Eenduidig goed of fout bestaat hier niet

Bedrijfscodes en trainingen moeten zorgen voor onkreukbare werknemers. Hoe nuttig is zo'n cursus?

OMKOPEN, SMEERGELD betalen, steekpenningen ontvangen of een tuinpad laten aanleggen door een leverancier, het mag allemaal niet. Iedereen weet dat wel. Maar meestal is de praktijk weerbarstiger dan de theorie en ook minder vanzelfsprekend. Stel: u heeft net zes nieuwe pc's aangeschaft voor uw medewerkers. U vertelt de verkoper terloops dat u nog een kleurenprinter zoekt voor privé-gebruik. Prompt biedt deze u er een aan, voor de halve prijs. Niemand wordt er slechter van als ik de printer voor die prijs koop, denkt u wellicht? Of raadpleegt u voor de zekerheid uw leidinggevende? En wat doet u wanneer u als ondernemer een product alleen denkt te kunnen verkopen door de tussenhandelaar dure geschenken te geven, zoals gebruikelijk te doen is in de betrokken sector?

Misschien moet de tussenhandelaar maar tevreden zijn met een presentje onder de vijfenzeventig gulden – daar ligt ongeveer de magische grens van wat toelaatbaar wordt geacht. Maar lang niet iedereen zal tot die conclusie komen, weet dr. Muel Kaptein die promoveerde op een onderzoek naar de integriteit van het Nederlandse bedrijfsleven en als consultant van KPMG Ethics & Integrity bedrijven adviseert en traint op het gebied van corruptiebestrijding.

Een training kan de medewerkers het juiste Fingerspitzengefühl bijbrengen, aldus Kaptein. Meestal werkt hij bij zijn cursisten in eerste instantie met een spel dat is gebaseerd op aan de praktijk ontleende dilemma's. ,,Vaak volgt dan de aha-erlebnis. Na het spel formuleren de cursisten in tien minuten twee of drie eigen dilemma's. Zo krijg je een palet van vraagstukken die actueel zijn in het bedrijf. Daar kan het bedrijf dan weer mee aan de slag.''

De meningen op de werkvloer over wat integer handelen is en wat neigt naar corruptie, lopen sterk uiteen, merkt Kaptein in zijn trainingen. ,,Daarom noemen we het ook dilemma's: eenduidig goed of fout is er bij deze vraagstukken niet. Daar zit ook het leeraspect in: we proberen de cursisten oog te laten krijgen voor de complexiteit van de situatie en de belangen die kunnen spelen.''

Ik mag toch wel eens een kruimeltje meepikken, is een denkfout die mensen volgens Kaptein vaak maken. ,,De meeste mensen denken alleen vanuit zichzelf. Ze houden er geen rekening mee hoe andere mensen kunnen aankijken tegen een situatie en ze hebben vooral oog voor de korte termijn. `Nou ja, dit kan nog net', denken ze. Ondertussen ontstaat er een glijdende schaal. Ze vergeten dat er vaak weer een volgende keer komt dat ze met dezelfde leverancier aan tafel zitten.'' Een andere valkuil is volgens Kaptein het afgaan op een leidinggevende die geraadpleegd wordt voor advies. Want wat te doen, als dit advies niet strookt met het eigen geweten of de strafwet? ,,Als privé-belangen met zakelijke belangen verstrengeld raken, hoef je alleen nog maar te wachten op een probleem. Corruptie is uitgesteld ruilgedrag: voor wat hoort wat, denkt de gever. De ontvanger realiseert zich pas dat hij gebonden is, als hij al helemaal in de tang zit.''

Bedrijven proberen daar wel op te anticiperen. Ze investeren tegenwoordig flink in trainingsprogramma's (vooral voor werknemers die worden uitgezonden), in het opstellen van gedragscodes en protocollen en in procedures voor een transparante boekhouding. Volgens Kaptein gaat het al snel om enkele miljoenen. Inmiddels beschikt bijna de helft van de grote bedrijven over een gedragscode waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen die betrekking hebben op de bestrijding van corruptie, aldus de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Dat is ongeveer twee keer zo veel als tien jaar geleden.

Maar de uitbanning van corruptie vergt meer dan de opstelling van een simpele gedragscode of een integriteitstraining, al was het maar omdat de menselijke natuur zo onverbeterlijk is. Niet voor niets geldt in de praktijk van het integriteitsmanagement het volgende adagium: 10 procent van de mensen is onder alle omstandigheden integer, nog eens 10 procent is nooit integer, de overigen zijn integer als de omstandigheden dat vorderen.

Bedrijven doen er goed aan de werkomstandigheden zo in te richten dat corruptie onaantrekkelijk wordt. Volgens Kaptein hangt de integriteit van de werknemers nauw samen met de bedrijfscultuur. Het management moet allereerst het goede voorbeeld geven. ,,Werknemers verbieden geschenken boven de vijftig gulden aan te nemen en ondertussen intern catalogi laten circuleren met luxe geschenken, dat kan natuurlijk niet. De grenzen moeten duidelijk zijn en daarnaast moet je de medewerkers wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Een legalistische houding – alles wat niet uitdrukkelijk verboden is, mag – is bijna fataal, zou ik zeggen.'' Er moet volgens de ethiekdeskundige voldoende openheid zijn om zaken te bespreken die behoren tot het schemergebied van het toegestane en het dubieuze. ,,De leus `niet lullen, maar poetsen' helpt niet bepaald om corruptie tegen te gaan'', aldus Kaptein.

Bij het bestrijden van corruptie zijn sociale controle en alertheid belangrijk. Als een inkoper zich een uitgavenpatroon permitteert dat niet in verhouding staat tot zijn salaris, moet daarop gereageerd worden. Verstandig is ook, zo zegt Kaptein, om de onderhandelingen met leveranciers altijd door twee personen te laten doen. ,,Twee mensen zijn immers moeilijker om te kopen dan een.''

    • Chris van de Wetering