Pensioen met whisky en zonder passie

De commissaris-in-ruste, die ook jaren na zijn niet geheel vrijwillige afscheid door bekenden nog steeds `de commissaris' wordt genoemd, heeft zo zijn routines. Eens in de drie weken, op woensdagmiddag, strijkt hij veertien overhemden, liefst op het moment dat ze nog niet helemaal droog zijn, en bij voorkeur gekleed in het bontgeblokte houthakkershemd dat hij ooit kreeg van Canadese collega's op staatsiebezoek. En voor elke stemming kent hij wel een passende whisky: Glenfiddich als hij er echt van wil genieten, Famous Grouse als er actie dreigt, Ballantine's – in wijnglas – voor het slapen gaan. Zijn gepensioneerd bestaan is geen gepassioneerd bestaan. Behalve de verleiding van le whizkie du matin, zoals de commissaris met Yves Montand zijn ochtendslok noemt, kent zijn leven weinig opwinding.

Tót de woensdagmiddag dat hij zijn strijkbout moet uitzetten, omdat boven de witte cyclaam voor het venster van zijn eenzame boshuisje een bebloed, blond-gekruld hoofd verschijnt. Het hoofd van Maria Kasteel, zijn veelbelovende jonge protegee die nog in haar eerste werkweek opstapte na een aanvaring met het botte seksisme van het corps. Ook ditmaal weet de commissaris haar niet te beschermen. Maria, zijn infiltrante, wordt in zijn huis vermoord en nog wel met zijn veelbesproken handgemaakte delftsblauwe namaakpistool – het gehate afscheidsgeschenk dat hem onder buldergelach van de maten ten deel viel, terwijl hij had gehoopt op een cheque voor een reis naar Amerika.

Zoveel is duidelijk: er vallen in Dovemansoren, het door Rinus Ferdinandusse geschreven cadeauboekje voor de Maand van het Spannende Boek, heel wat interne politieappeltjes te schillen. Misschien was het Delfts-blauwe monstrum door de gulle gevers ook al als wraak bedoeld: in Dovemansoren klinkt de echo van IRT, louche rechercheduo's en CID-informanten. Als het boevengilde bij de teraardebestelling van Maria's onderwereldliefje met een escorte van motorrijders en onder klokgebeier het stadsverkeer vast en de politie voor gek zet, beleven wij bovendien een reprise van de begrafenis van crimineel Sam Klepper.

De Maand van het Spannende Boek illustreert de gestegen status van de misdaadliteratuur. Rinus Ferdinandusse, bekend en berucht als voormalig hoofdredacteur van Vrij Nederland, was een pionier in de verbreiding van het detectivegenre. Crimeliefhebbers danken mede aan hem VN's jaarlijkse detective- en thrillergids. Zelfs toen de misdaadschrijverij nog vooral niemendalletjes opleverde, droeg hij zijn enthousiasme al uit. Zijn eigen Naakt over de schutting en Zij droeg die nacht een paars corset waren typische jaren-zestigproducten. Sindsdien ging het genre er in kwaliteit enorm op vooruit en trok het bovendien een massaal nieuw lezerspubliek. Maar waarom de CPNB na hedendaagse literaire grootheden als George en Walters dit jaar Ferdinandusse vroeg het cadeauboek te schrijven – zijn eerste boek trouwens sinds 1983 – is onduidelijk. Dovemansoren is niet spannend, niet ontroerend en niet echt geestig (ondanks een aluminium hasj-tampon en een detectivebureau dat Grey Cells Forever heet); het bevat geen interessante karakters en evenmin scherpe inzichten. Meer dan een vaardig en met kennelijk plezier geschreven kasteelnovelle, die Ferdinandusse de kans biedt zijn bekende preoccupaties nog eens te uiten (`de zandstrook rond de zuil was bezaaid met zeker dertig verschillende soorten hondendrollen'), is het niet. Goed om de tijd te doden – if you prefer it killed.

R. Ferdinandusse: Dovemansoren. CPNB, 95 blz. gratis bij aankoop van ƒ29,50 aan Nederlandstalige boeken