Slapen in het heelal

Slapen in het heelal heb ik natuurlijk altijd al gedaan, maar ik was me er nooit van bewust geweest tot ik een keer vier maanden onder de blote hemel sliep. Het was in de zomer van 1989. Ik woonde in het noorden van Pakistan, in de hoofdstad Islamabad. Ik had er expres een huis met twee verdiepingen gehuurd, omdat het daar 's zomers erg heet kon worden. In een huis met twee verdiepingen zou de begane grond koel blijven, zo was me verteld: in een bungelow was het 's zomers niet te harden.

In de winter die aan die zomer vooraf ging, kon ik me daar geen voorstelling van maken. Zelfs met alle gaskachels plankgas was het kil in huis. 's Avonds lag ik te rillen in bed.

De lentemaand was, net als de septembermaand waarin ik aangekomen was, perfect. Daarna werd het snel warmer. De niet aflatende zon verwarmde mijn huis door en door. Zelfs 's ochtends vroeg voelden de muren warm aan, een graad of dertig. Overdag was het zo'n 45 graden C. Op kantoor had ik een hoekkamer op het zuidoosten, met een grote stokoude airconditioning, die luid brommend en grommend hevige pogingen deed de lucht te koelen. Dat lukte maar ten dele. Zwetend zat ik achter mijn bureau, met een pen, nat van het zweet, in mijn handen, terwijl de grote fan aan het plafond al mijn papieren deed opwaaien.

Thuis had ik geen airco. Ik herinner me een weekend dat het buiten 55 graden was en ik was ten einde raad. Ik liet mijn bad vollopen met koud water en stapte daar met kleren en al in. Druipend ging ik languit op de stenen vloer liggen, onder de traag draaiende wieken van de plafondfan. Dat was eventjes iets beter, tot mijn kleren en haren droog waren – dan stapte ik weer in dat bad.

Maar de nachten werden een feest toen ik eenmaal op het idee gekomen was om de veranda met rieten matten af te zetten, zodat niemand me kon zien. De veranda was op de eerste verdieping, boven de woonkamer, aan de straatkant van het huis. Elke nacht sliep ik stiekem daar, veilig achter die matten, met boven me, zover ik kijken kon, de uitgestrektheid van het heelal. Bij de buren zoemden de airco's. Pas als de elektriciteit uitviel was het echt stil.

De straatlantaarn vlak voor mijn huis was kapot. Met nieuwe maan kon ik ongestoord genieten van een duizelingwekkend aantal flonkerende sterren. Met volle maan waren alleen de helderste sterren zichtbaar en dan was het makkelijker om alle sterrenbeelden terug te vinden: ik kende ze allemaal bij naam.

De sterren staan niet stil. Iedereen weet dat. Maar het leek wel alsof ik dat tot dan toe alleen met mijn verstand wist. Nu spreidde deze kennis zich door mijn hele lichaam. Tot in het puntje van m'n tenen werd ik me bewust van de eeuwig voortdurende beweging van zon en maan, sterren en planeten. Als ik daar zo op mijn veranda lag, dan verbaasde het me dat ik dat allemaal kon zien. Hoe miniscuul was ik niet, vergeleken met de grootheid van het heelal? En hoe miniscuul waren mijn ogen niet? De ogen van mieren zijn nog kleiner, toch denk ik dat ze met hun kleine oogjes hetzelfde kunnen zien als ik.

Na een paar weken wist ik, als ik 's nachts wakker werd, precies hoe laat het was. Daar had ik geen horloge meer voor nodig, want ik kon het aflezen aan de stand van de sterren en de maan.

Vanaf mijn veranda kon ik de Margala Hills zien. Daar ging ik die zomer met een groep vrienden elke volle maan barbecuen. Een uurtje voor zonsondergang zochten we er een plekje met vrij uitzicht naar het oosten en het westen. De volle maan komt altijd in het oosten op, als de zon net onder is gegaan. Het was elke keer weer een adembenemend mooi schouwspel.

Ik was in die tijd soms bang dat ik uit mijn dak zou gaan. Om zo lang niet onder een dak te slapen, daar zou je wel eens gek van kunnen worden, dacht ik toen. Niets is minder waar. Het was een fantastische ervaring: een cadeautje voor mijn ziel.