WETTEN, REGELS EN VERDRAGEN

De Verenigde Staten beschikken sinds 1977 over een anticorruptiewet. De Foreign Corrupt Practices Act verbiedt burgers en ondernemingen – ook Nederlandse ondernemingen die genoteerd zijn aan de Amerikaanse beurs – steekpenningen te betalen aan een ambtenaar of gezagsdrager. Ook als dit buiten Amerika of via een tussenpersoon geschiedt.

De straffen kunnen oplopen tot twee miljoen dollar per overtreding voor ondernemingen en voor individuen tot één miljoen dollar en vijf jaar gevangenisstraf. De rechter weegt in zijn oordeel doorgaans mee of het betrokken bedrijf een gedragscode heeft of ander beleid om corruptie te bestrijden. Veel multinationals hebben inmiddels ethische codes, ethische commissies of consulenten.

In december 1997 sloten de (toen nog) 29 leden van de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en vijf geassocieerde landen een verdrag, de OECD Convention on Combating Bribery of Foreign Public Official's in International Business Transactions. De landen verplichten zich daarin tot nationale wetgeving ter bestrijding van corruptie in het buitenland. Het verdrag voorziet in strengere boekhoudkundige procedures, de landen moeten statuten opstellen om het camoufleren van illegale bedragen te bemoeilijken en er is een verplichting tot wederzijdse juridische bijstand. De conventie heeft alleen betrekking op het betalen van steekpenningen. In de meeste landen kunnen ambtenaren die smeergeld aannemen al lang strafrechterlijk worden vervolgd. Nederland heeft het verdrag begin dit jaar geratificeerd.

In Nederland is zowel het aannemen als het betalen van steekpenningen verboden. Bedrijven kunnen sinds kort ook vervolgd worden als ze zich in het buitenland schuldig maken aan corruptie en omkoping. De wet is daartoe, als gevolg van het Oeso-verdrag, gewijzigd. De straffen zijn daarbij verhoogd, tot een gevangenisstraf van maximaal vier jaar of een geldboete van maximaal 100.000 gulden voor natuurlijke personen en ten hoogste een miljoen voor rechtspersonen.

De Internationale Kamer van Koophandel heeft een aantal gedragsregels opgesteld, waaraan de internationale handel zich zou moeten houden.Die navolging is gebaseerd op vrijwilligheid. In de praktijk gelden de regels als een belangrijke standaard voor grote bedrijven. De regels gaan verder dan die van de Oeso. Ook het ontvangen van steekpenningen wordt afgekeurd. De Kamer bepleit de opstelling van gedragscodes.

De Verenigde Naties hebben in 1996 een resolutie aangenomen waarin corruptie als misdaad wordt erkend. De lidstaten hebben voorts afgesproken iets te doen aan de fiscale aftrekbaarheid van steekpenningen. Ook zullen ze bedrijven stimuleren gedragscodes op te stellen. De Raad van Europa is bezig met een verdrag dat verstrekkender zal zijn dan de conventie van de Oeso. Zowel het ontvangen als geven van steekpenningen zal daarin worden verboden en er zullen bepalingen in worden opgenomen die corruptie in de private sector betreffen. De Raad is ook betrokken bij operatie-Octopus, een initiatief van de Europese Commissie ter bestrijding van misdaad en corruptie in de Oost-Europese landen.

In Nederland zijn er geen gedragscodes per branche. Grote bedrijven hebben vaak wel een eigen code. Volgens VNO-NCW heeft inmiddels de helft van de honderd grootste bedrijven een gedragscode, waarin bepalingen zijn opgenomen die corruptie moeten tegengaan.