Draaideurcriminelen

DE UTRECHTSE KORPSCHEF Vogelzang heeft aandacht gevraagd voor een harde kern van jeugdige criminelen die onbeheersbaar dreigt te worden. Het gaat hem vooral om kansarme Marokkanen. Andere korpschefs vermelden in een rondetafelgesprek met het weekblad Vrij Nederland achtergestelde Turkse en Antilliaanse jeugd als probleemgroep. En ,,vergeet ook de witte criminelen niet'', voegt de Amsterdamse hoofdcommissaris Kuiper daaraan toe. Hij voelt duidelijk wel voor de suggestie van Vogelzang om het volwassenenstrafrecht in volle omvang toe te passen op de harde kern van de probleemjeugd. De indruk van de politiechefs is dat het speciale jeugdstrafrecht geen indruk maakt op deze groep. Ze spreken van ,,draaideurcriminelen''.

Was het maar zo eenvoudig. Een volwassen vrijheidsstraf voor jeugdigen heeft risico's. Niet voor niets heet de gevangenis de beste leerschool van de misdaad. En criminele carrières gaan volgens korpschef Bik (Dordrecht) toch al ,,steeds harder''. Dat er reden tot zorg is, lijdt op zichzelf geen twijfel. Onderzoekers van Justitie hebben in hun trendrapporten al tot tweemaal toe een serieuze verharding van de jeugdcriminaliteit gesignaleerd. Het laatste spreekt zelfs van een ,,enorme toename'' van geweldsdelicten. Ook ná correctie voor de toegenomen gevoeligheid van de samenleving voor zinloos geweld.

De ernst van een delict dat een ontspoorde jongere begaat, kan ook nu al leiden tot toepassing van volwassenenstrafrecht. Dat geldt met reden als een uiterste noodgreep. Het gaat Vogelzang echter helemaal niet om de ernst van de delicten, zei hij tegen deze krant, maar om het draaideurkarakter. Hij voegde daaraan toe: ,,In de Marokkaanse cultuur maakt een harde aanpak indruk.'' Zo zit de Nederlandse rechtsorde echter niet in elkaar. Daarin worden de normen toegepast zonder aanzien des persoons. Als de politie dit beginsel voor een lastige groep even tussen haken zet, verspeelt zij op den duur meer gezag dan zij op de korte baan wellicht wint. Een experiment met een harde ,,Marokkaanse'' jeugdinrichting in Amsterdam is trouwens al snel stukgelopen.

HET PROBLEEM is niet alleen dat criminele carrières steeds harder gaan, maar ook dat zij steeds vroeger aanvangen. Hoe ver wil de Utrechtse hoofdcommissaris met zijn volwassen aanpak teruggaan: tot de strafrechtelijke ondergrens van twaalf jaar, of nóg eerder? De afschuw over de ,,volwassen'' aanpak van de kinderen die in Engeland de kleuter James Bulger om het leven brachten, wijst een andere weg. De jeugdbescherming moet beter in stelling worden gebracht wanneer gedragsproblemen zich bij kinderen aandienen.

Dit zijn ingrepen in het familieleven die zorgvuldigheid vergen. Een goedgedoseerde bijdrage van de politie is daarbij onmisbaar. Na de ondoordachte opheffing van de afdelingen jeugdzaken bij de grote reorganisatie van de politie in 1994 begint er nu wel weer schot in te komen. Maar er is nog heel wat te winnen voor de politie. Ook de plaatsingsmogelijkheden die de kinderrechters ter beschikking staan lenen zich voor verbetering. Dit zijn lastige opgaven, maar ze zijn een stuk beter dan een publicitair aantrekkelijke greep naar volwassenenstrafrecht voor kinderen.