Zeearenden komen overzomeren

Achteraf gezien blijkt de discussie over de herintroductie van de zeearend in Nederland overbodig te zijn geweest. `De vliegende deur' is terug, op eigen reusachtige kracht.

Voor het eerst komt de zeearend in Nederland overzomeren. Medewerkers van Staatsbosbeheer zien de reusachtige vogel ineens op diverse plaatsen tegelijk, niet alleen in de Oostvaardersplassen, maar ook in Overijssel in de Wieden, in de Duursche Waarden langs de IJssel bij Olst en in het Vossemeer, een van de noordelijke randmeren. Rond het Drontermeer zitten zelfs vier exemplaren tegelijk. ,,Maar we houden het nog een beetje stil, anders ziet het hier straks zwart van de mensen'', zegt Egbert van Wijhe van Staatsbosbeheer Overijssel.

De zeearend is een kolossale vogel met een vleugelspanwijdte van twee tot tweeënhalve meter en diepe, krachtige vleugelslagen. Kenmerkend zijn, behalve de enorme vleugels, ook de lange nek, de krachtige, lichtgekleurde snavel en de opvallende wigvormige staart.

Natuurbeschermers zijn elkaar de afgelopen jaren in de haren gevlogen over de vraag of de soort hier kunstmatig moest worden uitgezet, zoals het Wereld Natuur Fonds wilde, maar nu blijkt de `Vliegende Deur' hier op eigen kracht te zijn verschenen. In Noordoost-Duitsland broedt hij al langs de Weser, op nog geen 150 kilometer van de Nederlandse grens. In Nederland verscheen hij al enkele jaren als wintergast in ons land. ,,In de Oostvaardersplassen zwerft hij meestal van half oktober tot eind maart rond'', zegt Leo Smits van Staatsbosbeheer in Lelystad. ,,Soms zie je hem elke dag, en dan weer een paar dagen niet. Eind april zat hij dagelijks in het westen van het terrein. Hij ving daar karpers, die hij op zijn dooie gemak op het fietspad zat op te peuzelen. Dit jaar zagen we hem op 5 mei nog, opmerkelijk laat in het seizoen. Het terrein was wegens het MKZgevaar voor het publiek gesloten en daardoor extra rustig.''

Echt schuw is de zeearend overigens niet. In Mecklenburg broedt hij in kleine bosjes in het cultuurland, niet ver van de stad. Zijn favoriete menu bestaat uit karkassen van edelherten en reeën, naast vis en watervogels zoals ganzen en zwanen. Vossen en katten, hazen en konijnen plukt hij met speels gemak uit het veld.

Rob Vogel van de Stichting Vogelonderzoek Nederland hoopt dat de zeearend binnen een jaar of drie in ons land zal broeden. ,,De meningen zijn wat verdeeld. Er is hier namelijk nog geen grote groep overwinteraars waargenomen, hooguit zes tot tien beesten. In landen als Tsjechië en Duitsland zaten tientallen overwinteraars op een kluitje voordat het eerste broedgeval kwam.'' Hij verklaart de terugkeer van de zeearend mede uit het stopzetten van het gebruik van giftige landbouwbestrijdingsmiddelen, die tot in de jaren zeventig leidden tot veel slechte eieren en een hoge wintersterfte bij roofvogels. Vogel: ,,Andere roofvogelsoorten zoals buizerd en havik hebben zich sneller hersteld. Bij de zeearend duurt het langer, die broedt pas als hij vijf of zes jaar oud is en legt maar een of twee eieren per jaar. Hij maakt een gigantisch nest dat je tot op vier kilometer afstand kunt zien, een enorme takkenbult van wel twee of drie meter in doorsnee, die elk jaar verder wordt opgehoogd.''

Op de Balkan en in Turkije is de zeearend volgens Vogel bijna uitgeroeid. ,,Jagers schieten dwars door het opvallende nest en die grote, zware vogel, die niet snel opstijgt, is zelf ook een makkelijke schietschijf. Ook vergiftigd aas dat voor wolven is uitgelegd, maakt in deze landen veel slachtoffers onder de zeearenden.''

In Duitsland en in de Scandinavische landen daarentegen breidt de soort zich relatief snel uit en ook in Schotland, waar hij enkele jaren geleden is uitgezet, broedt hij weer volop. In Nederland is het grootste gevaar voor deze aasliefhebber het drukke verkeer. De zeearend plukt allerlei doodgereden dieren van de weg en maakt dan een goeie kans zelf ook verkeersslachtoffer te worden. Vogel: ,,Wat dat betreft hoop ik niet dat hij in de Gelderse Poort gaat broeden. Daar is het veel te druk met al dat verkeer op die dijken. Laat hij maar in de noordelijke randmeren blijven, of in de Oostvaardersplassen.''