Oefenen op spieren en menselijk vlees

Pieter Paul Rubens, Jacob Jordaens en Anthonie van Dyck staan bekend als de grootmeesters van de Vlaamse schilderkunst van de 17de eeuw. Aan dat beeld wordt niet getornd in de mooie tentoonstelling van honderd Vlaamse tekeningen uit die periode in Museum Boijmans Van Beuningen. Niet alleen is veruit het grootste deel van de geëxposeerde bladen van de hand van de drie helden, maar ook wordt hun belang onderstreept door de voorstelling van de tekeningen, geselecteerd uit de eigen collectie van het museum. Van Rubens en zijn twee voornaamste Antwerpse navolgers zijn vooral veel studies en werktekeningen te zien voor monumentale altaarstukken en historieschilderijen met veel figuren. Zulke drukbevolkte composities met onderwerpen ontleend aan de bijbel of heiligenverhalen, de mythologie of de oude geschiedenis, die de kunstenaar bij uitstek de gelegenheid geven zijn vakmanschap, inventiviteit en geleerdheid te tonen, stonden bovenaan in de hiërarchie van schilderkunstige genres.

Rubens laat zich in Boijmans kennen als de veelzijdige en rusteloze kunstenaar die hij al op jonge leeftijd geweest moet zijn. Zo zijn er vroege bladen waarin hij figuren uit prenten en boekillustraties natekende, en is er een voorbeeld van tekeningen van oudere kunstenaars, die Rubens verzamelde en vervolgens retoucheerde. De soms spichtige figuren in snel met de rietpen getrokken schetsen, die dienden als eerste idee voor composities, verraden weinig van de gespierde helden en volslanke matrones waartoe ze in de uiteindelijke schilderijen leidden. Maar ook op spieren en menselijk vlees zie je Rubens oefenen in fraai gemodelleerde krijttekeningen van figuren in de ingewikkeldste houdingen. Een hoogtepunt in de tentoonstelling is de in zwart en rood krijt uitgevoerde studie van een jonge vrouw met gevouwen handen, waarin zoveel fijne aandacht is besteed aan het gezicht dat het wel een portret lijkt. Toch blijkt uit de catalogus dat het blad vooral studiemateriaal heeft geleverd voor elementen van verschillende altaarstukken.

Van Jacob Jordaens valt een groep schetsmatig getekende, maar zorgvuldig van kleuraccenten voorziene tekeningen van volledige composities op. Het zullen werktekeningen zijn geweest voor schilderijen die de meester er later naar maakte. Een veel verder uitgewerkt en ingekleurd blad sluit aan bij de vele versies die Jordaens schilderde van het thema `de koning drinkt', een feestmaaltijd waarbij de gast die een boon in zijn gebak vindt tot koning werd uitgeroepen. Mogelijk is deze tekening ook een voorbeeld voor een geschilderde versie geweest, maar ze kan ook als zelfstandig kunstwerk zijn gemaakt. In de tekeningen van Anthonie van Dyck is, afgezien van tronies en portretten, bijna steeds een relatie met geschilderde altaarstukken of religieuze scènes zichtbaar, meestal als geschetst idee of werktekening, éénmaal als kopie naar een schilderij van Rubens.

Naast het artistieke geweld van de drie giganten hangen nog zo'n dertig werken van minder beroemde tijdgenoten. Hier overheersen landschappen, topografische gezichten, stillevens en dierstudies. Een aantrekkelijke atmosferische kwaliteit kenmerkt een ontwerp dat Jan Wildens maakte voor een gravure uit een serie voorstellingen van de maanden van het jaar. In de `maand maart' tekende Wildens, tijdens een verblijf in Italië, het onderhoud aan een wijngaard in een kil en regenachtig landschap met een stad op het middenplan en een heuvelig vergezicht op de achtergrond.

Wildens genoot met zijn landschappen een zo groot prestige dat zelfs Rubens gebruik maakte van zijn diensten. Het lijkt alsof daaruit geconcludeerd moet worden dat in het 17de-eeuwse Vlaanderen de mindere goden zich tevreden moesten stellen met het kleine werk; de kruimels die de `grote drie' lieten liggen. Toch zullen ook Rubens, Jordaens en Van Dyck studies hebben gemaakt voor de landschappen en de dieren, de gebouwen en de stillevenelementen in de monumentale historiestukken waarmee ze hun artistieke prestige opbouwden. De expositie toont daarvan één enkel voorbeeld: een topografische schets die Anthonie van Dyck maakte van een middeleeuwse toren in de plaats Rye in Sussex. Daarmee weerspiegelt de tentoonstelling misschien meer de samenstelling van de collectie Vlaamse tekeningen van Museum Boijmans en de smaak van degenen die haar bijeen hebben gebracht, dan de variëteit in de tekeningenproductie van de betreffende kunstenaars.

Tentoonstelling: Rubens, Jordaens, Van Dyck en tijdgenoten; Vlaamse tekeningen uit de 17de eeuw. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 5/8. Catalogus: ƒ99,50 (geb.).