Baas & Buit

Of een beursfonds een baas met een visie heeft of een iemand die braaf op de winkel past of erger: een prutser die slechts waarde vernietigt, kan voor de portemonnee van een belegger heel veel uitmaken.

Als een bestuursvoorzitter in korte tijd vele miljarden kan maken of in rook doen opgaan, is het niet vreemd dat zo iemand een salaris kan vragen dat in een bepaalde verhouding staat tot het geld dat hij voor de aandeelhouders kan verdienen.

Een actuele vraag – die nu ook in een breder dan bedrijfsverband wordt gesteld - is : hoe moet die verhouding liggen? Is `the sky the limit', zoals in Amerika, of zijn er grenzen.

Aandeelhouders spelen nogal eens een vreemde, tweeslachtige rol in deze kwestie. Als het matig gaat met de onderneming heeft men er alles voor over om een `ster' binnen te halen.

Een baas met de juiste visie en overtuigingskracht kan de onderneming wellicht weer op het groeipad zetten. Dus een hoog vast salaris plus ruime bonus, veelal in de vorm van een optiepakket, wordt graag uitgeloofd. Ook als dat optiepakket die aandeelhouders later heel veel kan kosten. Maar als zo'n operatie slaagt, en vijf jaar later staat de beloningvraag opnieuw op de agenda van de aandeelhoudersvergadering, dan waait de wind nogal eens uit een andere hoek. De buit van de baas is te groot, als de opties van de baas in aandelen worden omgezet raakt het aandelenkapitaal verwaterd, en meer van dat soort argumenten.

Een bijkomend probleem is dat de arbeidsmarkt voor `bazen' steeds meer internationaal wordt. Net als voetbalspelers worden CEO's soms met groot gemak van een Amerikaanse naar een Nederlandse `club' getransfereerd. Met medeneming van de beloningseisen die in de VS gelden, natuurlijk.

De beloning van bazen is uiteindelijk, net als de koers van aandelen, een kwestie van vraag en aanbod. Een `onzichtbare hand' zal moeten zorgen dat de verhouding tussen beloning en prestatie een evenwicht vindt.