Rechtbank belet vragen over informant

De rol van een criminele informant in het beursfraudeonderzoek (Operatie Clickfonds) blijft onduidelijk. Uit vrees dat de identiteit van deze informant bekend wordt, verbood de rechtbank gisteren nadere vragen over de affaire.

Tijdens de zaak tegen het voormalige commissionairshuis Leemhuis en Van Loon werd de verwarring over de kwestie alleen maar groter toen het OM zichzelf tegensprak. Eerder had officier van justitie H. de Graaff tegenover de onderzoeksrechter in de Clickfondszaak verklaard dat hem door zijn collega-officier F. Teeven een bepaalde persoon als criminele informant ,,ter beschikking was gesteld''. Maar Teeven, die gisteren moest getuigen, verklaarde dat dat ,,nooit was voorgekomen''.

Vervolgvragen van de verdediging over deze discrepantie werden door vice-president M. Mastboom belet, omdat hij vreesde dat antwoorden zouden kunnen leiden naar de identiteit van de persoon. Daarmee koos de rechtbank de kant van het OM, die op basis van dit argument al eerder weigerde om nadere informatie te verstrekken.

De kwestie kan relevant zijn omdat er in het Leemhuis en Van Loon-proces rechtshulp is gevraagd aan Zwitserland. Daarin gebruikte Justitie een vage tip van de Criminele Inlichtingendienst (CID) over het witwassen van gelden van drugsbaron 'De Hakkelaar'. Advocaten vermoeden dat dat alleen maar is gebeurd om de strenge Zwitserse voorwaarden voor het geven van rechtshulp te omzeilen.

De drugsconnectie is inmiddels waardeloos gebleken. De verdediging wil nu onderzoeken of ook destijds al bekend was dat de tip onbetrouwbaar was. In dat geval zouden de Zwitsers zijn misleid. De vermeende criminele informant kan daar wellicht meer over vertellen. Teeven, die verantwoordelijk was voor CID-zaken, erkende dat de informatie ,,boterzacht'' was. Maar er was volgens hem geen ,,contra-informatie'' binnengekomen die de tip onbruikbaar maakte.

Teeven bevestigde dat de identiteit van informanten alleen in uitzonderlijke gevallen bekend is bij anderen dan de CID-officier. Hoe het kan dat De Graaff blijkbaar wèl bekend is met de identiteit van een informant bleef, door de beslissing van de rechtbank, onbekend. Ook is onduidelijk wat de relevantie was van de Graaff's opmerking tegen de onderzoeksrechter. De rechtbank wil morgen een begin maken met de inhoudelijke behandeling van de Leenmhuis en Van Loon zaak.