Amnesty is jarig

VEERTIG JAAR Amnesty International is een verjaardag, maar geen feest. Daarvoor geeft het werkterrein geen aanleiding. Al is er substantiële vooruitgang te noteren: het verdwijnen van De Muur, de val van het apartheidsbewind. Dit zijn historische ontwikkelingen die de mensenrechtenbeweging moed geven. Zelf heeft deze beweging zich de afgelopen veertig jaar ook aardig ontpopt. De NGO's (non-gouvernementele organisaties) zijn niet meer weg te denken uit de internationale betrekkingen.

Amnesty International heeft een voorbeeldrol vervuld bij de ontwikkeling van een horzelfunctie in de vaak wel zeer diplomatieke betrekkingen tussen de staten die de internationale gemeenschap uitmaken. Het scherp houden van deze horzelfunctie is een eigen opgave gaan vormen. Het wemelt van de NGO's, rijp en groen, en dit wereldje vertoont tekenen van een nieuw Samsonite-circuit naast het bestaande diplomatengrijs.

De jubilerende organisatie zelf staat op ,,een tweesprong'', zoals het wordt uitgedrukt in de jubileumuitgave van haar tijdschrift Wordt Vervolgd. Het dilemma betreft het voorstel het werkterrein uit te breiden met de economische, sociale en culturele mensenrechten naast de klassieke burgerlijke en politieke grondrechten. Deze twee categorieën van rechten zijn van oudsher gescheiden, onder meer wegens het verschil in juridische hardheid van de verplichtingen van de staat die zij in het leven roepen. De klassieke grondrechten zijn rechtstreeks bij de rechter in te roepen, de zogeheten ,,esocul''-categorie geldt vooral als inspanningsverplichting van politieke aard.

De laatste jaren wordt steeds meer de nadruk gelegd op ,,de ondeelbaarheid van alle mensenrechten'', zoals de regering het eerder deze maand noemde in een nieuwe nota over het internationale mensenrechtenbeleid. Daar is van alles voor te zeggen. Maar Amnesty doet er goed aan zich bewust te zijn van haar bestaansreden: de politieke gevangene in een donker hol, door God en de mensen verlaten — maar niet door de briefschrijvers van Amnesty. Deze formule van ,,de druppel die de steen uitholt'', zoals dat in het Amnesty-jargon heet, is iets waar men niet zuinig genoeg op kan zijn. De betekenis van een grote doos brieven is weinig minder dan wonderbaarlijk, getuigt een vakbondsleider uit de Dominicaanse republiek vijfentwintig jaar na zijn vrijlating: ,,Ik heb ze nog altijd.''