Voetbalruzie

Echt vaak gebeurt het niet dat politiek en sport ruzie met elkaar kregen en in de jaren dertig al helemaal niet. Maar minister H.P. Marchant van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (waaronder ook sport viel) maakte het er wel naar op 3 juni 1934. Hij vond voetballers egoïstisch, omdat ze zich niet zouden interesseren voor sociaal werk. `Ik heb getracht onze voetballers er op te wijzen dat zij zich moreel en intellectueel tot een hoger niveau zouden kunnen opwerken. Zij hebben dat niet gedaan; zij hebben zich blijkbaar op het lagere niveau behagelijk gevoeld. Dat zij er op blijven!'

Het clubblad van Feyenoord reageerde woedend en wees de minister op het feit dat de KNVB en de voetbalverenigingen in korte tijd bijna 30.000 gulden aan liefdadigheidsgelden hadden verzameld. `Staan de voetballers met dit bedrag toch nog moreel en intellectueel op een lager niveau?', schreef het blad. `Maar, hemeltjelief, met welk bedrag kan men dan een hoger doel bereiken; moet het misschien een ton zijn?'

Dit conflict krijgt een bijzondere dimensie als we de achtergrond van Marchant kennen: in zijn jonge jaren, eind negentiende eeuw, speelde hij voetbal bij UD uit Deventer. Dat was echter een elitaire vereniging uit de periode dat de laagste sociale milieus amper tijd en geld hadden om te sporten. In 1934 was voetbal echter een volkssport geworden, waarin de elite op een uitzondering na geen rol meer speelde. Ondanks pogingen in de jaren twintig `de volkse elementen' te weren uit deze sport, werd het voetbal gedomineerd door arbeiders. Clubs als Feyenoord, DWS en Go Ahead heersten en niet meer HVV, HBS en UD. Het komt er dus op neer dat de ruzie van 1934 werd uitgevochten tussen een voetballer en een voetballer. Het is het mooiste voorbeeld dat deze sport in een halve eeuw zo enorm was veranderd dat de beoefenaars elkaar niet meer herkenden.

De regels waren dan wel hetzelfde gebleven met 22 spelers, een bal en negentig minuten de tijd om het geheel af te ronden, maar de maatschappelijke achtergronden waren radicaal gewijzigd. Geen voetballers uit de elite meer, maar voetballende arbeiders. Niet meer spelen voor de lol en daarna aan het banket, maar spelen om te winnen en de beste zijn. Want wie goed kon voetballen, genoot ook op zijn werk meer prestige. In de veertig jaar daarvoor hoefden de rijke jongeren zichzelf maatschappelijk niet te bewijzen – zij speelden dus vrijblijvend.

Dat is de echte achtergrond van de ruzie rond Marchant. Met zijn elitaire achtergrond kon hij zich niet voorstellen dat `het voetballende volk' ook sociaal bewustzijn had, omdat dat zich anders manifesteerde dan in zijn tijd. Wellicht was het daarom dat hij het aanbod afsloeg van Feyenoord om te komen kijken naar de volgende liefdadigheidswedstrijd voor het Rode Kruis. Ieder zijn eigen niveau, tenslotte.

jurryt@xs4all.nl