Tussen de bijbel en het leven

Theoloog Kees Kok trekt een vies gezicht als hij denkt aan de officiële kerkelijke teksten. ,,Voor Rome is liturgie iets vaststaands, terwijl het voor veel gelovigen juist iets is waarmee ze hun omgang met de maatschappij bepalen. Voor die mensen zijn de liederen van Huub Oosterhuis de enige geloofstaal waar ze nog iets mee kunnen. Dat is geen wens van me, dat zie ik om me heen. Als de kerk deze liederen verbiedt, zal ze nog verder leegstromen. De taal die Rome voorschrijft is zo ambtelijk, zo onpoëtisch.'' Kok blijft zich opwinden over de starre houding van de katholieke kerk: ,,De domheid om daaraan vast te houden, ik kan er niet bij. Ik word daar boos over, want er hebben zoveel mensen zoveel energie gestopt om er toch nog wat van proberen te maken.''

Rome besliste deze week dat alle in de volkstaal vertaalde teksten opnieuw moeten worden vertaald en ter beoordeling aan Rome moeten worden voorgelegd. Ook kerkelijke liederen zullen door het Vaticaan worden gekeurd. Volgens Evert de Jong van de Nationale Raad voor Liturgie betekent onder andere dat de teksten van Oosterhuis wel eens geschrapt zouden kunnen worden. Oosterhuis zelf maakt zich daar geen zorgen over: ,,Dit is een heilloze ontwikkeling, waar de meeste kerkgangers zich niet aan zullen houden. In het bisdom Roermond waar mijn liederen niet officieel gezongen worden, gebeurt dat ook al heimelijk.''

Ook in het buitenland, vooral in Duitsland, is het werk van Oosterhuis erg populair, vertelt Kok die is verbonden aan de stichting Leerhuis en Liturgie, waar ook Oosterhuis voor werkt: ,,Laatst hadden we in Duitsland een liederendag, en dan zie je dat de mensen het oppikken. Dat er echt een sfeer ontstaat van `hier gaat het om.' Niet op zo'n blije pinkstergemeente-manier, maar gewoon serieuze, nuchtere mensen die hun band met het geloof terugvinden.''

De in 1980 opgerichte stichting geeft een maandbrief over liturgie uit, en is redactioneel verbonden aan het maandblad Roodkoper. Daarnaast organiseert Leerhuis en Liturgie liederendagen, en geeft ze cd's uit. De stichting verzorgt ook de diensten van de Amsterdamse Studentenekklesia, iedere zondag in de Rode Hoed aan de Amsterdamse Keizersgracht.

De Amsterdamse Studentenekklesia werd in 1960 opgericht, en ging teksten uit het Latijn dichter bij de geloofsgemeenschap brengen. In 1959 was in Rome het Tweede Vaticaans Concilie begonnen, waar besloten werd de mis in de volkstaal toe te staan. Kok: ,,In de euforie van dat concilie hebben veel mensen zich beziggehouden met geloofsexpressie in de eigen taal. De dichter en student theologie Oosterhuis begon met het maken van religieuze liedjes voor middelbare scholieren. Dat waren echt liedjes, en vandaaruit is hij dat ook voor de zondagse diensten gaan doen.''

In de jaren zestig heeft Oosterhuis volgens Kok in de rooms-katholieke kerk baanbrekend werk verricht, maar wat in de jaren zestig kon, kon in de jaren zeventig ineens niet meer.

Kok:,,Het Vaticaan maakte toen radicaal een einde aan alle vernieuwingsdrang. Net in die tijd gaf Oosterhuis aan te willen trouwen, en hij vond daarvoor steun bij zijn gemeente. Vervolgens heeft het bisdom Haarlem de verantwoordelijkheid voor de Studentenekklesia van zich afgeschoven, en staan ze formeel buiten de wereldkerk.''

De Studentenekklesia is toen zelfstandig doorgegaan. Kok: ,, We hebben ons verder ontwikkeld. Het is een misverstand te denken dat we afdrijven. De liturgie van Oosterhuis blijft juist heel dicht bij de bron. Niet bij de Latijnse bron, maar bij de Hebreeuwse of Griekse bron. Liturgie is altijd een confrontatie tussen de bijbel en de actuele leven. En daarom is er altijd behoefte aan een nieuwe vertaling. Bij de rooms-katholieke liturgie heeft dat proces 400 jaar stilgestaan sinds de reformatie, die natuurlijk ook zo'n confrontatie was.''