Vlucht naar voren

HET WAS BIJNA te voorspellen. Het ene bedrijf probeert het andere tegen diens zin over te nemen. Vijandschap alom. Het geboden bedrag gaat omhoog, beschermingsconstructies worden waterdicht, de overname gaat door en wordt weer afgeblazen, de rechter komt eraan te pas; dit alles begeleid door een vuil oorlogje in de media. En dan volgt na een afkoelingsperiode en een hernieuwde overnamepoging de `onverwachte ontknoping': het belaagde bedrijf zoekt zijn heil in de armen van een derde partij. Zo is het gegaan bij de strijd om het aannemingsconcern Hollandsche Beton Groep (HBG). Belager was concurrent Boskalis, dat vooral als baggeraar naam heeft gemaakt. Boskalis wilde de baggerafdeling van HBG hebben. In de rest – wat veel is maar weinig winst oplevert – was het niet geïnteresseerd. Gisteren werd bekend dat HBG zijn baggerwerk zal samenvoegen met een derde partij, Ballast Nedam. Boskalis heeft voorlopig het nakijken.

Fusies en overnames zijn aan de orde van de dag. Ondernemingen kopen er omzet, winst en marktaandeel mee. Hoewel er tekenen zijn die erop duiden dat de fusiemode over zijn hoogtepunt heen is, is het als verschijnsel zo alledaags dat de betekenis wel eens wordt onderschat. Reputaties worden erdoor gemaakt en gebroken, integratieprocessen na een fusie kunnen uitlopen op een drama, verwachtingen over een nieuwe aanwinst vallen soms fors tegen met alle gevolgen van dien. Het hele proces lijkt ingewikkeld, maar fusies en overnames slagen of mislukken vaak door simpele zaken als persoonlijke verhoudingen en belangen van bestuurders, al dan niet gekrenkte bedrijfstrots en de vraag wie het uiteindelijk voor het zeggen krijgt. Bij vijandige overnamepogingen, zoals in het geval van Boskalis en HBG, gaat het bovendien om de principiële strijd tussen verschillende scholen. Aanhangers van het `Angelsaksische' model, die voor alles het aandeelhoudersbelang koesteren, versus de supporters van het model waarin het bedrijfsbelang prevaleert. De onderneming als continuüm, afgegrendeld van de buitenwereld door allerlei beschermingsconstructies.

HET BELANG VAN de aandeelhouder is een hoge beurskoers. Allang wordt bedrijfsgrootte niet meer in omzet of winst uitgedrukt, laat staan in aantal werknemers, maar in beurswaarde. In de strijd om HBG is dat essentieel geweest – afgezien van de miljoenen die met baggeren te verdienen zijn. De koers van HBG is altijd achtergebleven bij de beursgraadmeters. Pas toen het overnamegevecht begon, veranderde dat. Was HBG ingegaan op het bod van Boskalis, dan zou de aandeelhouder de grote winnaar zijn geweest. Duidelijkheid had het ook geschapen. HBG had zich op een nieuwe toekomst moeten beraden. Ontdaan van zijn baggertak zou de rest van de Hollandsche Beton Groep immers niet meer zijn geweest dan een prooi voor een volgende overname of een rijk maar marginaal bouwbedrijf op zoek naar een partner. HBG zoekt nu zijn heil bij Ballast Nedam. Voor de aandeelhouders levert dat niet veel voordeel op. Het is een klassieke vlucht naar voren die echte keuzes vermijdt. Als de HBG-bestuurders vinden dat deze oplossing in het belang is van alle betrokkenen, inclusief beleggers, zullen zij natuurlijk in volle overtuiging het fusieplan ter stemming voorleggen aan de aandeelhouders.