Om de breedte van het politiek debat

Mogen de SGP of haar kompanen van de ChristenUnie in een politiek debat vinden dat het homohuwelijk het einde betekent van de beschaving? Mogen zij beweren dat de abortuswet een uiterst kwalijke wet is, die jaarlijks vele onschuldige slachtoffers eist? Mogen zij tegen euthanasie zijn omdat zij menen dat de mens behoort te dragen wat God te dragen geeft? Mag de SGP in het openbaar pleiten voor afschaffing van het vrouwenkiesrecht? Mag zij betogen dat de man de baas hoort te zijn in het huwelijk, omdat dat zo is vastgelegd in de scheppingsorde?

Ik denk van wel en ik zou daar een iets uitgebreidere motivering bij willen geven dan de gebruikelijke uiteenzetting over de vrijheid van meningsuiting die zo'n groot goed is in een liberale staat. En voordat ik nu verdacht word van stiekeme sympathieën voor het orthodox-confessionele deel der natie: nee, ik zal mij niet aansluiten bij de gedachtegang die SGP-leider Van der Vlies op deze pagina ventileerde, dat de seculier-liberale kerk op een geloof begint te lijken en al net zo intolerant wordt als echte geloven. (Hoewel het op zichzelf mooi is dat een streng gelovig christen als Van der Vlies, als hij echt kwaad wordt en andersdenkenden goed wil kwetsen, hen gaat verwijten dat zij zich gedragen als een kerkgenootschap. Daar proef ik dan toch iets van onbewuste zelfkritiek.) Een liberale staat is eindeloos veel toleranter dan een staat op christelijke grondslag zou zijn, daarover kunnen wij kort zijn.

Een liberale staat heeft echter twee ingebouwde zwakke punten. Zo'n staat gaat impliciet of expliciet uit van de gedachte dat burgers in vrijheid hun leven willen inrichten naar eigen goeddunken en zij weet niet goed raad met burgers die kiezen voor een leven dat op gespannen voet staat met dat ideaal van autonome keuzevrijheid: Vrouwen die hun man gehoorzaamheid beloven en onderdanig willen zijn, vrouwen die een ongewenste zwangerschap voortzetten omdat zij de toorn Gods in het hiernamaals niet willen riskeren, ouders die hun kinderen niet laten inenten omdat zij menen dat zij niet het recht hebben zich teweer te stellen tegen Gods plannen met hun kroost. Liberale theoretici lossen dit vraagstuk doorgaans op met de doctrine waar VVD-ideoloog Patrick van Schie zich bij aansloot (NRC Handelsblad, 29 mei): volwassen mensen moeten het recht hebben een niet-liberaal leven te leiden als zij dit wensen, bij kinderen ligt dat anders. Die moeten primair zo worden opgevoed dat zij later in staat zijn te kiezen, hetzij voor het leven van hun ouders hetzij voor iets heel anders. Strikt genomen betekent dit dat het onmogelijk moet zijn kinderen te onttrekken aan de leerplicht, dochters te besnijden, en kinderen niet te laten inenten. Dat is een behoorlijk goede oplossing voor het eerste probleem, die helaas niet altijd consequent wordt gekozen door onze paarse overheid.

Het tweede zwakke punt van een liberale staat is dat het moeilijk is in zo'n staat collectieve idealen te ontwikkelen, te verkondigen en in praktijk te brengen. Dat geldt voor religieuze idealen als die van de SGP (o mocht ik leven in een land waar iedereen de scheppingsorde respecteerde, waar alle moeders de arbeidsmarkt meden, en waar iedereen op zondag naar de kerk zou gaan). Het geldt echter net zo hard voor ecologische idealen (o mocht ik leven in een land waar nooit een dier werd opgegeten door een mens, waar verplaatsing per auto een zeldzaamheid was en waar iedereen genoegen zou nemen met een halftijdse baan). Aanhangers en vertegenwoordigers van een liberale staat kunnen dergelijke idealen zodra zij worden verkondigd afdoen als inherent intolerant en strijdig met de liberale beginselen: Wat denkt de orthodoxe christen te doen met vrouwen die geen heil zien in de bijbel? Hoe moet het met homoseksuelen en met ongeneeslijk zieken die verlangen naar een zachte dood? Hoe gaat de ecologisch bevlogene zich opstellen tegenover blij-dat-ik-rij medeburgers? Hoe moet het met al die vleesliefhebbers en met mensen wier levensgeluk gelegen is in een fanatieke toewijding aan hun werk? De aanhangers en vertegenwoordigers van de liberale staat kunnen daar zelf echter geen collectief ideaal tegenover stellen. Dat iedereen zo goed mogelijk moet kunnen leven naar zijn eigen overtuiging is geen collectief ideaal, maar meer een soort uitgebreide randvoorwaarde waarvan je vindt dat die sowieso in acht genomen moet worden.

Een politiek of maatschappelijk debat, dat toch naar zijn aard gericht moet zijn op collectieve besluitvorming, wordt een bloedeloze discussie als iedereen van meet af aan zijn hele denken laat bepalen door de liberale randvoorwaarden. Het lijkt mij beter om zo'n debat te voeren vanuit de grondgedachte dat iedereen de ruimte moet hebben om alle anderen te overtuigen. Laat ecologisch bevlogenen uitvoerig beschrijven hoe die andere maatschappij van hen eruit ziet. Laat de orthodox-protestanten vertellen hoe het leven wordt als wij het zouden inrichten conform de door hen gekoesterde beginselen. En laat liberalen dan daartegenover vertellen hoe ongelooflijk fijn het is om een fulltimebaan te hebben, hoe heerlijk het is om auto te kunnen rijden en niet altijd afhankelijk te zijn van de NS en hoe plezierig het leven kan zijn zonder kwellende geloofsbanden en bijbehorende leefregels. En ga pas daarna eens kijken hoe een en ander zich verhoudt met de liberale randvoorwaarden.