Koningin

,,Wat heb je daar?'' riep Vera die uit het raam hing. Max zat op zijn hurken in de tuin en had iets in zijn hand. De zon scheen en de lucht was blauw.

In de verte hingen grijze wolken.

,,Een mier,'' riep Max terug. Hij keek niet op.

,,Een mier?''

,,Een hele grote,'' riep Max.

Vera moest erom lachen. Max met zijn mieren. De tuin zat er vol mee. Overal liepen ze rond. En Max kon er uren naar kijken. Hij kon zich er helemaal in verliezen. Dan lag hij op zijn buik in het gras dromerig naar een colonne mieren te kijken. Of hij probeerde met een piepklein takje het pad van de mieren af te buigen, of hij bouwde een bruggetje van twee lucifers en een stukje papier. Vera had dat niet. Ze kon best wel een tijdje naar mieren kijken, maar net te lang. Dan ging ze zich vervelen.

,,Kom nou even kijken,'' riep Max, ,,hij is heel bijzonder. Misschien is het wel de koningin.''

Nou dat weer.

De koningin.

Vera liep naar beneden en door de keuken naar de tuin. Onderweg zag ze het vergrootglas op tafel liggen en ze nam het mee. Mieren hadden een koningin, dat had Max haar nu al een paar keer uitgelegd. De koningin was de enige mier die niet hoefde te werken zoals de andere mieren die daarom werkers werden genoemd. De koningin hoefde alleen maar duizenden eitjes te leggen. Daar kwamen dan weer nieuwe werkers uit. Zo bleven de mieren bezig.

Dat was het idee. Tenminste, zo had Max het verteld en zo had Vera het onthouden. Hoe Max dat allemaal wist, daar had Vera geen idee van. Hij wist wel vaker rare dingen.

Max had de mier in een luciferdoosje. Hij liet het aan Vera zien.

,,Groot hè...'' zei hij met een zucht. Vera keek van de mier in het doosje naar Max. Hij had blossen op zijn wangen.

,,Behoorlijk,'' antwoordde ze toen voorzichtig, om Max te pesten, want het was een kanjer van een mier, wel drie keer zo groot als de andere mieren die door de tuin holden.

,,Hardstikke groot,'' zei Max boos, ,,het is de koningin, wedden? Ze is verdwaald denk ik.''

Dat kon je wel zeggen. Ze zat in een lucifersdoosje en liep boze rondjes. Zelfs mieren waren liever ergens anders.

,,Kijk eens,'' zei Vera. Ze hield het vergrootglas omhoog. Eigenlijk had je dat niet nodig bij zo'n enorme mier - wel zo groot als een wesp of een bij.

Met zes poten en twee voelsprieten aan zijn kop. Maar ze had het vergrootglas nu bij zich, dus ja - dan moesten ze er ook doorheen kijken.

Voorzichtig hield ze het boven het lucifersdoosje en de koniginnemier die speciaal voor de gelegenheid even stil ging zitten, alsof ze op de foto

moest.

Max en Vera bogen zich tegelijk over het vergrootglas. Ze botsten bijna met hun hoofden tegen elkaar. Maar net niet natuurlijk. Ze voelden wel elkaars haar.

Lekker gevoelletje.

Door het vergrootglas was de mier nog groter. Max en Vera schrokken ervan. Wat een monster was het. Een kop en een romp en een staart, met overal stevige schilden en poten die wel grijparmen van een machine leken.

Zelfs de ogen van de mier konden ze goed zien: boze speldeknoppen van goud waar een klein rood vlekje in ronddreef.

Max rilde.

Vera sloeg een arm om hem heen. ,,Ja Max, van dichtbij is alles altijd enger,'' zei ze toen. Ze wist niet waar ze het vandaan haalde, maar het was een waarheid als een koe. En helemaal als het om een koningin ging.