Commissie: inspectie in de zorg fors uitbreiden

De Inspectie voor de Gezondheidszorg moet fors worden uitgebreid. De inspectie moet ook straffen kunnen uitdelen en hulpverleners een werkverbod kunnen opleggen. Bovendien moet er een einde komen de te grote vrijheid van de inspecteurs.

Dit zijn enkele van de bevindingen van de adviescommissie die de inspectie op verzoek van de Tweede Kamer tegen het licht hield. Volgens de commissie is de koers die de inspectie vorig jaar heeft uitgezet hoopvol, al is versterking ervan gewenst. Zo moet de centrale leiding met nog meer kracht proberen de van oudsher autonome regionale inspecties in het gareel te krijgen. Net zoals in 1998 de Rekenkamer constateerde, is de Inspectie voor de Gezondheidszorg volgens de commissie nog te veel een eilandenrijk.

De commissie pleit voor versterking van rol, omvang en positie van de inspectie. De inspectie, die direct verantwoordelijk is voor de uitvoering van 21 verschillende wetten, moet meer mogelijkheden krijgen om zelf in te grijpen waar dat nodig is. Dit is te meer van belang nu de instellingen in de zorgsector meer verantwoordelijkheid krijgen voor de kwaliteit van de geboden hulp.

De commissie pleit er ook voor dat de inspectie het werk veel meer in de openbaarheid gaat doen. Tot dusver houdt de inspectie geconstateerde misstanden in de gezondheidszorg geheim, omdat openbaarmaking ervan het vertrouwen van het publiek in de zorg zou kunnen aantasten.

Om het werk goed te kunnen doen, is fors meer personeel nodig. De inspectie zou zo'n 550 (thans 350) personeelsleden nodig hebben. De commissie constateert dat er met name in de hogere rangen nogal vaak sprake is van bij de verschillende reorganisaties verkregen `verworven rechten' die de betrokkenen erg duur maken, waardoor er minder personeel kan worden aangesteld.