Het WAO-moeras

HET GISTEREN verschenen rapport van de commissie-Donner over de WAO begint met de curieuze zin dat sinds twintig jaar de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt aangepakt. Duidelijker kan het probleem, beter gezegd de onmacht om het probleem aan te pakken, niet worden samengevat. Het zegt ook veel over de kans dat dít rapport nu wel tot het gewenste resultaat zal leiden. Want hoe vaak is niet eerder de definitieve grens getrokken, als het ging om de WAO? Desondanks blijft Nederland in de internationale statistieken op eenzame hoogte staan met dertien arbeidsongeschikten op 100 werkenden. Nederland is ziek, constateerde toenmalig minister-president Lubbers in 1990. Maar erger nog is dat Nederland in het geheel geen greep heeft op zijn ziekte.

Het is de verdienste van de commissie-Donner dat ook is gekeken naar de situatie in het buitenland. Dan blijkt dat een van de opvallendste verschillen tussen de situatie in Nederland en een aantal andere Europese landen bestaat uit het volledige gebrek aan belangstelling voor reïntegratie van arbeidsongeschikte werknemers. In landen als Duitsland en Zwitserland wordt tien keer zo veel geld uitgegeven aan reïntegratie als in Nederland, dat op dit punt dan ook in de internationale statistieken helemaal onderaan bungelt. Eens in de WAO, altijd in de WAO, lijkt de stelregel. Het is, zoals de commissie-Donner stelt, de uitkomst van ,,een ongrijpbaar, pervers proces waarbij goede bedoelingen en op zichzelf begrijpelijk en rationeel gedrag van betrokkenen leiden tot een resultaat dat de belangen van diezelfde betrokkenen en van de samenleving schaadt''.

VANUIT DEZE overigens niet nieuwe analyse is de verfrissende aanpak van de commissie te verklaren. Er is gekozen voor een omgekeerde benadering van het probleem. Niet de arbeidsongeschiktheid staat centraal, maar juist wat zieke werknemers nog wél kunnen: de arbeidscapaciteit. De WAO wordt volgens de voorstellen een vrij `simpele' inkomensvoorziening voor mensen die totaal arbeidsongeschikt zijn geworden. Vervolgens kan alle energie worden gestoken in de mensen die slechts ten dele arbeidsongeschikt zijn. Op papier leidt deze benadering tot spectaculaire resultaten. Het aantal arbeidsongeschikten zal op termijn dalen van bijna een miljoen nu tot minder dan 600.000. De kosten die aan de WAO-regeling zijn verbonden kunnen met 37 procent worden teruggebracht. Nogmaals: op papier. Want als het jarenlange modderen met de WAO iets heeft geleerd, is het dat alle goede voornemens telkens weer stuklopen op een ongekend weerbarstige uitvoeringspraktijk. Toen begin jaren negentig de ziektewet en de WAO drastisch werden gewijzigd, werd er ook al een actief preventie- en verzuimbeleid aangekondigd. Het toen ingevoerde systeem van uitgebalanceerde financiële prikkels heeft echter niet geleid tot het gewenste resultaat. Op het niveau van de uitvoering, in de bedrijven en instellingen, gaat het elke keer weer mis. De WAO is zodoende een nationale collectieve afschuifregeling gebleven. Afserveren van zieke werknemers is nu eenmaal een stuk eenvoudiger dan reïntegreren.

ZOLANG DEZE cultuur dominant is – `bedrijven zijn geen sociale werkplaatsen' zei een toenmalige voorzitter van de grootste werkgeversorganisatie ooit – zal de kans op werkelijke verbetering niet groot zijn. Het rapport van de politiek breed samengestelde commissie-Donner (van VVD tot en met GroenLinks was erin vertegenwoordigd) is in Den Haag welwillend ontvangen. Logisch, want nu binnenkort de eenmiljoenste arbeidsongeschikte kan worden geregistreerd, is in de politiek het besef van de noodzaak van nieuwe maatregelen sterk aanwezig. Tegelijk wijzen de eerste politieke reacties op een à la carte-benadering waarbij iedere partij het hare uit het rapport haalt. Scepsis is dan ook op zijn plaats. Als de lijdensweg van de WAO iets heeft geleerd, is het wel dat optimisme over de definitieve oplossing totaal ongepast is.