Praten met rebellen is in Macedonië taboe

In Zuid-Servië eindigde een oorlog door overleg met de regering en de rebellen. In Macedonië mag niet met de rebellen worden overlegd, vindt Skopje, en vinden ook EU en NAVO.

De diplomaat Robert Frowick heeft er zijn tanden op stuk gebeten en de doorgewinterde onderhandelaar Javier Solana moest alle moeite doen om de partijen bij elkaar te krijgen. Macedonië is een lastig `lastig geval' voor diplomaten. ,,De lucht boven Skopje ziet zwart van de vliegtuigen met speciale vertegenwoordigers, afgezanten en ander diplomatenvolk'', zegt men in de Macedonische hoofdstad.

De Balkan-gezant van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), Robert Frowick, komt voorlopig niet meer naar Skopje. De Macedonische regering heet hem niet langer welkom na zijn rol bij de tot standkoming van een geheim vredesakkoord tussen de leiders van de Albanese minderheid in Macedonië en de Albanese rebellen in het noorden van het land. Frowicks eigen OVSE voert aan dat de Amerikaan weliswaar ,,op eigen houtje'' heeft gehandeld, maar niet met de rebellen heeft gesproken. De (Slavische) Macedoniërs menen van wel, en zijn woedend. Ze waren zelfs zo woedend over het vredesakkoord, dat Frowick weg moest en het binnen de regering van nationale eenheid (waarin ook de Albanese partijen zitten) tot een breuk kwam.

De breuk lijkt sinds gisteren gelijmd, na bemiddeling van de EU-diplomaat Solana. Het `illegale' vredesakkoord is aan de kant geschoven en de Macedonische regering liet, bij monde van premier Ljubco Georgievski, weten serieus te willen praten over de erkenning van het Albanees als tweede officiële taal in Macedonië. Het is een van de eisen van de rebellen. Maar met de Albanese extremisten zelf wordt nog altijd niet onderhandeld. Dat maakte ook Solana in Skopje opnieuw duidelijk.

Een vergelijking dringt zich op met Zuid-Servië. Zestien maanden lang waren Albanese rebellen actief in de gedemilitariseerde bufferzone tussen Servië en Kosovo. Vanuit die door de NAVO ingestelde zone bestookten ze het Joegoslavische leger en de Servische politie. Hun eisen en die van de Albanese rebellen in Macedonië komen overeen: meer rechten voor de Albanese minderheid en, op de langere termijn, aansluiting bij Kosovo.

In tegenstelling tot Macedonië kwam een vredesakkoord in Zuid-Servië wèl tot stand, na bemiddeling van NAVO-gezant Pieter Feith. Hij onderhandelde met de regering in Servië èn met de rebellen in het zuiden. Het resultaat: het rebellenleger gaf de strijd op en het Joegoslavische leger trok het laatste deel van de bufferzone binnen. Waarom kan de internationale gemeenschap wel in het zuiden van Servië met de extremisten onderhandelen en niet in het noorden van Macedonië?

De redenen blijken divers. Ten eerste zijn de Macedonische partijen faliekant tegen onderhandelingen. Willigen zij de gematigde eisen van de rebellen in, dan zullen idiotere eisen volgen, menen ze. Geef de Albanezen een vinger, en ze nemen je hele hand. Bovendien is de sfeer onder de (Slavische) Macedoniërs verhard na aanslagen op militairen en politiemannen.

Ten tweede zijn de leiders van de Albanese minderheid ook gekant tegen onderhandelingen met de rebellen. De positie van een van hen, Arben Xhaferi, is gaandeweg het conflict danig verzwakt. De gematigde politicus ziet zijn aanhang slinken, want een groeiend aantal Albanezen in Macedonië meent dat 'hun' politieke partijen te weinig hebben bereikt sinds de onafhankelijkheid. Xhaferi vreest de komst van een sterke vertegenwoordiger van de rebellen aan de onderhandelingstafel. Het zal zijn wankele positie verder ondermijnen.

De internationale gemeenschap staat aldus voor een moeilijk dilemma: ze wil de Albanese leiders gebruiken om de ,,communicatie naar de rebellen open te houden'', zegt een EU-diplomaat in Skopje, maar die rebellen luisteren niet langer naar grand old man Xhaferi. Ze kan de leiders van de Albanese minderheid echter ook niet aan de kant schuiven: Xhaferi is een gekozen volksvertegenwoordiger, terwijl de rebellen zich een weg naar de onderhandelingstafel proberen te vechten. In een gezamenlijke verklaring schreven de politieke partijen gisteren dat alleen democratisch gekozen vertegenwoordigers mogen beslissen over de toekomst van het land. De rebellen horen daar niet bij.

De EU, zeggen diplomaten in Skopje, volgt een tweesporenbeleid. Ze onderhandelt niet met de rebellen, maar zet wel de Macedonische regering onder druk om aan hun politieke eisen tegemoet te komen. Tot nu toe leverde dat tweesporenbeleid weinig op. De Macedoniërs weigerden concessies aan de Albanese minderheid en voerden de militaire druk op de rebellen op. En de Albanezen voelden zich in de steek gelaten door de internationale gemeenschap. De gisteren gedane uitspraken van Georgievski moeten hun houdbaarheid nog bewijzen, maar een handreiking naar de Albanese minderheid wordt wellicht toch gedaan. Het is de vraag of de rebellen daar genoegen mee nemen – zelf nemen ze immers niet aan de besprekingen deel en de huidige Albanese leiders vertrouwen ze niet. De internationale gemeenschap is nog lang niet af van Macedonië.

Dat lijkt ze zelf ook te beseffen. Javier Solana is inmiddels vertrokken, maar de volgende vertegenwoordiger, minderhedengezant Max van der Stoel van de OVSE, is al weer geland in Skopje.