Dronken eekhoorns

In maart 1997 verscheen het computerspel Super Mario 64, het eerste voor de Nintendo 64. Het was ook het eerste 3D-platformspel in `derdepersoonsperspectief': je kijkt de hoofdrolspeler op de rug en springt in een driedimensionaal ontworpen spelomgeving van platform naar platform. Net als bij de oude, tweedimensionale platformspellen moet je waardevolle voorwerpen zoeken, wat in drie dimensies moeilijker is dan in twee. Ook nieuw was de dynamische spelcamera, die steeds automatisch het beste standpunt kiest. Het nieuwe genre bleek razend populair, vooral bij kinderen in de hoogste klassen van de basisschool. Middelmatige varianten bewezen hoe moeilijk het is zo'n spel te maken.

Het enige bedrijf dat er naast Nintendo écht in slaagde was Rareware, kortweg Rare, uit Engeland. Maar zij zijn dan ook second party developer. Ze maken hun spellen alleen voor Nintendo spelcomputers en ontvangen extra technische ondersteuning. Daarnaast heeft Nintendo enkele jaren geleden een flink aandeel in het bedrijf gekocht. Rare's Banjo-Kazooie (1998) en Donkey Kong 64 (1999) zijn, net als het oorspronkelijke Super Mario 64, nog steeds ongeëvenaard, zelfs in vergelijking met soortgelijke games voor andere spelcomputers.

Inmiddels zijn we halverwege 2001 en heeft de Nintendo 64 het einde van z'n leven bereikt: het estafettestokje zal begin volgend jaar overgenomen worden door de op mini-dvd's gebaseerde Nintendo GameCube. Toch zijn er nog twee nieuwe 3D-platformspellen van Rare verschenen: Banjo Tooie en Conker's bad fur day. Dit duo haalt qua programmeertechniek het onderste uit de kan en vormt qua speelplezier een waardig afscheid. De games verschillen onderling sterk. Banjo-Tooie is traditioneel en geschikt voor de hele familie, terwijl Conker's bad fur day gemaakt lijkt door een stel zieke geesten. Dit laatste spel is vooral heel erg experimenteel.

Banjo-Tooie gaat verder waar Banjo-Kazooie ophield. In deel één bestuurde je een beer met vogel in zijn rugzak, die samen de meest bizarre speciale bewegingen konden uitvoeren. Dat kunnen ze in deel twee nog steeds, maar nu gaan ze ook ieder hun eigen weg, en apart zijn ze tot nóg meer in staat. Ook kunnen Banjo (de beer) en Kazooie (de vogel) tot nieuwe figuren transformeren, waaronder een wasmachine!

Het speldoel is niet veel veranderd. Nog steeds zijn er acht enorme 3D-werelden waar opdrachten uitgevoerd en objecten verzameld moeten worden. Wel lopen de missies nu meer uiteen, en is er een grotere variatie aan objecten. Banjo-Tooie is dus groter, beter en mooier dan zijn voorganger.

Bij Conker's bad fur day gaat het minder om verzamelen, maar moet je steeds kleine puzzeltjes oplossen, spelfiguren helpen of vijanden verslaan. Daarna krijg je een filmpje te zien waarin het verhaal verder wordt verteld. Alle figuren in deze tussenscènes zijn van stemmen voorzien, een unicum op de Nintendo 64 met zijn beperkte opslagcapaciteit.

Bovendien zijn het trage, vreemde stemmen, klaarblijkelijk ontregeld door drugs- en alcoholgebruik. Niet voor niets is het spel op de markt gebracht voor een publiek van 18 jaar en ouder. Het is verpakt in een jasje van grof geweld, pies-, poep-, kots- en seksgrappen en filmreferenties. En dat allemaal met in de hoofdrol een dronken eekhoorn in een spelwereld vol onfrisse, psychedelische kleuren.

Het is voor het eerst dat Nintendo iets in deze stijl heeft uitgebracht. In Europa laat men het spel zelfs door een andere uitgever op de markt brengen. In de gespecialiseerde tijdschriften over videogames is het naar voren geschoven als Nintendo's eerste game voor volwassenen, maar de vraag is natuurlijk wel hoe volwassen een spel met brakende eekhoorns is. Puberende tieners zouden waarschijnlijk een betere doelgroep zijn.

De prijs van beide hier besproken games is 150 gulden.