Wat wil een zanger na Wozzeck?

De Duitse bariton Matthias Goerne is een van de meest gelauwerde lied- en concertzangers van het moment. Vrijdag brengt hij Schuberts `Schwanengesang' in het Amsterdamse Concertgebouw.

,,Het is de wisselwerking tussen tekst en muziek die zingen zo interessant maakt. Het zoveelste lied van Brahms met een onnutte tekst over vogels, fluitekruid en een verloren liefje bevredigt mij allang niet meer - hoe fraai de muziek ook is. Misschien is dat een veeleisende houding voor een zanger. Maar mijn God, het is toch míjn leven?'' De Duitse bariton Matthias Goerne (Weimar, 1967) studeerde bij Dietrich Fischer-Dieskau en Elisabeth Schwarzkopf en maakte als twintiger een internationale bliksemcarrière. Nu is Goerne de `meest gerespecteerde liedzanger van zijn generatie' (New York Times).

Met zijn vaalbleke gezicht, helblauwe ogen, zwart leren motorjas en gemillimeterde blonde haar oogt Goerne (34) als de leadzanger van een rockband uit de voormalige DDR. Hij zegt zelf zich nooit werkelijk voor popmuziek te hebben geïnteresseerd, en woont heel keurig in een boerderij nabij Hamburg met zijn vrouw, zoon en dochter. (,,Maar ik ben nooit thuis.'')

In Nederland verwierf Goerne de laatste vijf jaar bekendheid als `Mahler-bariton' van het Koninklijk Concertgebouworkest, waar hij na een succesvolle reeks concerten met de vier Goethe-liederen van Hugo Wolf liederen zong uit Mahlers Des Knaben Wunderhorn en, afgelopen maart, terugkeerde voor een nieuwe serie concerten met de Rückertliederen steeds onder leiding van Riccardo Chailly.

Chailly

,,Mahler, het Koninklijk Concertgebouworkest en Riccardo Chailly vormen een drie-eenheid waar iedere zanger van droomt'', zegt Goerne na afloop van een repetitie in zijn solistenkamer. Zijn afstandelijkheid, soms bijna botte eerlijkheid en vermoeide ironie (,,Dromen? Ik droom van een loopbaan als Helmut Lotti.'') geven hem de uitstraling van de routineuze solitair. ,,Chailly is in het laatromantische repertoire de meest getalenteerde dirigent die ik ken,'' voegt Goerne toe. ,,Zijn mix van flexibiliteit, passie en helderheid is ongeslagen. De grootste moeilijkheid bij het dirigeren van een groot Mahler-orkest is het bereiken van een vrije, natuurlijke en open klank. Dat lukt Chailly als geen ander, waarbij ook meespeelt dat het Concertgebouworkest van oudsher een echt `Mahler-orkest' is. Elke keer dat ik hier een Mahlercyclus zing, valt me behalve de kwaliteit van het orkest ook het karakter op; die typisch laat-romantische, donkere, zijdeachtige klank. Gelukkig zijn Chailly en ik allebei `exclusieve Decca-artiesten', dus het is niet denkbeeldig dat we te zijner tijd samen alle Mahler-cycli op cd zullen uitbrengen.''

Wie Goerne op een van zijn inmiddels meer dan tien cd's met repertoire van Bach tot Wagner beluistert, wordt gefrappeerd door de lenige lichte hoogte en duister gekwelde laagte die hij in zijn stem verenigt. In Wolfs Goethe-liederen snoert zijn kernachtige timbre zich vanaf de eerste inzet als een worgslang om de maag van de luisteraar. Maar ook waar hij met zijn snelle vibrato zingt van woud en nachtegalen in Schumanns In der Fremde is het geen ongecontroleerde rukwind die de boomtoppen doet wiegen, maar een dartel strelend briesje. In Hanns Eislers op dezelfde tekst gecomponeerde Erinnerung an Eichendorff und Schumann is het juist zijn rauwe, grauwende laagte die indruk maakt.

