Hete adem Koizumi jaagt banken op

De Japanse banken dreigen te bezwijken onder een schuldenlast en moeten rationaliseren. Of wachten tot 8333 op de definitieve aflossing.

Japanse banken voelen de hete adem van de nieuwe regering van premier Junichiro Koizumi in de nek. Ze versnellen de afschrijving van `slechte leningen', omdat Koizumi dit als een van de prioriteiten naar voren schuift in zijn economische plannen die naar verwachting eind juni definitief bekend zullen worden gemaakt.

De grote, landelijk opererende banken hebben de geplande afschrijving van 2,5 biljoen yen (53,7 miljard gulden) aan `slechte leningen' in het boekjaar 2000 verhoogd tot ruim 4 biljoen yen (86 miljard). Dit bleek vorige week bij de presentatie van de jaarcijfers over het boekjaar, dat op 31 maart afliep. De helft van deze banken kwam daardoor op verlies uit.

Nog steeds resteert er ten minste 18 biljoen aan verzuurde leningen bij deze grote banken alleen al. Al tien jaar weigeren banken en overheid het probleem hard aan te pakken, want een debiteur failliet laten verklaren gebeurt niet zomaar. Banken hebben altijd geleefd onder de vleugels van het ministerie van Financiën.

Failliete bedrijven werden op overheidsaandringen geabsorbeerd door gezonde broeders of ze werden in leven gelaten zolang ze maar maandelijks iets terugbetalen. Zoals bijvoorbeeld de 63-jarige onroerend goedhandelaar Kojima, die recent in het economisch weekblad ToyoKeizai voorrekent dat hij met een maandelijkse afbetaling van 200 gulden zijn schulden in het jaar 8333 zal hebben afgelost.

Op dit punt komt een commissie van de federatie van Japanse banken en de belangrijkste zakenlobby van het land, Keidanren, in beeld. De commisie zal richtlijnen opstellen voor de afschrijving van slechte leningen. Analisten Hironari Nozaki en Vincent Musumeci van ABN Amro in Tokio schrijven in een recent rapport: ,,Het lijkt erop dat er een raamwerk wordt ontwikkeld voor rationalisering van het kwijtschelden van schulden en het onderpand dat daarbij nodig is, gebaseerd op het oordeel van derden over de geschiktheid van herstructureringsplannen.''

Deze `rationalisering' boezemt in Japan bij bedrijven én banken angst in. Niet langer bepalen politieke connecties of decennia oude relaties de toekomst van een bedrijf, maar kille cijfers. Basis van het raamwerk zijn principes opgesteld door de internationale organisatie INSOL. Bedrijven zijn bang dat ze aan de hand van de INSOL-regels worden overgeleverd aan banken. Banken maken zich tegelijkertijd zorgen dat ,,hun `slechte leningen' zullen groeien'', aldus de Nihon Keizai Shinbun (Japans Economisch Dagblad) deze week.

Deze op het eerste gezicht vreemde logica komt voort uit de INSOL-regel dat debiteuren volledig openheid van zaken moeten geven over hun financiële toestand. Daardoor kan naar buiten komen dat sommige banken hun leningen aan zo'n bedrijf niet als `slechte lening' hadden gekwalificeerd. En daarmee is er een nieuw probleem voor de bank om aan de eigen aandeelhouders uit te leggen.

Dit legt de vinger weer eens op de zere plek van de hoeveelheid van slechte leningen. Bij de landelijke banken alleen al bedragen ze 18 biljoen yen (187 miljard gulden), zegt het FSA. Ruim 25 biljoen, zegt bijvoorbeeld bankanalist James Fiorillo van ING Barings in Tokio. Fiorillo behoort ook tot degenen die scepsis hebben geuit ten aanzien van de plannen van premier Koizumi.

Vorige maand stelde Fiorillo dat de Japanse regering een soort grote schoonmaak moet houden door alle slechte leningen direct op te kopen. ,,Maar dat gebeurt alleen als Japan in een crisis terechtkomt'', aldus de analist van ING Barings. ,,Faillissement van een paar grote instellingen zou de juiste atmosfeer creëren.''