Voorvechter voor vrede

Faisal Husseini, een topman van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie, is vanochtend in Koeweit aan een hartaanval overleden. Husseini, die 61 jaar oud is geworden, was in Koeweit voor een conferentie over verzet tegen normalisering van de Arabische banden met Israël.

Husseini was de eerste Palestijnse minister (voor Jeruzalemse zaken) die Koeweit bezocht sinds het emiraat de banden met de PLO verbrak na de Golfcrisis van 1990-'91 wegens Yasser Arafats steun voor Irak. Husseini verklaarde na aankomst in Koeweit dat Arafat van plan was een bezoek aan het emiraat te brengen. Dat veroorzaakte een storm van woede in het Koeweitse parlement. Parlementariërs zeiden dat Arafat niet welkom was zolang de PLO geen excuses had aangeboden over haar opstelling. Husseini bood geen verontschuldigingen aan. Maar hij zei wel dat ,,het standpunt van de PLO ten aanzien van de invasie (van Koeweit door Irak) niet het beste'' was.

Vrienden van Husseini noemden zijn dood een verlies voor de vrede. Husseini, die Hebreeuws had geleerd in Israëlische gevangenissen, heeft zich immers vanaf de jaren tachtig ingezet voor vreedzame coëxistentie tussen het Palestijnse en het Israëlische volk. Hij was een felle nationalist maar tevens met veel Israëlische (linkse) politici en journalisten bevriend, en verscheen vaak in Israëlische televisie- en radioprogramma's.

Husseini leidde in 1991 een Palestijnse delegatie die in een gesprek met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker een bijdrage leverde tot het op gang brengen van het in het geheim gevoerde vredesproces van Oslo. Zijn eigen rol was daarmee min of meer uitgespeeld. Net zoals Hanan Ashrawi, toenmalig Palestijns woordvoerster, werd hij door Arafat gemarginaliseerd, en zijn naam figureerde ook niet onder die van potentiële opvolgers van de Palestijnse leider.

Daarvoor waren verscheidene redenen. Husseini was afkomstig uit een oude en invloedrijke familie in Jeruzalem die jarenlang een leidende rol heeft gespeeld in de strijd tegen de zionistische onderneming in Palestina, terwijl Arafat zich omringde met figuren uit de tijd van zijn Tunesische ballingschap. Arafat zag hem ook als concurrent, die in Orient House, het Palestijnse hoofdkwartier in Oost-Jeruzalem, de ene na de andere buitenlandse delegatie ontving. Arafat vond dat die delegaties naar hem moesten komen. Israëlische pogingen om Orient House te sluiten, werden door Arafat niet veroordeeld.

Sinds in september de tweede intifadah begon had Husseini's opstelling jegens Israël zich verhard – wat zijn aanwezigheid op de conferentie in Koeweit verklaart. Maar hij bleef tegenstander van terreur, die zo'n wezenlijk kenmerk is geworden van deze intifadah.