Fischer Dieskau

Als oud-leerling van Dietrich Fischer Dieskau en zorgvuldig tekstinterpretator kon Goerne erop wachten dat men hem in één adem zou noemen met zijn oud-leermeester. Fischer-Dieskau's opnamen van Schumanns liederen hebben met de interpretaties van Goerne de grote mate van beheersing, sublieme afwerking en aandacht voor de dichterlijke inhoud gemeen. Maar anders dan Fischer-Dieskau wendt Goerne zijn stem zelden aan voor directe tekst-illustraties. Fischer-Dieskau stelt zich op verteller, en kleurt zijn stem mee met de personages die aan het woord komen. Goerne is interpreet. Hij zingt de tekst zonder timbreverkleuringen, maar met de inhoudelijk gewenste dramatische lading.

,,Ik houd er niet van te worden vergeleken'', zegt Goerne vermoeid. ,,Ik volg in het zingen mijn eigen gevoel, mijn eigen meningen en mijn eigen fantasie. Natuurlijk is het zo dat ik zelf en mijn manier van zingen het product zijn van mijn achtergrond een bijzonder cultureel angehaucht gezin in Weimar en opleiding. Maar wie kan mij vertellen waar de `Duitse liedtraditie' dan precies uit bestaat? Als Fischer-Dieskau in een bepaald lied kiest voor een tekstbenadering die mij óók ligt prima. Ik hoef niet elke dag zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Sinds Fischer-Dieskau is er trouwens überhaupt geen zanger meer te vinden die niet op een of andere manier door hem is beïnvloed.

,,De vraag is hoe en in hoeverre je je als zanger door je voorgangers laat beïnvloeden, en je dus conformeert. Ik moet eerlijk zeggen dat het me schokt hoeveel zangers zich zonder eigen visie en zonder enige vorm van inhoudelijke reflectie baseren op de `traditie'. Zij wenden zich tot een kast vol plaatopnamen en ontdekken: ,,Aha, zo wordt dit repertoire gezongen!'' Zo wordt een traditie voortgezet, zonder dat er een fundament van persoonlijkheid en visie achterligt. Dat is geen traditie, maar epigonisme. Heb ik daar affiniteit mee? Neen. Zijn dat belangwekkende uitvoeringen? Neen! Wie liederen zingt zonder zich een eigen toegang tot muziek en tekst te verschaffen, ondermijnt de essentie van het beroep `uitvoerend musicus'. Want waar anders ligt onze taak dan aan het steeds opnieuw en naar eigen inzicht tot leven wekken van bestaand repertoire?''

Een van Goernes meest opvallende opnames was die van het aangrijpende Hollywood Liederbuch van Hanns Eisler (1898-1962). De cd verscheen in de serie Entartete Musik, waarin muziek van in de jaren dertig en veertig onderdrukte of vervolgde componisten onder de aandacht werden gebracht. ,,Die serie was het meest belangwekkende grote opnameproject van de laatste tien jaar'', vindt Goerne. ,,Door onbekende werken onder de aandacht te brengen, ontstond een helder beeld van de manier waarop politiek, gruweldaden en onderdrukking in muziek werden gereflecteerd en becommentarieerd. Tussen alle Bach-edities bracht deze cd-reeks iets echt nieuws. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik de praktijk die draait om meer opnames van hetzelfde werk, verafschuw. Ik zing zelf ook graag Schuberts Winterreise, en vind dat geen zinloze herhaling. Wat mij stoort aan de cd-industrie is dat alles wat oncommercieel is vaak al bij voorbaat als oninteressant wordt afgedaan. Als het aan de platenmaatschappijen lag, zou de muziekgeschiedenis ophouden bij Alban Berg, want van nieuwere muziek koopt toch geen hond een cd. Het gevolg is dat onrendabele projecten als de Entartete Musik-serie worden afgekapt en het algehele niveau van nieuwe opnames daalt. Oerdom, vind ik dat. En doodzonde.''

