Muurschildering Bruno Schulz teruggevonden

Plotseling waren ze weer verdwenen, bijna even onverwacht als ze enkele maanden eerder waren opgedoken: de muurschilderingen die de Poolse schrijver en schilder Bruno Schulz enkele maanden voor zijn dood in 1942 maakte op de muren van kinderkamers in de villa van Gestapo-officier Felix Landau. De schilderingen blijken te zijn meegenomen door medewerkers van het Yad Vashem instituut in Jeruzalem. ,,De schilderingen horen hier omdat Schulz een jood was'', reageerde het gerenommeerde instituut nadat het stof enigszins was opgetrokken. Het werk van Schulz zou `geschonken' zijn door het bejaarde Oekraïense echtpaar dat nu in de vervallen villa van Landau in het plaatsje Drohobycz woont.

Begin dit jaar werden de muurschilderingen ontdekt door een Duitse filmer die een documentaire maakte over het leven van Bruno Schulz. Die werd wereldberoemd met zijn korte, beeldend en associatief geschreven verhalen over het leven in een klein Pools, joods stadje. Schulz (1892-1942) was ook een bekend beeldend kunstenaar.

Drohobyzc, waar Schulz opgroeide en later als leraar aan het plaatselijk gymnasium werkte, kwam in 1941 onder Duitse bezetting. Toen de jodenvervolging begon leek Schulz aanvankelijk op de protectie te kunnen rekenen van Felix Landau, een Duitse Gestapo-officier die erg geboeid werd door het werk van de Pools-joodse kunstenaar. Hij vroeg Schulz om de muren van de kinderkamers te beschilderen. Enkele maanden later werd de kunstenaar op straat doodgeschoten door een andere Duitse officier, omdat hij jood was.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Drohobycz in de Oekraïne te liggen. De joodse en Poolse achtergrond van het stadje hield op te bestaan en de muurschilderingen waarvan het bestaan bekend was werden nooit meer teruggevonden. Totdat de Duitse filmer ze achter vele lagen muurverf te voorschijn wist te peuteren.

Polen en Oekraïners – die zichzelf tegenwoordig weer zien als natuurlijke bondgenoten – begonnen onmiddellijk plannen te smeden voor een Bruno Schulz museum in de villa. De schilderingen werden bijgeschreven in het register van nationaal erfgoed.

En toen verschenen er plotseling enkele onbekenden aan de deur van de villa. Ze boden het bejaarde echtpaar dat er nu woont honderd dollar, een kapitaal in de Oekraïne, en begonnen op uiterst professionele wijze de schilderingen los te maken en in te pakken. Ze bleken afspraken gemaakt te hebben met een plaatselijke ambtenaar. Aanvankelijk leek het om kunstroof te gaan, maar eerder deze week verklaarde Yad Vashem, het Israëlische instituut ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Holocaust, dat de schilderingen nu officieel in Jeruzalem zijn. De Oekraïense regering weet van niets en spreekt van `roof'. De Poolse overheid is verbijsterd. ,,Het zou nooit in mijn hoofd zijn opgekomen dat een dergelijk gerespecteerd instituut als Yad Vashem een dergelijk misdaad zou tolereren'', aldus Jerzy Ficowski, de Poolse biograaf van Schulz.