Federaal Europa

Socioloog Paul Kapteyn meent dat Schröders voorstel voor een federaal Europa onze regering de kans biedt om zich te revancheren voor de vernedering van Black Monday (de afwijzing van het Nederlandse federalistische voorstel tijdens de top in Maastricht in 1992). Hij suggereert zelfs dat de terughoudende reactie van premier Kok voortkomt uit zijn ambitie om de eerste gekozen premier van de EU te worden (NRC Handelsblad, 19 mei).

Schröders voorstel heeft weinig te maken met het afgewezen voorstel van de Nederlandse regering in Maastricht. Nederland stelde toen niet voor om het landbouwbeleid en het mededingingsbeleid te renationaliseren. Bovendien behelst Schröders voorstel meer Europa op minder gebieden en kan het dus niet worden gelijkgesteld met een federaal Europa.

Kapteyn stelt dat Europese plannen pas kans van slagen hebben als deze worden gedragen door een dominante lidstaat of door een externe dreiging of door beide. Schröder is een inwoner van de machtigste lidstaat van de EU, stelt hij vervolgens gretig vast. Ook is volgens hem sprake van een externe dreiging: namelijk het voormalige Oostblok. Welnu, de zwartgeblakerde bossen van het voormalige Oostblok roepen bij mij veel gevoelens op, maar niet dat hier sprake is van een bedreiging van het Westen.

Voorts stelt Kapteyn met mij vast dat Frankrijk geen federatie wil en geen beperking van de landbouwsubsidies. Volgens hem zal deze Franse houding de Duitse regering niet in haar schulp doen kruipen. Ruzie tussen Frankrijk en Duitsland is er namelijk altijd. Hij vindt het kennelijk geen probleem om een federatie te vormen met staten die elkaar het licht niet in de ogen gunnen.

Wat er ook gebeurt, stelt Kapteyn, het is Duitsland ernst en dus gaat het door met zijn `federalistische' missie. In ruil voor een `Duitse' Europese constitutie zal het wellicht de Franse landbouw sparen of de Duitse taal offeren. Iedereen die ooit een kijkje heeft kunnen nemen in de Europese keuken weet hoeveel belang Duitsland sinds 1989 hecht aan de Duitse taal. Kapteyns voorspelling dat Duitsland zijn eigen taal zal opofferen voor een Europese constitutie ligt dus niet echt voor de hand.