Alban Berg

Een blik op Matthias Goernes agenda en discografie verraadt een nadrukkelijk accent op concert- en liedrepertoire. Hoewel hij zijn laatste cd wijdde aan Duitstalige aria's voor bariton en hij afgelopen november in Zürich met veel succes gestalte gaf aan de titelrol in Wozzeck van Alban Berg, zingt hij relatief weinig opera. ,,Ik leg de lat hoog'', stelt hij eenvoudig. ,,Er zijn niet zoveel baritonrollen die me werkelijk aantrekken. Anders gesteld: wat wil je als zanger nog na Wozzeck? Ik heb lang geleden besloten dat het belangrijk voor me is om een goed gevoel te hebben over mijn leven, en dat doel bereik ik alleen door geen concessies te doen aan mijn `hoge' idealen. Op de Salzburger Festspiele vertolk ik deze zomer de hoofdrol in een nieuwe opera van Hans Werner Henze, ik zing graag Wagners Tannhäuser en droom ervan ooit de rol van Posa te zingen in Don Carlos van Verdi met het Concertgebouworkest onder Chailly. Maar verder? Het accent zal altijd op het lied- en concertrepertoire blijven liggen, omdat daarin meer uitdagend werk is. Helemaal opgeven zal ik de opera nooit, al was het maar omdat er zoveel theatraal geladen liedrepertoire is, dat je zonder opera-ervaring niet werkelijk goed kunt zingen.''

De enkele voorzichtige tegenstemmen ten aanzien van Goernes liedkunst waren gekant tegen de uiterlijke trekken van zijn podiumpresentatie. Zijn expressieve mimiek, grote ogen, breed torso alles doet mee aan het Gesamtkunstwerk dat Goerne van elk lied maakt. Vrijdag wijdt hij zich met pianist Alfred Brendel aan Beethovens An die ferne Geliebte en Schuberts Schwanengesang. Het concert maakt deel uit van de serie Brendel Breeduit, waarin Brendel met vier concerten zijn zeventigste verjaardag viert.

De samenwerking tussen Goerne en Brendel is niet nieuw vorig seizoen maakten zij samen een tournee. ,,Liederen zingen met Brendel achter de piano is voor mij een totaal andere ervaring dan de recitals die ik geef met gespecialiseerde liedbegeleiders,'' vindt Goerne. ,,Brendel is en blijft solist, en datzelfde geldt voor mijzelf. Het resultaat is spanning, wrijving in positieve zin. Met de invulling van de pianopartij staat of valt vijftig procent van een goed liedrecital. Is die balans anders, dan is er sprake van musikalische Scheisse. Dan wordt het lief entertainment. Oninteressant, zinloos!

Brendel

,,Je kunt je afvragen of een liedrecital door twee zo nadrukkelijk aanwezige individuen niet doorslaat in extremen, maar dat geloof ik niet. Het is een luxe te werken met een musicus als Brendel, die in staat is zijn visie kraakhelder te vertalen in klank. Zijn visie op Schubert is bovendien nauw verwant aan de mijne. Schubert moet pretentieloos en eenvoudig worden vertolkt. Recht door de noten, het wezenlijke meenemend, en zonder al te veel details. Niet dat moeizame gedoe barstensvol wisselende tempi en tierlantijntjes in de dynamiek. Misschien is Brendels visie op Schubert inderdaad wel een beetje intellectueel. Dan is de mijne is dat ook. Laat het zo zijn, in vredesnaam. Dat is toch beter dan spelen met veel gevoel en weinig verstand? Veel gevoel en veel verstand dàt is hoe het moet.''

Matthias Goerne (bariton) en Alfred Brendel (piano). Beethoven,

`An die ferne Geliebte'; Schubert, `Schwanengesang', 7/6 in het Concertgebouw, Amsterdam.

Res. (020) 6 718 345.

Er zijn nog enkele podiumplaatsen beschikbaar.