Een quotum aan steekpenningen

In Rusland is geen ambtenaar wars van omkoping. Maar: ,,Laten we het aannemen van wat steekpenningen niet met corruptie verwarren.''

OP EEN GURE NOVEMBERAVOND, net drie weken in Moskou, maken we voor het eerst kennis met de GAJ, de gevreesde verkeerspolitie. Het gebeurt bij een van die razend ingewikkelde Moskouse verkeerspleinen die overtredingen haast uitlokken. Wij slaan rechtsaf waar dat kennelijk niet mag. Om de hoek ligt de agent in een hinderlaag. Hij wuift ons met zijn knuppel naar de kant van de weg. Vijftig roebel kost zoiets in de regel, vijf gulden. Maar vanavond ben ik mijn rijbewijs vergeten, en dat versterkt de onderhandelingspositie van de agent dramatisch. Nu moet hij formeel gezien mijn auto in beslag nemen en naar een politiebureau in de buitenwijk afvoeren. We glimlachen en charmeren, maar de agent staat als een standbeeld in de sneeuw.

Ten einde raad bel ik via de mobiele telefoon Galja, de vrouw die al sinds medio jaren tachtig voor NRC Handelsblad documenten regelt en bureaucraten omkoopt. Zodra de agent haar aan de telefoon krijgt, breekt zijn granieten gelaat open in een brede glimlach. Tegen ons zegt Galja: ,,Betaal vijfhonderd roebel en ga naar huis.'' Later vat zij de conversatie als volgt samen: ,,Hoe heet je, jongeman?'' ,,Jevgeni.'' ,,Jevgeni, neuk je moeder, zit die buitenlanders niet zo te stangen. Hoeveel?'' Vijfhonderd roebel dus, rechtstreeks in zijn binnenzak. Probleem opgelost.

Let wel, het ging hier niet om corruptie. ,,Laten we het aannemen van wat steekpenningen niet met corruptie verwarren'', zei in maart dit jaar Vladimir Roesjailo, tot voor kort minister van Binnenlandse Zaken van Rusland en nu veiligheidsadviseur van president Poetin. Van corruptie mogen we alleen spreken als een ambtenaar of politicus in dienst van de mafia werkt, meent hij.

Roesjailo is een man die alles van corruptie afweet. Als hoofd van een politie-eenheid tegen georganiseerde misdaad introduceerde hij begin jaren negentig de nieuwe mode: invallen van gemaskerde agenten in kantoorgebouwen. Voor de Russische tv-kijker was het een bevredigend spektakel: nieuwe rijken die met hun neus in het hoogpolige tapijt werden geduwd, de loop van een machinegeweer in de nek. Corruptie bleef in het moderne Rusland niet onbestraft, was de boodschap. Dat diezelfde Roesjailo intussen in dienst van de `oligarch' Boris Berzovski opereerde, is geen geheim. Berezovski, de man die de kas van autogigant Avtovaz en luchtvaartmaatschappij Aeroflot plunderde en zo'n beetje de belichaming is van modern maffioos gedrag.

Wat in het nieuwe Rusland blijft verbazen, is de onbeschaamdheid en openlijkheid van corruptie, ondanks dat de strijd ertegen door Russische wetshandhavers verbeten is. Althans: tegen corruptie begaan door zakenlieden en ambtenaren uit het vijandelijke kamp. Net als de rest van de overheid is de corruptiebestrijding namelijk grondig geprivatiseerd. Een politie-eenheid graaft in dienst van deze of gene zakenclan naar kompromat compromitterend materiaal over een zakenrivaal. Die heeft op zijn beurt misschien een openbare aanklager in dienst om de aanklacht weg te maken.

Het is in Rusland ondoenlijk een politicus of ambtenaar te vinden die volgens Westerse definitie `schoon' is. De Doema lijkt conservatief in zijn schatting dat zeventig procent van de Russische ambtenarij corrupt is. Wat is corrupt? Niemand kan in Rusland van zijn salaris leven. Overheidsmedewerkers leefden altijd al van bijverdiensten. Als er in de Sovjet-Unie al een corrupte ambtenaar achter de tralies verdween, was dat wegens het volgende: oekral ne po dolzjnoste hij stal meer dan hij zich gezien zijn positie kon veroorloven. Elke positie in de hiërarchie bracht een informeel quotum aan steekpenningen met zich mee. Wie dat quotum overschreed, benadeelde zijn collega's en superieuren.

In dat licht is correct gedrag eigenlijk asociaal. Neem een doorsnee verkeersagent in Moskou. Hij krijgt een mooi plekje langs een drukke verkeersader toegewezen om per uur zonder aanwijsbare reden een stuk of tien, vijftien automobilisten op de bon te slingeren. De boetes verdwijnen in zijn binnenzak, een percentage gaat naar zijn chef. Moet deze agent nu geduldig afwachten tot de automobilist werkelijk een overtreding begaat? Of, God verhoede, die boetes in de staatskas storten? Dan benadeelt hij zijn chef, die toch ook een gezin te onderhouden heeft. Dus eist de agent zijn redeloze boete en betaalt de automobilist zonder veel morren.

Want zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.