49 Noord-Californië

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, de Fleurop doet het met 80 boeketten. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Etappe 49: van Sacramento naar San Francisco.

Wat is de hoofdstad van Californië? Specialisten in strikvragen weten onmiddellijk dat het niet Los Angeles is. San Francisco dan? Nee, en ook niet de metropolen San Jose, San Diego of San Bernadino. De hoofdstad van de volkrijkste staat van de VS is Sacramento, een weinig bekende plaats ten noordoosten van de baai van San Francisco. Als de naam van dit provinciestadje niettemin belletjes doet rinkelen, dan is dat te danken aan de Schotse groep Middle of the Road, die met een gelijknamig nummer in de eerste maanden van 1972 maar liefst zeven weken nummer één stond in de Nederlandse Top 40.

`Sacramento (A Wonderful Town)' was de vierde hit van Middle of the Road, en de eerste – na `Chirpy Chirpy Cheep Cheep', `Tweedle Dee Tweedle Dum' en `Soley Soley' – die niet voorzien was van een onzintitel. Het immens populaire kwartet uit Schotland, dat begin jaren zeventig tientallen miljoenen singles verkocht, beschreef in het popperige gitaarliedje een slaperige stad aan een rivier (de Sacramento) waar het vooral in het voorjaar heerlijk toeven is. Ook de mensen zijn er aardig, maar dat neemt niet weg, zo zingt Sally Carr, dat men zich in Sacramento behoorlijk alleen kan voelen: `Je voelt je eenzaam maar je beseft het niet/ totdat het sombere gevoel binnenin je sterker wordt.' Hoe het precies zit, vermeldt het liedje niet, want er volgt een refrein dat – het is tenslotte een Middle of the Road-nummer – eindigt met betekenisloze klanken: `sing sing sing din din din.'

Laten we overgaan naar San Francisco, een stad die in de popmuziek heel wat meer identiteit heeft. Te veel misschien, want het is de vraag of de haven aan de Pacific ooit af zal komen van zijn imago als epicentrum van de flowerpower. Het was in het park bij de Golden Gate Brug dat op 14 januari (!) 1967 de Zomer van de Liefde begon met een `Human Be-In', en het was in de wijk Haight-Ashbury dat de hippies aller landen bijeenkwamen voor love-ins, LSD en psychedelische Frisco-rock. Wijlen John Phillips, zanger-componist van The Mama's & Papa's, wijdde er een liedje aan en liet het aan zijn vriend Scott McKenzie over om er een hit van te maken. Dat lukte: `San Francisco (Be Sure To Wear Some Flowers In Your Hair)' verdreef in augustus 1967 `All You Need Is Love' van de eerste plaats, en zou daar althans in Nederland de rest van de Summer of Love niet meer vanaf komen.

De muziek van `San Francisco' was simpel – een gitaar, wat drums, een kek belletje, ritmisch handgeklap – zodat de tekst extra veel aandacht kreeg. McKenzie spoorde de luisteraars aan om naar San Francisco te komen en dan vooral wat bloemen in het haar te steken; want in Frisco liepen de straten vol aardige `mensen in beweging' en was de zomer een feest van liefde. De VVV van San Francisco voer er wel bij, en ook de hitparade kende een McKenzie-effect. Terwijl `San Francisco' nog op 1 stond, bereikten Eric Burdon & the Animals de top 10 met `San Francisco Nights', een feestrockplaat waarin een francis-caner femme fatale werd bezongen die de dansvloer kon veranderen in een aardbevingsgebied. En in oktober pikten The Flower Pot Men een graantje mee met `Let's Go To San Francisco', dat grossierde in vocale harmonieën en clichés over hoog opschietende bloemen en verruimde geesten waarvan het in San Francisco zou wemelen.

In werkelijkheid was de sfeer in Haight-Ashbury toen al veel minder groovy. De would-be hippies die gedurende de zomer in groten getale naar de Westkust waren gekomen, kampten met bad trips, gebrek aan geld en ongewenste zwangerschappen; terwijl de voorlieden van de hippiebeweging op een officiële manifestatie zelfs de `Death of the Hippy' hadden afgekondigd. San Francisco verloor al snel zijn aantrekkingskracht op de hitmakers, en het was niet meer dan toepasselijk dat de laatste grote Frisco-hit werd gescoord door een dode. Het melancholieke `Sitting On The Dock Of The Bay', dat in Nederland nummer 6 werd in maart 1968, was niet alleen de zwanenzang van Otis Redding (1941-'67), maar ook een requiem voor de bloemenkinderen van de Bay Area.

ps@nrc.nl