VRIENDENDIENST

In weerwil van alle schijn: Frankrijk is géén corrupt land. De soms tergende bureaucratie wijst eerder op het tegendeel. De ambtenaar achter het loket is strikt en streng, op het pietluttige en absurde af zelfs en niet omkoopbaar. Zomin als de politie automobilisten aanhoudt om, na het in ontvangst nemen van een douceurtje, tegen de pet te tikken en het doorrijdsein te geven.

Frankrijk houdt een complexere reputatie hoog: die van de vriendendienst. Die is zo verweven met cultuur en volksaard, dat het woord corruptie verbleekt tot een vulgaire simplificatie. Het Franse cliëntelisme is in eerste aanleg een kwestie van geraffineerde omgangsvormen, die nog altijd meer dan eens doen herinneren aan Molières Précieuses Ridicules. Zo zeggen zelfs vage bekenden bij een nieuwe ontmoeting dat ze `ravi', verrukt, zijn elkaar weer te zien. Ook is men wel `infiniment' gelukkig. Duizelingwekkende retoriek die de eerste keren een blos naar de wangen jaagt, maar elegant is het ritueel ontegenzeggelijk. En behalve dat is het een handig voorschot op de toekomst. Wie weet kunnen de gesprekspartners nog iets voor elkaar betekenen, vandaag, later, ooit.

De minder elegante vorm van de vriendendienst is de assistent(e) van degene die men nodig heeft. Altijd en eeuwig zal die de vraag stellen: ,,Kent u hem?'' of ,,Kent hij u?'' Het is a licence to lie, natúúrlijk kent u elkaar! Folklore, maar tegelijkertijd meer dan dat, al speelt hier het raadsel van de kip en het ei een rol. Achter die ene vraag gaat een hele cultuur schuil, zo in het oog springend zelfs dat `schuilgaan' niet het juiste woord is. Het spreekt niet minder dan vanzelf dat contactleggen via-via gaat. Dat weten alle Fransen, zoals iedereen er op z'n tijd profijt van heeft dat een wachtwoord vereist is, dat er gesloten circuits zijn, bol- en netwerken, achterkamertjes waarin dienst en wederdienst worden beklonken.

Uit de opsomming blijkt het gevaar. De bakermat van de mensenrechten zoals Frankrijk zich trots noemt, heeft een onbedwingbare neiging om een loopje te nemen met de democratie en de openheid. Het is een vorm van heimwee, van de republiek naar de monarchie. Het hoofd van de koning hebben de Fransen afgehakt, maar de hofcultuur, waarin volgens hiërarchische lijnen orders en gunsten worden uitgedeeld zijn ze van de weeromstuit gaan koesteren. Dat zoveel Franse politici, tot het staatshoofd toe, verdacht worden van malversaties, onderwerp zijn van een gerechtelijk onderzoek dan wel veroordeeld zijn, heeft behalve uiteraard met hebzucht veel met deze heimelijke voorliefde van doen.

Het etatisme komt ervandaan en, als het erop aankomt, het begrip van het volk. Wie sjoemelt maar aardig en hoffelijk is, heeft nog alle kansen herkozen te worden. Maar wie vergeet op de juiste momenten ravi te zijn, moet voor zijn toekomst vrezen.