Publiciteit blijft toch de beste remedie

Wie zich schuldig maakt aan omkopen in binnen- of buitenland dient vervolgd te worden. Een gesprek met de eerste corruptieofficier.

HIJ HEEFT ER DUIDELIJK zin in. Paul Frielink, officier van justitie bij het landelijk parket, mag zich sinds december vorig jaar corruptieofficier noemen. Als eerste in Nederland houdt hij zich binnen het openbaar ministerie specifiek bezig met het opsporen en vervolgen van corrupte handelingen door Nederlandse individuen of bedrijven. Dat geldt voor corruptiedelicten in eigen land, maar ook heel nadrukkelijk – en dat is nieuw – voor bijvoorbeeld een poging tot omkoping in het buitenland.

Frielink doet het werk in zijn eentje, in ieder geval voorlopig: ,,Eén corruptieofficier lijkt misschien wat mager. Maar we gaan nu eerst eens proberen om te kijken wat er op dit gebied eigenlijk allemaal speelt. Mocht het nodig zijn, dan kunnen we altijd nog uitbreiden.'' Natuurlijk is het niet zo, zegt Frielink er meteen bij, dat corruptie voor zijn aantreden niet werd aangepakt. Maar omdat dit typisch een delict is dat moeilijk te traceren valt – immers wie heeft er belang bij om er ruchtbaarheid aan te geven? – bleek er binnen het openbaar ministerie wel steeds meer behoefte aan een gespecialiseerde aanklager. ,,Anders blijft toch het gevaar bestaan dat zulke zaken in de hectiek van de dag verdwijnen.''

De aanstelling van een corruptieofficier komt niet uit de lucht vallen. Sinds 1 februari van dit jaar beschikt Nederland namelijk over een aanmerkelijk aangescherpte anticorruptiewetgeving. Tot die datum konden individuen of bedrijven wel aangepakt worden voor het omkopen van een Nederlandse ambtenaar, maar bleven zij voor dergelijke vergrijpen in het buitenland vrijwel altijd ongestraft. Sterker, de ondernemingen konden de omkoopgelden voor de Nederlandse fiscus zelfs opvoeren als bedrijfskosten. Aan die laatste constructie – die in het buitenland steevast leidde tot verbazing en kritiek – is begin februari deels een einde gemaakt, na een besluit van het kabinet dat de fiscus bij een `vermoeden' van smeergeld de aftrek mag weigeren. Daarvoor was het aan de belastingdienst om voor de rechter te bewijzen dat het geld gebruikt was voor het omkopen van functionarissen in het buitenland.

Nederlandse bedrijven die zich bij het zakendoen schuldig maken aan omkoping kunnen daarvoor nu gestraft worden met een boete van maximaal een miljoen gulden. Individuen die betrapt worden op het betalen van smeergeld krijgen een boete van ten hoogste 100.000 gulden. Ook gevangenisstraf behoort tot de mogelijkheden: de termijn voor dit delict is vastgesteld op maximaal vier jaar. ,,De nieuwe corruptiewetgeving is redelijk fors. Door de verhoging van de strafmaat tot vier jaar kunnen we bij de opsporing ook andere middelen inzetten, bijvoorbeeld het aftappen van telefoonlijnen'', zegt corruptieofficier Frielink. ,,Dat vergroot de kans dat plegers van dergelijke delicten ook daadwerkelijk opgespoord en strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.'' Later dit jaar zal het OM nog met een richtlijn komen waarin exacter wordt aangegeven wat als corruptie wordt beschouwd. ,,Daar heeft het bedrijfsleven behoefte aan. We moeten natuurlijk waken voor willekeur.''

Het heeft lang geduurd voordat de Nederlandse politiek besloot ernst te maken met een strengere aanpak van corruptie. Binnen de Oeso, de club van geïndustrialiseerde landen, is jarenlang gediscussieerd over middelen om een einde te maken aan omkooppraktijken – Nederland liep in die gesprekken niet voorop. Eind 1997 bereikten de leden van de Oeso overeenstemming over een Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties; Nederland behoort tot de laatste landen die dit verdrag hebben geratificeerd en omgezet in nationale wetgeving.

Waarom is Nederland zo traag bij de internationale bestrijding van corruptie? Omdat we er nauwelijks mee te maken hebben of juist omdat Nederlandse bedrijven veel te verliezen hebben bij een strengere wetgeving? Frielink moet lachen. ,,Het klopt inderdaad dat we niet vooraan in de rij hebben gestaan. Maar wat daarvan nou de verklaring is? Het lijkt er op alsof corruptie in Nederland of door Nederlandse bedrijven in het buitenland weinig voorkomt, omdat we er weinig van horen. Maar zeker weten doen we dat natuurlijk niet. Het Nederlandse bedrijfsleven is actief over de hele wereld en opereert dus ook in landen waar voor van alles en nog wat betaald moet worden. Dan zal het soms moeilijk zijn om je daaraan te ontrekken.''

Corruptie is slecht omdat het de werking van de markt verstoort en in het ergste geval bijdraagt aan de desintegratie van de samenleving. Een ernstig delict dus, stelt Frielink, maar tegelijkertijd ook een delict dat moeilijk aan te tonen valt. Dat geldt voor omkooppraktijken in eigen land, maar nog veel sterker voor zaken die buiten de landsgrenzen spelen. Om er achter te komen dat corruptie plaatsvindt, moet iemand zijn mond voorbij praten. En wie zal dat zijn? Nederlandse bedrijven hebben al gemord dat de nieuwe wet gebruikt zal worden door ondernemingen die op een gemakkelijke manier hun concurrenten in diskrediet willen brengen. Dat is niet helemaal denkbeeldig, erkent Frielink. ,,Tips zullen waarschijnlijk vaak via de concurrentie komen, of via de zogenoemde klokkenluiders – mensen die het niet eens zijn met de manier waarop hun organisatie iets aanpakt. Of wij iets doen met die tips, hangt helemaal af van de aard van de informatie die we krijgen aangeboden.''

Een concrete corruptiezaak heeft Frielink nog niet onder handen. Sinds zijn aantreden, bijna zes maanden geleden, heeft hij zich eerst volledig gericht op een van zijn andere taken: coördinerend officier van justitie voor de rijksrecherche. ,,Dat staat nu op de rails. Dus nu kan ik ook aan de corruptie gaan werken'', zegt Frielink. Dat het Nederlandse bedrijfsleven nu maandelijks opgeschrikt zal worden van strafzaken wegens corruptie, verwacht hij niet. Zelfs in de Verenigde Staten, waar al sinds 1977 een zeer strenge anticorruptiewet geldt, zijn tot nu toe maar zo'n 30 strafzaken geweest.

Frielink gaat ervan uit dat ook in Nederland het accent bij de corruptiebestrijding vooral zal liggen op preventie. Bedrijven moeten zich gaan realiseren dat het betalen van smeergeld een flinke straf op kan leveren. ,,En dan zal die geldboete waarschijnlijk niet eens zoveel impact hebben, maar wel de ruchtbaarheid erom heen. De beste remedie tegen corruptie blijft toch de publiciteit'', zegt Frielink. Maar een strafzaak openen, alleen om de uitstraling, dat zal er volgens hem zeker niet van komen. ,,Daar is niemand bij gebaat. Maar als wij denken dat we over een sterke zaak beschikken, dan zullen we zeker strafrechtelijk vervolgen. En uiteindelijk beslist de rechter.''