Koninklijk bezoek aan Rusland is hoogst ongepast

Op 5 juni begint het staatsbezoek van koningin Beatrix en kroonprins Willem-Alexander aan Rusland. Intussen gaan in Tsjetsjenië de mensenrechtenschendingen door het Russische leger `gewoon' door. Derhalve zou het bezoek niet moeten plaatsvinden, meent Diederik de Savornin Lohman.

Al twintig maanden lang leeft de burgerbevolking van Tsjetsjenië in angst voor soldaten van het Russische leger die daar op grote schaal moorden, martelen en mensen spoorloos doen verdwijnen. De internationale gemeenschap staat deze misstanden oogluikend toe.

Van september 1999 tot maart 2000 bombardeerden Russische vliegtuigen en artillerie Tsjetsjeense steden en dorpen systematisch kapot met duizenden burgerslachtoffers als gevolg. De vernielingen in de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny kennen hun gelijke niet sinds de vernietiging van Dresden in de Tweede Wereldoorlog.

Sinds maart vorig jaar is de oorlog van karakter veranderd. Russische troepen voeren nu een typische `vuile oorlog' naar Latijns-Amerikaans model. De afgelopen veertien maanden zijn duizenden inwoners van Tsjetsjenië zonder aanleiding opgepakt, geslagen en gemarteld. Vele honderden zijn standrechtelijk geëxecuteerd of verdwenen. Eind februari van dit jaar werd nog een massagraf met 51 lijken gevonden vlak buiten de voornaamste militaire basis van het Russische leger in Tsjetsjenië. Het overgrote deel van de geïdentificeerde lijken bleken mensen te zijn die het laatst gezien waren in de handen van Russische federale troepen en waren geëxecuteerd. De autoriteiten hebben de vondst van dit massagraf snel in de doofpot gestopt en bewijsmateriaal letterlijk begraven.

Vladimir Poetin, de president van Rusland en tevens opperbevelhebber van het leger, draagt eindverantwoordelijkheid voor deze misdaden en weigert adequaat strafrechtelijk vooronderzoek te laten verrichten. Als eerste minister organiseerde hij de campagne in september 1999 die hij, naar eigen zeggen, als zijn `historische missie' zag. Hij beloofde het Russische volk dat de Tsjetsjeense rebellen nergens veilig zouden zijn en zelfs op de pot `zouden worden afgemaakt.'

Mensenrechten- en humanitaire hulporganisaties, zoals Human Rights Watch, Memorial en Artsen zonder Grenzen, hebben de misstanden inTsjetsjenië vele malen onder de aandacht van Poetin en andere Russische bewindslieden gebracht. Poetin kan zich dus niet beroepen op onwetendheid. Hij heeft al deze alarmberichten moedwillig genegeerd. Erger, hij heeft militairen die betrokken zijn geweest bij zeer ernstige schendingen van de mensenrechten gedecoreerd, gepromoveerd en publiekelijk geprezen.

De schendingen die Russische troepen hebben gepleegd in Tsjetsjenië en elke dag nog plegen, staan gelijk aan oorlogsmisdaden of zelfs misdaden tegen de menselijkheid. De ernst en frequentie van de schendingen doen op geen enkele wijze onder voor de schendingen die Servische troepen in Kosovo pleegden eind 1998 en begin 1999. Een situatie die onder meer leidde tot zware diplomatieke en economische druk vanuit de internationale gemeenschap en uiteindelijk tot een militaire interventie door de NAVO. Het Joegoslavië Tribunaal heeft de toenmalige Joegoslavische president Slobodan Miloševic in staat van beschuldiging gesteld voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Mensenrechtenorganisaties hebben de internationale gemeenschap herhaaldelijk opgeroepen ook een internationaal onderzoek in te stellen naar de mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië. Helaas weigeren de Europese Unie, de Verenigde Staten en andere westerse landen hardnekkig verder te gaan dan retorische veroordelingen van Ruslands handelen in Tsjetsjenië. Als gevolg hiervan lopen bijna alle schuldigen aan die grove schendingen vrij rond. Ook wordt niet vastgesteld in hoeverre Poetin zelf strafrechtelijk aansprakelijk is voor die schendingen en voor het uitblijven van deugdelijk strafrechtelijk vooronderzoek.

Ondertussen wordt Poetin door westerse leiders met open armen onthaald. Volgende week gaan koningin Beatrix en kroonprins Willem-Alexander op staatsbezoek naar Rusland. Op het programma staan diverse ontmoetingen tussen Poetin, de koningin en de kroonprins.

Dit bezoek zou niet moeten plaatsvinden. Poetin heeft bloed aan zijn handen en de eer van een ontmoeting met koningin Beatrix en kroonprins Willem-Alexander zou niet voorbehouden moeten zijn aan dergelijke mensen. Het bezoek is ook een klap in het gezicht van de vele duizenden Tsjetsjenen en hun familieleden die door Poetins troepen zijn vermoord, gemarteld of verdwenen.

Drs. D.E.A. de Savornin Lohman is directeur van Human Rights Watch Moskou.