Racende pedaalridders veroveren de binnenstad

Fietskoeriers zijn booming business, nu de binnensteden dichtslibben. Vanaf morgen worden in Rotterdam de zesde Europese kampioenschappen fietskoerieren gehouden.

Eigenlijk maakt hij gewone kantooruren, zegt Roel Klungel (35) slurpend aan zijn vanilleyoghurt met havermout. ,,Die breng ik ook nog eens zittend door.'' Maar terwijl de rest van werkend Nederland zich ,,tijdens de mooiste uren van de dag opsluit'', sjeest Roel als fietskoerier door de straten.

In fel oranje outfit met wielrennersbroek en grote plastic rugtas is hij nauwelijks te volgen. De kleur lijkt opzettelijk te zijn gekozen in navolging van het verkeerslicht: wie niet kan remmen, rijdt door. Alhoewel, rode lichten zeggen Roel ook weinig. Breed glimlachend schiet hij voorlangs een politiebusje door rood. ,,Ze tolereren ons wel'', luidt zijn verklaring. Ze zouden toch weinig kunnen beginnen. Roels sluiproutes lopen dwars door parkeergarages, brandgangen en trottoirtjes. Als zijn mobieltje rinkelt voor een nieuwe opdracht, neemt hij op terwijl van een dijkje afscheurt dat eindigt op een grindpad.

Fietskoerieren zijn booming business, zegt ook Kuno Bakker, die is verbonden aan de Stichting De Fietskoerier. Behalve in de Randstad komen nieuwe bedrijfjes ook in de rest van Nederland op, zoals in Arnhem, Eindhoven, Groningen en Hilversum. De meest recente zijn in Dordrecht en Breda gevestigd. De sportieve uitstraling, milieuvriendelijkheid en snelheid in een autovolle binnenstad noemt hij als belangrijkste verklaring van het succes. Bakker is een van de organisatoren van het zesde Europees Kampioenschap dat morgen in Rotterdamse Schiehaven van start gaat en waaraan zo'n vijfhonderd koeriers meedoen. De bijbehorende camping staat vanaf gisteren al vol met deelnemers uit Boedapest, Kopenhagen en Dublin. Behalve wedstrijden koerieren, slippen en achteruitrijden zal daar ook vooral worden gefeest.

Ook door Roel, die met zijn racefiets zo tot op de vloerbedekking van een architectenbureau rijdt en springt in de lift om zijn eerste pakje op te halen.Dat moet zo snel mogelijk naar de fotograaf. Twee minuten later overhandigt hij het aan het meisje achter de balie die tegelijkertijd zenuwachtig aan haar beha peutert. ,,Zitten ze goed?'' schalt het door de winkel, waar de in de rij wachtende klanten geschokt ontwaken. Roel is alweer verder.

Hij koeriert voor De Versnelling, een bedrijf dat zes jaar geleden door twee vrienden is opgericht. Ging toen alles nog vrijblijvender – als het druk was fietsten er gewoon wat vrienden mee – inmiddels is het bedrijf uitgegroeid tot marktleider met tussen de vier- en vijfhonderd bezorgingen per dag. Behalve in Rotterdam wordt er nu ook in Den Haag, Utrecht en Amsterdam gefietst. ,,Ik heb nu negentig mensen op de loonlijst staan'', zegt de manager.

De saamhorigheid onder de koeriers is groot, zoals blijkt wanneer Roel een groepje schijnbaar onbeduidende fietsers begroet. ,,Ik ken ze niet, maar kan zo zien dat het koeriers zijn.'' Ook in het verzamelpunt van De Versnelling aan de Rotterdamse Baan is het oude-jongens-krentenbroodgevoel goed te merken. Het vertrek heeft het meeste weg van een grote studentenkamer. Posters van skateboarders hangen aan de muur, op de televisie loeit MTV en een stofzuiger is er nog nooit geweest. Buiten worden de fietsen bekeken en gesmeerd. Vanachter een computer deelt de planner opdrachten uit. Jeroen, die naar een drukkerij wordt gestuurd: ,,Het maakt me geen bal uit waar ik naartoe moet. Het is geen hersenchirurgie. Als ik maar kan fietsen.''

Roel laat zijn laatste litteken zien, dat vanaf zijn wenkbrauw tot zijn slaap loopt. Hij wilde een stoepje opspringen, maar belandde tegen een lantaarnpaal. ,,Normaal rijd ik op een racefiets, maar die was pas gestolen. Daar zit ik met mijn voeten aan vastgeklikt. Omdat ik nu op een mountainbike reed, bleef mijn fiets op de grond staan.'' Maar ongelukken horen bij het vak, evenals stoere verhalen. Van de flyer van het kampioenschap voor `pedaalridders' en `gladiatoren van de weg' druipt de romantische heroïek af: ,,Files bestaan niet, verkeersdrukte is een illusie. Door de stroom auto's, trucks en bussen te volgen ben je één met het verkeer en in harmonie met alles om je heen. Alles valt als een puzzel op zijn plaats. Fietsen is fun, want fietskoeriers leven in een bevoorrechte positie. We zijn buiten, vrij, kunnen trainen en krijgen er nog geld voor ook.''

Dat geld valt alleszins mee, zegt Roel. Per uur verdient hij zeventien gulden. ,,Niet zo veel, maar genoeg om mezelf te onderhouden.'' Het buiten zijn is het voornaamste voor hem. ,,Overdag kun je mijn lijf inhuren, maar niet mijn geest.'' Hij rijdt ,,om mijn kop leeg te maken en te broeien op ideetjes voor schilderijen en tekeningen.'' `s Avonds studeert hij namelijk aan de Kunstacademie. Dat is zijn nieuwe roeping, nadat hij eerst HTS-bouwkunde voltooide en een carrière had als molenaar.

De Versnelling krijgt inmiddels vier- à vijfhonderd orders per dag, voor 22,50 gulden per levering (alleen binnen het centrum, zonder spoed). Het bedrijf is het inmiddels zo hoog in de bol geslagen dat op de internetsite de nieuwe verkeersregel dat fietsers van rechts hebben voorrang hebben als overwinning van de fietskoeriers wordt geclaimd.

Van de tien geboden van de fietskoerier op de flyer luidt het zesde: ,,Gij zult niet wachten voor een stoplicht''. Het zevende: ,,Gij zult niet langzamer rijden dan 20 kilometer.''