Obsessies van het middenkader

Het kan nog kaler, nog verder uitgebeend, nog laconieker. Dat is de boodschap van James Ellroy in The Cold Six Thousand, het vervolg op het veelgeroemde American Tabloid (1995) en het tweede deel van wat de trilogie `Underworld U.S.A.' moet worden. Met American Tabloid maakte hij een spectaculaire sprong voorwaarts. Hij liet het Los Angeles van zijn eerdere boeken achter zich en nam afscheid van zijn favoriete decennium, de jaren vijftig. Ellroy begon zijn hard boiled-misdaadromans te combineren met een episch verhaal over de grote politiek van de Verenigde Staten in de jaren zestig. Dat is een geliefd thema van auteurs als Don DeLilo en Norman Mailer. Ellroy meldde zich nadrukkelijk als kandidaat voor het schrijven van The Great American Novel.

Ellroy is een schrijver die, meer dan de gemiddelde auteur, door zijn werk heen zichtbaar blijft. Dat verstoort de illusie van zijn boeken misschien, maar het verhoogt tegelijkertijd hun dramatiek. Dat heeft alles te maken met zijn bijzondere biografie, die hij in publieke optredens handig, en schaamteloos, heeft uitgespeeld. Zijn fantasieën over de nooit opgeloste moord op zijn moeder, na een bezoek aan een café in juni 1958, en over de hele schaduwwereld die achter die moord schuil zou kunnen gaan, speelt op de achtergrond van zijn boeken steeds mee. Het was de directe inspiratie van twee hoogtepunten in zijn werk: The Black Dahlia (1987) en My Dark Places (1996).

The Cold Six Thousand begint waar de voorganger American Tabloid ophield (met de moord op John F. Kennedy in Dallas op 22 november 1963) en beslaat de periode tot de aanslagen op Bobby Kennedy en Martin Luther King. Opnieuw laat Ellroy naast zijn fictieve personages historische figuren optreden, zoals FBI-topman J. Edgar Hoover, de corrupte vakbondsleider Jimmy Hoffa en de zakenman annex filmmagnaat Howard Hughes. Deze mannen trekken aan de touwtjes, maar ze zijn even geperverteerd en monomaan als Ellroys helden, het criminele middenkader. Ellroys beeld van de Amerikaanse politiek als een immense samenzwering, is niet nieuw. Dat idee is een van de hardnekkigste culturele verschijnselen in de Verenigde Staten. Maar Ellroy weet het zich toe te eigenen door zijn verpletterende detaillering. Move over, Oliver Stone.

Twee helden uit American Tabloid keren terug: de crimineel Pete Bondurant die voor de maffia smerige klussen opknapt, en die inmiddels aardig aan de weg timmert. Hij zet een heroïnelaboratorium op in Vietnam, smokkelt de heroïne naar Las Vegas, en gebruikt de winst om wapens te kopen voor Cubaanse strijders tegen Fidel Castro. Een oude bekende is ook Ward J. Littell, advocaat van kwade zaken. Hij werkt voor zowel de maffia als Howard Hughes en is daarnaast informant van J. Edgar Hoover. Littell heeft heimelijk progressieve sympathieën, hij is bijna verliefd op Bobby Kennedy, en worstelt daar gaandeweg steeds meer mee.

Precies het omgekeerde gebeurt met Wayne Tedrow, een politieman uit Las Vegas die het boek naar Ellroys maatstaven fatsoenlijk begint. Hij wordt precies op de dag dat Jack Kennedy is vermoord naar Dallas gestuurd, om de zwarte pooier Wendell Durfee te vermoorden in opdracht van de maffia, tegen betaling van de `cold six thousand' uit de titel, maar hij besluit hem te laten lopen. Tedrow krijgt lucht van de cover up na de moord op JFK en komt zelf al snel aan de verkeerde kant van de streep terecht. Juist Tedrow die een afkeer van racisme heeft, raakt betrokken bij de heroïne die de maffia afzet in de zwarte wijken van Las Vegas. Zo is het ook Littell die uiteindelijk de voorwaarden schept voor de moord op Bobby Kenedy.

Niemand is onschuldig. Gewetensnood is bij Ellroys personages te veel gezegd. Ze worden eerder geplaagd door conflicterende obsessies. Dit boek heeft ook nauwelijks een plot. Ellroy geeft de gebeurtenissen zo sec mogelijk weer, als een chroniqueur. De ingewikkelde dwarsverbanden tussen de maffia, de Ku Klux Klan, de FBI, en het Vietnamese regime, zijn al snel niet meer precies te volgen. Het gaat meer om de algemene sfeer van geweld, corruptie en smerigheid.

Alle elementen zijn aanwezig voor een even krankzinnig en spannend boek als American Tabloid. Maar toch is The Cold Six Thousand lang niet zo goed. Dat heeft te maken met Ellroys stijl. Het hele boek van bijna 700 pagina's bestaat uit ultrakorte alinea's en zinnen van gemiddeld niet meer dan vijf, zes woorden, soms afgewisseld met pseudo-documenten. Het boek speelt zich af in een soort schokkerig stroboscooplicht. Ellroys stijl dwingt het boek in een noodtempo te lezen. De voortdurende herhalingen werken afstompend, zoals ook Ellroys personages afgestompt zijn en worden gedreven door onophoudelijke dwanggedachten.

In eerdere boeken werkte dit nog wel, maar inmiddels is Ellroy te ver doorgeschoten. Hij is zo hard boiled, dat hij barsten begint te vertonen. De personages en de gebeurtenissen blijven te vlak. Hij schiet het doel van zijn extreme minimalisme – de suggestie wekken van objectiviteit, om zo de Amerikaanse geschiedenis te ontmaskeren – voorbij. Het boek wordt er juist gekunsteld door.

Inmiddels lijkt Ellroy zijn demonen redelijk te hebben getemd. Dat is waarschijnlijk mede de oorzaak van de wezenloze sfeer van The Cold Six Thousand. Maar je blijft benieuwd of hij in het slotdeel van deze trilogie zal proberen om nòg meer weg te laten.

James Ellroy: The Cold Six Thousand. Knopf, 672 blz. ƒ71,60. Vertaald als: Zes ruggen door Gerda Baardman en Huub Groenenberg, Atlas, 799 blz. ƒ49,90

Ellroy's doel is de Amerikaanse geschiedenis te ontmaskeren