2 LOKALEN, 8 GROEPEN, 25 KINDEREN

Op de vraag of hij het niet eng vindt om na de zomer naar het Goesse Lyceum te gaan, antwoordt Stephan (12) ronduit `nee'. Toch is het geen gekke vraag, want de overgang zal voor Stephan groter zijn dan voor menig andere brugklasser. Nu vormt hij samen met Ramon (12) groep acht van basisschool De Linden in Ellewoutsdijk. In totaal heeft deze dorpsschool momenteel 25 leerlingen, verdeeld over twee klaslokalen. Stephan loopt nu elke dag naar school. Straks moet hij twintig kilometer fietsen naar het lyceum in Goes. En klasgenoot Ramon gaat ook nog eens naar een andere middelbare school. Ook geen beetje buikpijn dan? Even is het stil. ``Ik vind het wel een uitdaging'', zegt Stephan nadenkend.

Ellewoutsdijk is een klein dorpje op Zuid-Beveland. De weg erheen voert over eindeloze dijken langs weilanden, boomgaarden en sprookjesachtige dorpjes. Midden in Ellewoutsdijk staat tegenover de kerk openbare basisschool De Linden, al sinds vlak na de oorlog. Een ouderwetse koperen schoolbel markeert de ingang. Binnen doet het keukentje dienst als directiekamer, of andersom, en verder zijn er twee klaslokalen met aan beide kanten ramen. De lokalen kijken uit op een knus, door bomen omgeven schoolpleintje. Een gang is er niet. Een deur scheidt de twee lokalen. In het ene lokaal staat juf Anneke Mels met veertien leerlingen verdeeld over de groepen één tot en met vier. In het andere lokaal staat meester Jack Geschiere met de elf leerlingen van groep vijf tot en met acht.

De Linden moet 24 leerlingen hebben om te mogen voortbestaan. Sinds de invoering van de wet Toerusting en Bereikbaarheid in 1994 is voor alle scholen een opheffingsnorm vastgesteld op basis van de leerlingdichtheid. Hoe kleiner het dorp, hoe lager de norm, met als absolute minimum 23 leerlingen. Haalt een school de opheffingsnorm drie jaar achtereen niet, dan moet de school dicht. Wel zijn er nog wat `vluchtwegen' zoals splitsing van de gemeente in een dunbevolkt deel en een dichtbevolkt deel, zodat voor scholen verschillende normen gelden. Ook gelden soepeler regels als een school de laatste is binnen een straal van tien kilometer. En binnen schoolbesturen is het mogelijk te werken met een gemiddelde schoolgrootte, maar ook dan blijft een leerlingaantal van 23 het minimum. Hoeveel kleine scholen er precies zijn is moeilijk te achterhalen, omdat de cijfers vertroebeld worden door startende scholen in nieuwbouwwijken. De afgelopen twee jaren bungelden ruim 650 basisscholen op het randje van hun eigen opheffingsnorm en zijn er acht daadwerkelijk gesloten of gefuseerd.

Locatieleider Peter van den Berg werkt al ruim dertig jaar op De Linden. En al dertig jaar hangt de opheffingsproblematiek als een zwaard van Damocles boven de school. Tot nu toe wist de school het steeds te redden. Dit jaar voldeed de school op de teldatum van 1 oktober voor het eerst niet aan de norm. En of het volgend schooljaar lukt is nog afwachten. ``We hebben altijd tegen de stroom op geroeid, altijd politieke actie moeten voeren, want een school is belangrijk voor de leefbaarheid van een dorp'', zegt Van den Berg. Wat de kans op overleven vergroot is het feit dat De Linden inmiddels is ondergebracht in één bestuur van tien openbare scholen in de gemeente Borsele, waartoe ook Ellewoutsdijk behoort. Dat maakt het mogelijk om met leerlingen te schuiven. In theorie, want in de praktijk is dat nog niet gebeurd.

