dan een wandelstok: twee wandelstokken.

Maar het verticale dragen? Daar is men nog niet helemaal uit. Britse onderzoekers vergeleken in 1992 hartslag en zuurstofverbruik van proefpersonen die een last van 26 kilo op de schouders droegen met dat van die welke het op de rug droegen. De rug was veel beter. Maar de Double Pack, ook wel het front/back-system genoemd, komt er dàn weer beter, dàn weer slechter af dan de gewone rugzak. Ergonomics concludeert in september 2000 na onderzoek van de krachten die de voet op de ondergrond uitoefent dat het front/back systeem enige voordelen heeft. Anderen beweerden eerder dat het systeem tekort schoot bij heel zware lasten, en weer anderen zeiden het precies andersom. Er is uitzicht op een definitieve uitspraak, want sinds kort kan men het samenpersen van de tussenwervelschijven dat de zware rugzak teweegbrengt nauwkeurig meten (zie Spine mei 1999).