Het verlangen naar verboden

Stel dat Shakespeare een autobiografie had nagelaten. Zouden we die willen lezen? En stel dat de Bard wel losse flarden memoires had geschreven, maar daar geen lopend verhaal van had gemaakt. Wat dan? Dan schreef iemand dat misschien voor hem.

Met Shakespeare is het nog niet zover, maar met een persoon die in Japan minstens zo beroemd en mysterieus is wel. Murasaki Shikibu is de naam waaronder een hofdame bekend staat die aan het begin van de elfde eeuw een meesterlijk epos van verlangen en verlies in de hoogste kringen schreef, De vertelling van Genji. Vorig jaar verscheen Avondgezichten, een selectie uit dat meesterwerk. Dit jaar krijgen we de autobiografie van de auteur ervan voorgeschoteld.

Liza Dalby, bekend als de schrijfster van Geisha, een antropologische studie naar die erg Japanse manifestatie van de vermaaksindustrie, schreef met Het verhaal van Murasaki haar debuutroman. Voor iemand die al jong die elfde-eeuwse tekst las, ligt de onderwerpkeuze allicht voor de hand. Bewondering is een gevaarlijke leidraad, maar het moet gezegd dat Dalby zich goed heeft voorbereid.

Het leven van de historische Murasaki biedt, net als dat van Shakespeare, alle ruimte voor improvisatie. Van de adellijke vrouwen uit het oude Japan weten we bijna niets. Zelfs hun naam kennen we meestal niet. Zo is `Murasaki' een van de heldinnen uit De vertelling van Genji waaraan de auteur haar koosnaam ontleent; `Shikibu' verwijst naar het Ministerie van Riten waar haar vader werkte. Of Murasaki zelf de hele Vertelling van Genji schreef wordt wel betwijfeld. De levens van vrouwen aan het keizerlijk hof zijn avondvullende voorstellingen in het halfduister waarin het volglicht maar spaarzaam wordt gebruikt.

Van Murasaki weten we wel iets meer dan van anderen, omdat zij herinneringen aan haar hoftijd achterliet en vooral omdat we in haar meesterlijk psychologiserende `vertelling' zoveel van haar zelf denken te kunnen zien. Haar wereld moet er letterlijk een geweest zijn van schemer, grotendeels binnenskamers doorgebracht in eigen huis of paleis. Dat nogal gesloten universum waarin vrouwen leefden komt soms heel dichtbij, want het elfde-eeuwse Japan lijkt een werkplaats te zijn geweest voor opvallend sterke autobiografische literatuur die bijna allemaal door hofdames geschreven is. Dat zijn dan ook de teksten waarop Dalby's roman voortbouwt, maar de ruggengraat van dit boek vormen de bewaard gebleven gedichten van de historische Murasaki. Daarmee is Dalby's recept een hedendaagse variant op het procédé waarmee volgens veel kenners biografische fictie in het tiende-eeuwse Japan het licht zag: bestaande poëzie werd van een context voorzien die een eigen leven als verhaal ging leiden.

Het verhaal van Murasaki speelt een zeer vergaand intertekstueel spel en iemand die de bronnen kent beleeft veel gelukkige momenten van herkenning. Dalby gaat nog een stapje verder. Haar boek is ook een roman over schrijverschap. Rode draad is Murasaki's werk aan De vertelling van Genji; de lezer krijgt zelfs een ontbrekend hoofdstuk cadeau. Toch is Dalby's boek geen elitaire puzzel voor een handvol japanologen. Virginia Woolf schreef al in 1925 over Murasaki's epos, dat haar lezeressen `volwassen' waren omdat zij geen plot nodig hadden om gebiologeerd te raken door een verhaal. `Zij gingen juist op in het aanschouwen van de menselijke natuur; hoe geweldig men kan verlangen naar wat verboden is; hoe de behoefte aan een leven van tedere intimiteit altijd onvervuld blijft'. Dat verhaal heeft Dalby willen vertellen met een historische roman die lettelijk binnenskamers blijft.

In de memoires van een Japanse dame uit ca. 1060 blijkt De vertelling van Genji ook wel bij een andere naam genoemd te worden: Het verhaal van Murasaki. Ik weet niet of Dalby dat allang besefte, maar zie het als een aansporing om de brontekst te herlezen. En dat is geen kritiek.

Liza Dalby: Het verhaal van Murasaki. Uit het Engels vertaald door Inge de Heer en Johannes Jonker. Anthos, 392 blz. ƒ65,–

Liza Dalby dwaalt door het Japanse hof van de elfde eeuw