Van den Berg hoort vaak dat het onderwijs op een kleine school niet veel voorstelt, maar het tegendeel is waar, zegt hij. ``Wij komen hier juist meer aan onderwijs toe dan scholen in grote steden. Wij hebben hier ook kinderen van asielzoekers gehad en die leerden hier heel snel Nederlands doordat ze gewoon meededen.''

Volgens Van den Berg doet zijn school al vijftien jaar wat de politiek nu roept: leerlingen binnen de poort houden. ``Als kinderen elders uitvallen krijgen ze te horen `probeer het maar eens op Ellewoutsdijk'.'' Maar dat imago heeft de school ook wel opgebroken, geeft hij toe. ``We werden een beetje een vergaarbak van kinderen die het elders niet redden en daar waren de ouders hier op het dorp niet zo blij mee.'' Met name de toename van kinderen met gedragsproblemen levert weerstand op, want de extra aandacht die deze kinderen vragen kan op De Linden alleen van de groepsleerkracht komen, aangezien er geen remedial teacher is. Inmiddels is de school strikter geworden. Als de Onderwijsinspectie een kind doorstuurt komt het eerst twee weken op proef, waarna een advies aan de ouders volgt of de school daadwerkelijk iets extra's kan bieden.

Aan een aparte tafel in het lokaal van de bovenbouw oefent Chantal (9) met onderwijsassistent Nel Suk de tafels. Chantal is de enige leerling in groep vijf. In groep drie zat ze nog samen met twee andere meisjes, maar die zijn verhuisd. ``Ik denk wel dat het makkelijker zou zijn als er andere kinderen in mijn groep zouden zitten'', denkt Chantal hardop. ``Want het is hier best moeilijk. Hier moet je meer doen dan bij de juf en hier krijg je aardrijkskunde.'' En ja, minder kinderen in de klas betekent ook minder keus in vriendinnen. Maar Chantal klaagt niet. Ze trekt veel op met Marianne uit groep zes. Bovendien heeft ze thuis jonge poesjes om mee te spelen. ``En ik wil later ook dierenverzorger worden.''

Klassikaal onderwijs is er niet bij op De Linden. Geschiere en Mels geven hun leerlingen per groep instructie waarna ze vervolgens voor zichzelf gaan werken. Ook helpen de kinderen elkaar veel. Zo helpt Marianne Chantal vaak met taal en rekenen. Chantal is snel afgeleid als de meester een andere groep iets uitlegt. ``Met lezen of zo vind ik dat moeilijk. Thuis lees ik het beste, want daar is het stil.'' Maar niet alle kinderen hebben moeite zich te concentreren. Ramon: ``Dat zijn wij gewoon gewend.''

Zelfstandigheid staat noodgedwongen hoog in het vaandel van de school. Dat begint al bij de kleuters, die veel werkjes aan tafel doen en in groep twee al rap beginnen met voorbereidend schrijven. Een gezellige drukte in de klas is immers niet bevorderlijk voor de concentratie van de kinderen in groep drie en vier, die écht aan het leren zijn. Andersom heeft het bij elkaar in de klas zitten als voordeel dat kinderen al snel dingen meepikken van een groep hoger.

Juf Anneke Mels houdt het dagelijkse kringgesprek met alle kinderen samen. ``Dat stimuleert de kleintjes enorm om ook te gaan praten'', vertelt ze. ``De kleintjes vinden de groten niet bedreigend. Het zijn de groten die de kleintjes helpen. En bij ons komt iedereen elke dag aan de beurt.'' Wat er wel bij inschiet is het echt creatief bezig zijn met de kleuters, geeft ze toe. Ook het schoolzwemmen is afgeschaft omdat het te veel een geregel was. Maar een paar keer per jaar gaan de kinderen wel naar het theater in Goes, vertelt Mels desgevraagd. Ze lacht, maar in haar lach klinkt een lichte verontwaardiging. ``Wij zijn hier een gewone school, hoor.''