Al Capone en het zwerfvuil

Op 107-jarige leeftijd is in een bejaardenhuis in San Diego Hiram Z. Mendow, de advocaat van Al Capone gestorven. Ik weet niet of u het gelezen hebt. Ik geef het nieuws door, voor alle zekerheid. Als de naam Al Capone u iets zegt, is het alsof met dit bericht nog één keer een raam wordt geopend naar een periode die met dit sterfgeval voorgoed onbereikbaar is geworden. Zo gaat het verder. De laatste veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, de laatste passagier van de nachtboot naar Lemmer, de laatste voetballer. Die tijd komt. Het is geen kwestie van `nostalgie' als je door zo'n overlijdensbericht wordt getroffen. Er zal hierna niemand meer zijn die uit eigen ervaring de werkelijkheid van dit vroeger kan doen herleven. Arthur Lehning, die honderd jaar is geworden, kon prachtig vertellen over de jaren twintig. Dat bedoel ik. De levensader met een vroeger dat je zelf wel of niet hebt meegemaakt, is voorgoed doorgesneden. Advocaat Mendow, die Al Capone in 1929 heeft verdedigd, is misschien de laatste die uit eigen ervaring over deze topschurk kon vertellen (en over John Dillinger, Dutch Schulz, Ma Baker en veel anderen). Ma Baker is nu een snackbar op de hoek van de Marnixstraat en de Rozengracht.

Wat hier volgt heeft niets met het voorgaande te maken, al heb ik het in dezelfde krant gelezen (International Herald Tribune van 30 mei). Het gaat over het postmoderne veel eten. Dat is anders dan het oude veel eten. Bij Rabelais, in Gargantua en Pantagruel wordt ontzaggelijk gezwolgen. Baron Von Münchhausen heeft een koning ontmoet die zo dik was dat hij twee knechten had die met blaasbalgen de zuurstof door zijn neusgaten naar binnen moesten blazen. Gustave Doré heeft er een tekening van gemaakt. Hendrik VIII van Engeland en Lodewijk XIV wisten er ook raad mee. En Nikita Chroesjtsjov. Het verhaal gaat dat Richard Nixon hem vroeg waarom hij zoveel at, terwijl er in de Sovjet-Unie geen overvloed heerste. De partijsecretaris zou toen gezegd hebben: `Geachte vice-president, als ik veel eet doe ik dat voor, en uit naam van alle Sovjet-volken.' Dat zijn literaire en historische anekdoten over veel eten in vroeger eeuwen.

Het postmoderne zwelgen is een gedemocratiseerd zich zo vol mogelijk proppen dat zich als vanzelf professionaliseert en dan onvermijdelijk eindigt in de kampioenschappen veel eten. Het seizoen, meldt de Tribune op de voorpagina, is weer begonnen. Op 4 juli worden op Coney Island de eerste wedstrijden gehouden. Dan kan Ed `Cookie' Jarvis (152 kilo) weer laten zien wat hij waard is. Zijn persoonlijk record staat op dertien hotdogs in twaalf minuten, maar dat is vandaag de dag niet goed genoeg. `De concurrentie wordt ieder jaar scherper.' Je komt pas aan de bak als je er zestien tot achttien kunt verstouwen. Dan kom je in aanmerking voor de eindstrijd in Las Vegas. De Japanner Hirofumi Nakajima heeft er binnen twaalf minuten negentien laten verdwijnen. Het kan zijn dat er lezers zijn die er honger van krijgen. Voor mij is dit het onsmakelijkste bericht dat ik ooit in deze uitstekende krant heb gelezen. Maar ik had het niet willen missen. Of liever: een krant die geen aandacht geeft aan de eetkampioenschappen is in deze tijd geen goede krant.

Gedragswetenschappers hebben bijna had ik geschreven: hun tanden in het verschijnsel gezet. Humor! de toenemende populariteit van de eetwedstrijden bestudeerd. Sommigen zijn tot de conclusie gekomen dat hier op een nieuwe manier de worsteling van de Amerikanen tegen hun puriteinse geweten zichtbaar wordt. ,,Er zit een dimensie van rebellie in deze evenementen'', zegt professor Chuck Kleinhans. ,,Maar op veel eten volgt het lichamelijk ongemak. Zie dat als de straf, en u begrijpt dat de puriteinse orde niet werkelijk wordt aangetast.'' Zie het eerder als een vorm van virtuele rebellie waarbij de winnaar zich als het ware `offert'. Je zou eens een wereldkampioenschap voor gedragswetenschappers in het verklaren van verschijnselen moeten houden.

Ver van Nederland lees ik ook dat we nog geen consensus hebben bereikt over de bestrijding van het zwerfvuil. En dat het met ons historisch besef wel meevalt. Statiegeld of geen statiegeld? Weet minister Pronk wat er gebeurde nadat Alva de tiende penning had geheven? Ik weet in Amsterdam een vuilnisbak vol met bierblikjes en mayonaise van vóór het einde van de Koude Oorlog. En de gedragswetenschapper in me zegt dat ergens een correlatie tussen veel eten en veel zwerfvuil bestaat. Wat denken de lezers?