Benagelde schoenzolen

De flamenco is de laatste tien jaar uitgegroeid tot een succesvol Spaans exportproduct. Je zou kunnen stellen dat dat te maken heeft met de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona. Of met het feit dat Spanje, met zijn zonovergoten costa's, een populair vakantieland is geworden. Of profiteert de flamenco gewoon van de verhamburgerisering van de maatschappij en de daardoor toegenomen zoektocht naar authentieke culturele verschijnselen?

Misschien moeten we het er maar op houden dat de flamenco, in al zijn variatie, gewoon intens mooi is. Dat is waarschijnlijk hetgeen de Spaanse regisseur Carlos Saura heeft willen overbrengen met zijn film Flamenco. Saura schotelt ons twintig variaties voor, uitgevoerd door grootheden uit het wereldje. Alle stukken zijn opgenomen in dezelfde, gestyleerde studio. Toch laten ze ieder een ander aspect van de flamenco zien. Nu eens klinken er alleen glijdende gitaargeluiden. Dan betreurt een hartverscheurende stem zijn verloren liefde, of de dood van een witte vlinder. Soms gaan gitaar en zang samen met een snel en ritmisch getik van benagelde schoenzolen.

Ook in de dans heeft Saura veel gevarieerd. De inmiddels beroemde Joaquín Cortés die ooit nog even iets heeft gehad met topmodel Naomi Campbell geeft op vioolmuziek en half ontbloot een moderne interpretatie van de farruca. Merche Esmeralda bedacht een mooie groepschoreografie voor de guajira. Vrouwen in witte kleden schuiven als zwanen langs elkaar heen, terwijl Pepe de Lucía zingt over een huis in Havana. Prachtig is de dans van Mario Maya, die begint op een krukje. Het doet denken aan een gracieus voortschrijdend paard dat in de touwen wordt geslagen, maar zich toch weer weet te bevrijden. Maya beeldt het thema vrijheid treffend uit.

Klassieke flamenco-vormen komen aan bod, zoals de soleares (het achtste, elfde en twaalfde nummer) en de alegrías (derde en zeventiende). Net als de modernere, zoals de tangos (veertien en achttien). De enige vorm die ontbreekt is de vrolijke en goed dansbare sevillanas, die vaak op bruiloften en feesten wordt gespeeld. Maar daarover heeft Saura een aparte film gemaakt voor de liefhebber.

Flamenco eindigt met een vrolijke rumba waarvan de tekst Verde, que te quiero verde (Groen, ik hou van je groen) is gebaseerd op een gedicht van Federico García Lorca. Hij schreef het vanuit een heerlijk koele kamer in het veertiende-eeuwse Alhambra, die uitkeek over de groene heuvels van Granada.

Flamenco (Carlos Saura, Spanje, 1995), Canvas, 23.50-01.30u.